Hoe jij God kunt kennen
Ds. Meeuse: bidden om het werk van de Geest
Calvijn begint zijn Institutie met te schrijven over de ware wijsheid, die bestaat in de kennis van God en de kennis van onszelf. Hij schrijft daar: ‘Voornamelijk noopt onze jammerlijke staat, in welke ons de val van de eerste mens geworpen heeft, ons de ogen opwaarts te heffen, niet alleen opdat wij, nooddruftig en hongerig, vandaar zouden begeren wat ons ontbreekt, maar ook opdat wij, door vrees wakker geschud, ootmoed zouden leren.’
Iedereen heeft nog wel iets van Godskennis. Ds. C. Sonnevelt zei me eens dat hij in Nigeria nooit een atheïst had ontmoet. In onze cultuur die doordrenkt is van evolutionistisch denken, is men actief bezig God weg te denken. Ik heb wel eens tegen zo iemand gezegd dat Gods bestaan niet van ons geloof afhankelijk is. Ons denken is niet zo sterk dat het Hem weg kan denken! Ook niet al koppelen hoogmoedige mensen hun gedachten aan elkaar, ze zullen eens ervaren dat Hij er is en ons zal oordelen. Het is alleen wel te laat als we dan pas God leren kennen. In onze geloofsleer wordt over die algemene kennis van God gehandeld bij de natuurlijke Godskennis. Meestal wordt dan onderscheid gemaakt tussen de ingeschapen kennis en de verkregen kennis. Ieder mens heeft een geweten en maakt onderscheid tussen goed en kwaad. Augustinus zegt ervan: “Iedereen die steelt, weet dat hij kwaad doet, want hij wil zelf ook niet bestolen worden.” Een natuurlijk geweten is echter niet betrouwbaar, maar opvoedbaar. Dikwijls zie je dat mensen elkaar normen en waarden aanpraten die niet overeenstemmen met Gods heilige wil.
Baby
De verkregen kennis heeft te maken met indrukken tijdens ons leven. ‘Bij de geboorte van een kind zegt iedereen: “Wat een wonder!”’ zei eens een vroedvrouw tegen me. En van een christelijk professor hoorde ik onlangs dat een collega bij de bestudering van de processen rond eiwitten bij de celgroei zei: “Je zou bijna in een Schepper gaan geloven!” Er zijn honderdduizenden wonderen in de natuur en het is dwaasheid te geloven dat het allemaal vanzelf gekomen is. In een gesprek met een atheïst op een kraamvisite zei een man daarom tegen me: “Ik zou wel een bloem willen aanbidden.” Ik zei hem beleefd dat ik dat net zo’n dwaasheid vond als wanneer iemand een vaas of een schilderij gaat prijzen, omdat de klei of de verf zichzelf zo goed op hun plaats hebben gebracht. “Je ziet er toch de hand van de pottenbakker of de kunstschilder in?” hield ik hem voor. Toen hij toegaf dat hij dan misschien toch van een ‘god’ moest spreken, wees ik naar de baby. Geeft God ons het leven, dan komt ons leven Hem ook toe en moeten we Hem gehoorzamen. Daarop antwoordde hij: “Ik geloof niet in God,” waarop ik zag dat wat Hellenbroek in zijn vragenboekje zegt echt waar is: “Het is meer een wensen dan een dadelijk geloven.”
Beeldendienst
Omdat we door onze natuurlijke blindheid – we zijn het beeld Gods kwijt – God niet meer goed kennen, hebben we de neiging de vage indrukken die we hebben en krijgen, zelf in te vullen. Daarbij ontwerpen we denkbeelden van God waardoor we God gaan dienen op onze eigen manier. We noemen dat beeldendienst, of eigenwillige godsdienst. Het is zonde tegen het tweede gebod van Gods heilige wet. Het is niet alleen het proberen je God voor te stellen, zoals het volk Israël bij de Sinaï al deed door het gouden kalf, maar ook de gedachte dat God is, zoals jij denkt dat Hij is. Wat het eerste betreft, komt het nogal eens voor dat mensen toch lichamelijke gedachten van God hebben. Michelangelo schilderde God op het plafond van de Sixtijnse kapel als een sterke man die Adam nog net bij zijn hand raakt. God mag niet gedacht worden met een menselijk lichaam, ook al spreekt hij mensvormig (antropomorf) van Zichzelf. Als we lezen van Gods arm, dan bedoelt Hij Zijn macht, Zijn ogen betekenen Zijn zien, enzovoort. We mogen ons God niet lichamelijk voorstellen, Hij is overaltegenwoordig. Salomo zegt van Hem dat … de hemelen, ja, de hemel der hemelen, Hem niet bevatten zouden (2 Kronieken 2: 6). De Heere Jezus zegt tot de Samaritaanse vrouw: God is een Geest, en die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid (Johannes 4: 24). Wat hebben ook wij hemels onderwijs nodig. Het gebed om God te mogen leren kennen is niet overbodig, maar hard nodig. Anders is het zoals God zegt door Asaf in Psalm 50: Deze dingen doet gij, en Ik zwijg; gij meent, dat Ik te enenmale ben, gelijk gij; Ik zal u straffen, en zal het ordentelijk voor uw ogen stellen (vers 21).
