“Details zijn heel belangrijk voor mij”
Marco Elenbaas weet niet wat licht en donker is
Blind-zijn van je geboorte af. Wat betekent het om niets te kunnen zien? Is de wereld van een blinde een andere dan de wereld waarin een ziende leeft? Krijgen Bijbelteksten over blindgeborenen ook een andere betekenis? Welke rol kunnen jongeren vervullen bij het begrijpen van blinden? In gesprek met Marco Elenbaas (37) over zijn leven als blinde.
Marco wordt op 7 april 1971 in Poortvliet geboren als een na jongste in een gezin met vijf kinderen. Vanaf zijn geboorte is Marco volledig blind. Thuis en op de kleuterschool wordt begeleiding geboden door Bartimeüs; een instituut dat slechtziende en blinde mensen ondersteunt. Als Marco zes is, verblijft hij door de week in het internaat van Bartimeüs in Zeist, waar hij zijn lagere en middelbare school doorloopt. Daarna volgt hij verschillende andere opleidingen. Marco werkt nu bij het arbeidstrainingcentrum Scheldestromen in Kapelle-Biezelinge.
Sinds bijna tien jaar woont hij op zichzelf in Scherpenisse. Naast een blindengeleidehond maakt hij gebruik van multimedia aanpassingen, zoals een computer en telefoon die via braille en synthetische spraak werken. Zo voert Marco zijn sms-berichten in. Vervolgens is het mogelijk deze smsjes door middel van een computerstem voor te laten lezen. Daarnaast gebruikt Marco andere ‘handigheidjes’, zoals een ‘sprekende’ wekker en een horloge waarbij je de cijfers kunt voelen.
Wat betekent het blind geboren te zijn?
“Hoe kan ik weten wat het is om te kunnen zien? Dat is hetzelfde als aan een enig kind vragen wat het zou betekenen broertjes of zusjes te hebben. Ik weet wel dat ik anders dan anderen ben en tot op zekere hoogte in mijn eigen wereldje leef. Maar ik sta er heel vaak niet bij stil dat ik blind ben en wat dat betekent. Pas las ik een gedeelte over de schoonheid van de schepping uit het dagboek, gebaseerd op de Redelijke Godsdienst van Á Brakel.. Mijn vriendin vroeg: ‘Hoe is het voor jou dat te lezen, als je niet kunt zien?’ Ik weet - door middel van het gevoel, geuren en geluiden - hoe mooi de schepping is. Beleven gaat veel dieper dan waarnemen. Toch is het ook onmogelijk voor mij om me te kunnen verplaatsen in wat ‘zien’ betekent en kunnen andere mensen zich niet verplaatsen in het blindzijn. Zien doe je niet alleen met je ogen. Zo is de stem van mensen voor mij heel belangrijk, omdat dit als het ware hun ‘foto’ voor mij vormt. Als je wilt weten hoe het is blind te zijn, ben je er dan ook niet met het dichtdoen van je ogen. Hoe teken je als ziende voorwerpen zoals een auto? Als ik alleen dat gedeelte van het voorwerp zou kunnen voelen dat je hebt getekend, zou ik me niet kunnen voorstellen wat dat voorwerp is. Ik heb namelijk een driedimensionale versie nodig. Omdat details heel belangrijk voor mij zijn.”
Wat betekenen Bijbelteksten over blindheid, zoals de tekst: Hij dan antwoordde en zeide: Of Hij een zondaar is, weet ik niet; een ding weet ik, dat ik blind was, en nu zie (Johannes 9: 1)?
“Bijbelteksten die betrekking hebben op het blind-zijn, hebben voor mij een behoorlijk negatieve lading. Ik weet niet goed wat ik me erbij voor moet stellen als ik weer zou kunnen zien. Zie je alleen met je ogen? Ik ben van mening dat zien niet altijd alleen een activiteit is die je met je ogen moet verrichten. Met alleen kunnen zien, ben je namelijk niet klaar; zeker niet als je blind geboren bent, zoals ik. De dingen die je waarneemt, moet je ook nog kunnen begrijpen. Van het kleinste dingetje weet ik nog niet eens hoe het er uitziet. Ik weet niet wat licht en donker is en kleuren zeggen me ook niets. Zelfs personen, al staan ze nog zo dicht bij me, zal ik met alleen zicht niet kennen. Als ik ineens zou kunnen zien, zou ik zo’n brok informatie te verwerken krijgen, dat ik er psychisch onderdoor zou gaan. Zelf zou ik dus alleen om die reden niet willen zien. Dat zou ik, denk ik, echt niet aankunnen. Zou de blindgeborene, waar hierover gesproken wordt daar ook van genezen zijn?”
