Het gordijn weggeschoven
Ds. Terlouw: Je kunt nooit te veel Gods Woord onderzoeken
‘Het waar geloof bestaat uit kennis, toestemmen en vertrouwen’. Wat betekenen die woorden eigenlijk? In een serie van drie afleveringen behandelt Daniël elk woord apart. Ds. L. Terlouw uit Barendrecht gaat in dit artikel in op het eerste woord: kennis in het geloof.
Waarom wordt er eigenlijk gesproken van waar geloof? Geloof is toch geloof?
“Uit de Bijbel blijkt dat er mensen zijn, die denken dat ze echt geloven en toch schiet dat geloof voor God eeuwig tekort. In Johannes 2: 23 lezen we ook van mensen die geloven. De kanttekeningen zeggen van dat geloof dat het alleen ‘een blote kennis – dus gewoon met het verstand – en toestemmen is zonder rechte grond en vertrouwen, gelijk blijkt uit het volgende vers’. Vandaar dat we spreken van een waar geloof. Dat is alleen het zaligmakend geloof.”
Als je echt vindt dat de Bijbel Gods Woord is, heb je dan de kennis al van het waarzaligmakend geloof?
“Als je Gods Woord leest met je verstand is het een boek, zoals andere boeken. Het gaat in de kennis van het zaligmakend geloof om de openbaring van God door Zijn Woord en Geest. Dan wordt je verstand en ook je hart geraakt en daarin heel je leven. De kennis van het geloof is altijd een ervaringskennis, een bevindelijke kennis, die voortvloeit uit de levende omgang met de Heere en Zijn Woord. De Heere spreekt je dan persoonlijk aan door Zijn Woord. Het gaat niet meer om een ander, maar om mij. Deze bevindelijke kennis leert ‘amen’ zeggen op wat God in Zijn Woord zegt over mij als verloren zondaar. Het is een kennis door Gods openbaring dat er bij mij geen weg meer terug is tot God. Deze kennis leert vragen om ontferming. Maar deze kennis leidt er ook toe dat je op Gods tijd en wijze ‘amen’ mag leren zeggen op de Weg en het Middel tot behoud. Dat er ook voor mij in de Zaligmaker van zondaren verlossing mogelijk is. Christus moet Zich door Zijn Woord openbaren en steeds meer openbaren opdat je Hem mag leren kennen in Zijn verdiensten en heerlijkheid.”
Sommigen zeggen: je bent als kind gedoopt en je gelooft dat de Bijbel echt waar is. Je moet nu alleen nog leren vertrouwen dat de Heere Jezus ook voor jouw zonden heeft betaald. “
Als je zo redeneert, denk je dat je met je verstand al een heel eind kan komen op de weg der zaligheid. Je beseft dan niet dat je verstand door de zonde verduisterd is. Je denkt dan dat je alleen nog in het vertrouwen een beetje verder geholpen moet worden. Het peilt dan ook niet goed hoe diep ernstig de zondeval is. Er is niemand die God zoekt, ook niet met al mijn godsdienst. Ik ben van nature geneigd God en mijn naaste te haten. Het doet ook tekort aan het volkomen offer van de Heere Jezus. Als je zo denkt, lijkt het dat de kennis een zaak is van het verstand, en vertrouwen een zaak van het hart is. Dat is niet zo: ook ons verstand moet verlicht worden. Als je verstand wordt verlicht, schuift er als het ware een gordijn opzij, waardoor je dingen gaat zien die je nog nooit gezien hebt. Dat is nodig om bekeerd te worden, maar ook om meer onderwijs te ontvangen van de hemel. De discipelen krijgen na Pasen opnieuw verlichting en opening van hun verstand zodat ze gaan verstaan dat de Schriften getuigen van de noodzaak van Christus lijden en opstanding (Lukas 24: 45).”
Als het historisch geloof niet genoeg is, welke waarde heeft dan veel kennis van de waarheid?
“De Bijbel is het middel dat Gods Geest gebruikt om God in het leven te openbaren. Daarom kunnen we nooit te veel Gods Woord onderzoeken. Verstandskennis van de waarheid is daarin zinvol. Wil je zelf met die verstandskennis wat worden, dan zoek je jezelf en niet God. Dat maakt hoogmoedig. Maar als je verstandelijk niet weet van God, zonde en verlossing, dan zul je er ook moeilijk werkzaam mee worden. God schakelt het verstand in de bekering niet uit, maar in. Gods Geest leidt ook het verstand in de droefheid naar God die een onberouwelijke bekering tot zaligheid werkt. Lees daarom steeds opnieuw, biddend om die Geest het Woord van God!”
Wilt u ook iets zeggen over hoe u deel kreeg aan de kennis van het zaligmakend geloof?
“In mijn eigen leven liet de Heere toen ik zestien jaar was daar voor het eerst wat van zien onder de prediking van de wet uit de Catechismus. Ik dacht dat ik een nette jongen was, maar de Heere liet zien dat ik zondigde tegen Zijn geboden, ook die van de eerste tafel van de wet. Wat heb ik geprobeerd mezelf, net als de rijke jongeling, te verbeteren. En wat heb ik geprobeerd het naast me neer te leggen. Maar de Heere werkte door en liet me zien dat ik niet alleen zonde dééd, maar zonde wás. In die onmogelijkheid kan de Heere door het Bijbel lezen of in de kerk laten merken dat Hij van je afweet. Toch krijg je meer nodig; het Middel bij God vandaan. Het was voor mij een wonder toen de Heere daar iets van liet zien toen ik net in de dertig was. Dat was in een adventspreek vanuit het geslachtsregister van de Heere Jezus. Hij wilde uit Rachab en Thamar geboren worden. Zo diep wilde Hij afdalen! En dat niet alleen voor een ander, maar ook voor mij. God leert door Zijn Woord dat de zondaar steeds minder wordt in zichzelf. En aan de andere kant dat Hij door genade steeds meer wordt. Om zo steeds meer de dood in jezelf te leren vinden en het leven uit Hem te leren kennen.”
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 2009
Daniel | 36 Pagina's