Niet geloven
Onder de jongeren van de Gereformeerde Gemeenten heeft jeugdwerkadviseur Gertrude de Regt een onderzoek gedaan naar het geloof in God. Ook jongeren hebben zich een beeld van God geschapen, onder andere door hun opvoeding. Van de jeugd van drie onderzochte gemeenten zegt 90 procent in God te geloven. Tien procent zegt wel eens aan het bestaan van God te twijfelen. Van hen die geloven dat er een God is, grondt 56 procent van hen dit op natuurlijke Godskennis uit hun geweten. En 31 procent zegt de ervaring te kennen van gebedsverhoring. Driekwart ziet God als een Helper. Het is niet goed na te gaan of dit betekent dat men zijn Godsgeloof afhankelijk maakt van eigen voordeel. Iets meer dan de helft, 51 procent, ziet God als Rechter. De rest, 49 procent, dan niet? Als we de uitslag van het onderzoek – er waren veel meer vragen en antwoorden – nagaan, dan valt het op dat de accenten die gelegd worden in de antwoorden nogal verschillen. En is dat niet tekenend voor het steunen op eigen gedachten in indrukken die we krijgen van anderen? Als we wel Gods liefde belijden, maar Hem niet zien als rechtvaardig toornig over onze zonden, dan moeten we toch Gods Woord beter lezen. Wat vooral nodig is, is dat we God leren kennen door openbaring.
God leren kennen
We moeten bidden om het werk van de Heilige Geest bij het lezen van Gods Woord. Hij kan ons God bevindelijk doen kennen, zodat we Hem gaan ervaren. Hij zal ons indrukken geven die ons hart raken en ons leven diepgaan beïnvloeden. Denk eens aan Saulus van Tarsen, die een wondere openbaring kreeg op weg naar Damascus. De Heere Jezus leerde hem wie God was, tegen Wie hij streed. Toen heeft hij eerst zichzelf leren kennen in goddelijk licht en leerde hij iets van Gods ware deugden. De kennis van voor die tijd zat, zo zeggen we wel eens, ‘een voet te hoog’. Het was verstandskennis van een historisch geloof. Nu kreeg hij indrukken van zijn zonden tegen een goeddoend God. Al wordt nogal eens gezegd dat iedereen geen Paulusbekering hoeft te krijgen, toch moeten we God wel leren kennen door een openbaring van Godswege. Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard (Johannes 1: 18). Door het werk van de Heilige Geest leren we de breuk tussen God en onze ziel, maar komt er ook een verlangen naar God, een ‘dorsten naar God’. Niet onze werkzaamheden kunnen de kloof overbruggen, maar wat een wonder als we dan Christus mogen leren kennen als een Leidsman op het spoor van Zijn gerechtigheid. We hebben tegen een rechtvaardig God gezondigd en alleen gerechtigheid redt van de dood. Hem dan ook in Zijn priesterlijk werk te leren kennen, als ‘de HEERE onze gerechtigheid’, zal de zondaar een indruk geven van het zaligmakende van deze Godskennis. Deze kennis blijft niet zonder uitwerking, maar ze doet wat men die mens. Ze zal hem vernieuwen naar Gods beeld.
Gods beeld hersteld
Als we God leren kennen in Wie hij voor een arme zondaar wil zijn in de Zoon van Zijn liefde, dan zal dit Gods beeld in ons in beginsel herstellen. De kennis van God, de gerechtigheid en de heiligheid die de mens sierden in het paradijs, ze worden door de Heilige Geest als het ware uit Christus genomen om een kind des Heeren te vernieuwen. Wat een wonder als dan van iemand gezegd mag worden wat Andrew Bonar van MacCheyne zei op de vraag waarom er toch zoveel van die jonggestorven predikant uitging: “Het waren niet zijn gaven (en hij had er vele), maar het was omdat hij zozeer op zijn Meester leek.” Zou je daar ook niet naar verlangen? Wie is God voor jou? Als je Hem zo nog niet kent, lees je Bijbel dan met de bede: Leid U mij, HEERE, uit mijn duisternis naar Uw licht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 2009
Daniel | 36 Pagina's