Belijdenis doen
April is een maand waarin gewoonlijk velen belijdenis doen. In de grotere ge-meenten gaat het soms wel om twintig tot dertig personen tegelijk. Hier in de zendingsgemeente in Portoviejo verwelkomden we in februari vijf nieuwe leden.
Is belijdenis-doen op het zendingsveld hetzelfde als in Nederland? Of zijn er ook verschillen aan te wijzen? Als je erbij zou zijn geweest, hier in Ecuador, zou je wellicht zijn opgevallen dat de vragen die de belijdeniscatechisanten met ‘ja’ beantwoordden anders zijn dan de vragen die aan jou worden (of werden) gesteld. In Nederland stelt de predikant de vragen van Voetius. Die worden ook wel op de zendingsvelden gesteld, maar alleen waar het gaat om mensen die al eens in een andere protestantse kerk belijdenis hebben afgelegd of om doopleden van de gemeente. Hier in Portoviejo kwamen de vragen aan bod die de zending laat stellen aan mensen “komend uit de Rooms-Katholieke Kerk (Ecuador), de Ooster-Orthodoxe Kerk (Albanië) of uit het heidendom”. Deze vragen, ook vier, zijn in de eerste plaats uitgebreider. Een aantal fundamentele geloofswaarheden – zoals de Drieëenheid, de verdorven natuurstaat, de twee naturen van Christus en Zijn maagdelijke geboorte – worden met name genoemd. Je kunt ook maar beter duidelijk zijn. Van de tachtig mensen die de belijdenisdienst bezochten, waren er slechts tien lid. Zowel voor de vijf catechisanten als voor de overige belangstellenden was het goed om te horen waar het in dat gereformeerdpresbyteriaanse kerkje nu werkelijk om gaat. De vier vragen waren ook vrij direct van karakter. De eerste drie begonnen met “gelooft u…” De derde vroeg vervolgens heel direct of betrokkene gelooft dat Christus hem of haar persoonlijk als Zaligmaker geschonken is. Geen geringe kwestie. Toch wordt het zomaar gevraagd, ook al tijdens de toelatingsgesprekken. Waarom? Misschien heb je de vragen inmiddels wel herkend. Ze zijn afkomstig uit het formulier voor de volwassendoop. Ware het niet dat deze vijf belijdeniscatechisanten vroeger al als kind in de roomse kerk zijn gedoopt, zou de belijdenisdienst tevens hun doopdienst zijn geweest. Om die reden heeft het zendingsdeputaatschap in déze situatie voor déze vragen gekozen. Een ander verschil is dat de catechisanten hier na afloop ook zelf aan het woord komen. Ze mogen naar al de belangstellenden een persoonlijk getuigenis afleggen. Pakkende momenten. Onder veel tranen begon Neptalí. Sommigen kunnen nog steeds niet geloven dat El Diablo (de duivel, zoals ze hem noemden vanwege zijn criminaliteit) zó tot verandering is gekomen. Zelf kan hij het ook niet klein krijgen. De tranen kwamen ook bij Jaime. Zou hij niet huilen, na dertig jaar drugsverslaving? “Zoveel jaren van mijn leven heb ik verspeeld en alles kapotgemaakt, nú mag ik weten en belijden dat een leven met de Heere Jezus zoveel beter is”. Zomaar enkele van de getuigenissen, die zichtbaar indruk maakten. Dat doen we zo in de gevestigde gemeenten niet. De vragen die gesteld worden, zijn in Nederland ook korter en iets minder direct. Is daarom een Nederlandse geloofsbelijdenis minder waard? Dat kun je zo natuurlijk niet stellen. De belijdenis is immers niet afhankelijk van waar zij wordt afgelegd of onder welke omstandigheden. Ook niet van met hoeveel tranen zij gepaard gaat. Onderscheiden omstandigheden leiden tot het stellen van onderscheiden vragen en tot onderscheiden praktijken. Ook tot onderscheiden gewoonten na de belijdenis. Hier op het zendingsveld moeten we waakzaam zijn tegen een ‘automatische’ avondmaalsgang. In Nederland zijn er soms zorgen over jongeren die met een nogal oppervlakkige belijdenis genoegen lijken te nemen. Maar hoe de gewoonten en gebruiken ook precies zijn of waar de gevaren precies liggen, in de kern gaat het altijd om hetzelfde. God ziet het hart aan. Wij zijn geen hartenkenners, Hij wel. Dat mogen we nooit uit het oog verliezen. “We kunnen dus nooit gaan stellen”, schrijft ds. A. Hoogerland in zijn boekje Belijdenis doen, en dan...?, “dat belijdenis doen van de waarheid genoeg is. Dan zou daaruit volgen dat het genoeg is een uiterlijk lid der kerk te zijn. Het gaat toch om de levende leden”. Als ik zo eens teruglees in de vragen van Voetius, zoals ik die alweer heel wat jaren geleden beantwoordde, valt me de onmogelijkheid op om daar van onze kant “ja” op te zeggen. Vooral in de vragen 2 en 3 komen zaken aan de orde die alleen de Heere in ons kan vervullen. Dát deze vragen deze maand weer aan velen worden gesteld, getuigt er daarom van dat Hij doorgaat met Zijn werk. Daarom is een belijdenisdienst zo´n verblijdende gebeurtenis. Daar bij jullie in Holland en ook hier op het zendingsveld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 2009
Daniel | 40 Pagina's