Hoe was het om als refo-jongere op de algemeen christelijke blindenschool van Bartimeüs te zitten?
“De overgang van de besloten gemeenschap van Sint Annaland, waar we zondags nog Datheen zingen, naar een algemeen christelijke omgeving waarin televisie en andere wereldse gewoonten heel normaal zijn, was niet altijd makkelijk. Eigenlijk leef je voortdurend in twee culturen en hoor je nergens bij. Niet bij de wereld en niet bij de kerk. Daarnaast behoor ik als blinde ook niet tot de wereld waartoe de meeste mensen behoren, namelijk de wereld waarin ‘zien’ de norm is. Die verschillende culturen en werelden leveren soms behoorlijke verwarring op. Tijdens mijn puberteit leek het alsof ik mij vervreemdde van mijn milieu van herkomst, maar terugkijkend op mijn leven mag ik toch wel zeggen dat de Heere mij bewaard heeft afstand te nemen van de kerkelijke wereld. De afgelopen jaren heeft het geloof meer inhoud voor mij gekregen. In dit verband vind ik Psalm 139 ook zo mooi, waarin staat hoe volmaakt God ons kent in onze gedachten, woorden en werken. Met name in de eerste verzen vind ik dat heel duidelijk naar voren komen. Dat kan een geruststelling zijn, maar tegelijkertijd vind ik dat ook beangstigend, want wie zal bestaan voor Zijn toorn?”
Wat betekenen jongeren voor u?
“Jongeren stellen vaak eerlijke vragen en niet van die op zichzelf goedbedoelde, maar soms domme standaardvragen zoals volwassenen soms kunnen doen. Ik vind het ook heerlijk als jongeren gewoon ‘tot ziens’ tegen me zeggen en hier vervolgens niet van schrikken. Hoewel ik niet kan zien, is dat toch ook mijn woordgebruik.”
Behandelen mensen u anders omdat u blind bent?
“Mijn grootste probleem is dat mensen zo makkelijk voor mij invullen en mij als bijzonder beschouwen. ‘Wat knap dat je braille kunt lezen’, wordt er dan gezegd. Ze staan er dan niet bij stil, dat ik dit al vanaf mijn kinderjaren doe. Mijn reactie is dan: ‘Wat knap dat jullie een leeg blad kunnen lezen’. Ook zijn er altijd mensen die denken dat je de weg kwijt bent. Sommigen pakken zelfs mijn arm beet om me te helpen met oversteken, terwijl ik dat helemaal niet van plan was. Dat is soms wel moeilijk, want als je soms wel écht de weg kwijt bent, ben je ook weer blij dat iemand je vraagt om te helpen. Ik probeer mensen zo min mogelijk af te snauwen als ze weer eens met de zoveelste standaardvraag komen, zoals: ‘Oh, zo’n blindengeleidehond mag je eigenlijk niet aaien hè. Hoe gaat dat nou het trainen van blindengeleidehonden?’ Omdat ik mezelf als een vertegenwoordiger van de doelgroep beschouw, probeer ik om in mijn handel en wandel te laten zien dat blinde mensen ook gewone mensen zijn. Dat vereist wel geduld en een groot incasseringsvermogen. Vaak zien mensen je toch als iemand van een andere planeet. Zo vroeg een medevakantieganger eens aan een vriendin van me: ‘Kan hij dit en kan hij dat?’ Ik heb die persoon toen beleefd, maar haarscherp in de derde persoon geantwoord wat ‘hij’ wel en niet kan. Ik zou wel aan iedereen willen vragen: ‘Behandel blinden als gewone mensen’.”
www.louisbraille.nl
www.bartimeus.nl
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 maart 2009
Daniel | 36 Pagina's