Makkelijk zalig worden?
Als ik de Evangeliën lees en een preek van mijn dominee hoor en het vergelijk, heb ik het gevoel dat ik bij Jezus ‘makkelijker’ zalig kan worden dan bij mijn dominee! Een jongere
Tja, ik weet natuurlijk niet hoe jouw dominee preekt. Elke dominee is verschillend. Z’n karakter, zijn geestelijk leven, de omstandigheden in de gemeente en uiteraard de tekstkeuze bepalen voor een deel de inhoud van de prediking. Aan de andere kant moet een preek altijd Christus centraal stellen en Hem aanwijzen als middel tot behoud. De nodiging tot Hem te komen, komt tot iedereen. Dat was bij de Heere Jezus zo en dat moet bij jouw dominee ook zo zijn. Hij zal het ook belangrijk vinden uit te leggen hoe een zondaar dan tot Christus komt en wat de kenmerken zijn van het geestelijke leven. Het is belangrijk Bijbels taalgebruik te gebruiken – noem het de ‘tale Kanaäns’ – maar soms kan door bijzonder woordgebruik een soort geheime taal ontstaan. Dan wordt het er inderdaad niet gemakkelijker op. Aan de andere kant: zalig worden kan ook een raadsel voor je zijn. Het is dan voor je eigen waarneming zelfs onmogelijk zalig te worden. Als de Heilige Geest je laat zien dat God rechtvaardig is en de zonde straft en je ontdekt bij datzelfde licht van Gods Geest dat je een groot en onverbeterlijk zondaar bent, kun je niet anders dan de Heere toestemmen in Zijn oordeel. Zalig worden lijkt dan verder weg dan ooit! Het is een heilgeheim, dat ten diepste alleen door de Heilige Geest gekend wordt. Daarom kun je ermee ook niet bij de Heere vandaan blijven. De Heere moet dat raadsel Zelf oplossen.
Onmogelijk
Maar het lijkt me belangrijk dat je deze vraag aan de dominee zelf stelt. Het zou best eens kunnen zijn dat een gesprek heel veel verheldert voor je. Ik wil vooral ingaan op je opmerking: “Ik heb het gevoel dat ik bij Jezus ‘makkelijker’ zalig kan worden.” Ik geloof niet dat je suggereert dat je wel wat makkelijker zalig zou willen worden. Maar hoe sprak de Heere Jezus over zalig worden? In ieder geval niet in termen als ‘makkelijk’. Er komt een jonge man naar Jezus toe. Hij is schatrijk en houdt zich stipt aan de geboden van God. Toch is hij niet gelukkig. Daarom vraagt hij: Goede Meester, wat zal ik doen, opdat ik het eeuwige leven beërve? (Markus 10: 17b). Jezus weet raad, zoals altijd: Eén ding ontbreekt u: ga heen, verkoop alles wat gij hebt en geef het den armen, en gij zult een schat hebben in den hemel; en kom herwaarts, neem het kruis op en volg Mij (vers 21). Makkelijk toch? Nou… Maar hij treurig geworden zijnde over dat woord, ging bedroefd weg; want hij had vele goederen (vers 22). Kennelijk toch niet! Ook de discipelen zien dat in. Ze zeggen tegen elkaar: Wie kan dan zalig worden? (vers 26). Zelfs deze jongeman, die zo goed de wet onderhoudt dat hij bij de Heere Jezus genegenheid oproept, haakt af. Gemakkelijk zalig worden? Vergeet het maar. Het is onmogelijk! Maar Jezus weet raad, opnieuw. Hij zegt tegen Zijn discipelen: Bij de mensen is het onmogelijk, maar niet bij God; want alle dingen zijn mogelijk bij God (vers 27). Van Gods kant bekeken, is zalig worden ‘gemakkelijk’. Hij heeft immers alles gedaan wat nodig is om zalig te worden? Als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij zaad zien, (…) en het welbehagen des HEEREN zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan (Jesaja 53: 10b).
Zeer wijd
Ook in de Bergrede (Mattheüs 5-7) maakt de Heere Jezus duidelijk dat zalig worden niet vanzelf gaat: Want Ik zeg u: Tenzij uw gerechtigheid overvloediger zij, dan der Schriftgeleerden en der Farizeen, dat gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins zult ingaan (Mattheüs 5: 20). Wie kan dan zalig worden? Er is echter een poort (Mattheüs 7: 14). Hij is alleen zo nauw dat je er recht op af moet lopen om hem niet te missen. Wedergeboorte en bekering zijn de poort, waardoor je op de weg ter zaligheid komt. Die enge poort is moeilijk te vinden en moeilijk om er doorheen te gaan. Er moet een nieuw hart zijn en een nieuwe geest, en de oude dingen moeten voorbijgaan. Je moet bukken om er doorheen te komen. Daarvoor is zaligmakende genade nodig. En als je door die enge poort bent, dan ben je nog niet in de hemel. Een kind van God moet reizen op een nauwe weg, omringd door de wet van God, die zeer wijd is (Psalm 119: 96). Dat maakt de weg zo nauw. Het is een moeilijke weg, net zoals de weg van Christus dat was. En als de weg van Christus moeilijk was, zouden Zijn kinderen dan ‘makkelijk’ zalig worden? Een dienstknecht is niet meerder dan zijn heer (Johannes 15: 20). Maar er is een weg en op die weg gaat Christus voorop.
Mogelijkheid
Waarom benadruk ik deze dingen? Om je alle moed te benemen? Ja, eigenlijk wel… En aan de andere kant juist ook niet. Ik geloof dat als zalig worden voor jou niet meer makkelijk is, maar juist onmogelijk wordt, je een geschikt voorwerp voor genade bent. Waar onze mogelijkheden ophouden, begint Gods mogelijkheid. En die mogelijkheid ligt vast in Christus. Als je dat door genade gaat zien, wordt zalig worden gemakkelijk. Dan kún je zelfs niet anders! Omdat Hij het heeft gedaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 2009
Daniel | 36 Pagina's