Bidden in de Bijbel
Jezus Zelf zocht de stilte op
De biddag in het vooruitzicht geeft je een reden om bijzonder met het gebed bezig te zijn. “Een christen is een bidder,” zegt Wilhelmus à Brakel in zijn bekende boek De Redelijke godsdienst. Hij bedoelde niet alleen op een biddag. De Bijbel raadt aan voortdurend te bidden. Paulus schrijft het zo vaak: Volhardt in het gebed, biddende te allen tijd, houdt sterk aan in het gebed. Daniël over bidden.
Alleen bidden
Misschien heb je wel eens in een preek gehoord, dat de dominee het had over een ‘binnenkamer’. Misschien vroeg hij of je ook een binnenkamer had. Hopelijk kon je daar ‘ja’ op zeggen. Ook de Heere Jezus Zelf vertelt in Zijn Bergrede over een binnenkamer. In plaats van midden op de straat te staan bidden, zoals vaak gebeurde, geeft Jezus Zijn discipelen de raad (Mattheüs 6: 6) in huis te gaan. ‘Doe de deur achter u dicht en bidt tot uw Vader in de hemel’. Zo deed Daniël dat en zo klom Petrus bij Simon de lederbereider op het dak om te bidden. Zo’n heel praktisch advies geeft de Heere ook jou. Als jij je terugtrekt in je kamer en de deur dichtdoet, wil je je eigenlijk afsluiten van allerlei dingen die je kunnen afleiden. Je zoekt de omgang met God. Je kunt immers je hart niet uitstorten voor de Heere, waar anderen bij zijn. En wellicht heb je dingen voor de Heere te belijden, waarvan je niet wilt dat de mensen ze horen. Jezus Zelf zocht ook de stilte en de eenzaamheid op. Hij klom op een berg om te bidden en bleef daar in de nacht (Mattheüs 14: 23). In Gethsémané liep Hij verder de hof in, om eenzaam te strijden onder Gods toorn. Misschien ben je zelfs in je binnenkamer nog afgeleid. Bruist je hoofd nog van gedachten. Denk je tijdens het bidden nog aan dingen die je straks wilt gaan doen. Kun je je gedachten moeilijk bij het bidden houden? Belijd dan ootmoedig die schuld voor de Heere in je gebed. Guido Gezelle, een Vlaamse dichter, nam de wereld ook mee zijn binnenkamer in. Hij schreef: “Gij badt op eenen berg alleen, en… Jesu, ik en vind er geen waar ‘k hoog genoeg kan klimmen om u alleen te vinden: de wereld wil mij achterna, alwaar ik ga of sta of ooit mijn oogen sla.” En hij eindigt: “O leer mij, arme dwaas, hoe dat ik bidden moet!”
Ootmoedig bidden
In 2 Kronieken 20 lezen we een bijzondere geschiedenis. Josafat, de koning van de twee stammen, wordt aangevallen door vier landen. Moab, Ammon, Syrië en Edom trekken met hun legers vanaf de Zoutzee richting Jeruzalem. Als Josafat dat van zijn boodschappers heeft gehoord, vervult angst zijn hart. Hoe zal hij het tegen dat geweldige leger kunnen opnemen? Josafat gaat ermee naar de Heere. Samen met het volk roept hij in de tempel tot God. Josafat is ervan overtuigt dat hij naar de Heere toe moet gaan. Hij noemt Hem: HEERE, God in de hemel, de Heerser over alle koninkrijken der heidenen.Josafat is er diep van doordrongen tot een heilig, machtig en groot God te vluchten. Vurig bidt hij om Gods hulp. Hij beseft namelijk goed dat hij en zijn volk geen kracht en wijsheid hebben, om tegen de vijand te vechten. Dat belijdt hij ook voor de Heere: O, onze God, zult Gij geen recht tegen hen oefenen? Want in ons is geen kracht tegen deze grote menigte die tegen ons komt; en wij weten niet wat wij doen zullen, maar onze ogen zijn op U. Josafats gebed is een voorbeeld van ootmoed: groot van God denken en klein van zichzelf. Josafat bad om een plaats voor Israël in het land, een plaats voor Gods Naam in de tempel. Ootmoedig was ook de tollenaar in de tempel. Hij kende zich als een zondaar, die in nood was en zijn ellendigheid beleefde. Vlucht jij ook vanuit dat besef tot de Heere? Jezus zelf bad in ootmoed tot Zijn Vader: Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat deze drinkbeker van Mij voorbijgaan; doch niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt. Hij bad ootmoedig tot Zijn Vader, zodat zondaren vrijmoedig in Christus tot hun Vader mogen gaan.
Vrijmoedig bidden
Wij gebruiken het woord ‘vrijmoedig’ bijna nooit. Vrijpostig gebruiken we wel eens. Een vrijpostig kind is een brutaal kind, zonder schaamte en ontzag. Vrijpostig bidden is het tegengestelde van ootmoedig bidden. Vrijmóedig bidden is tot de Heere gaan zonder schroom. Onbevangen, als een kind, dat iets vraagt aan moeder. In Hebreeën 4:16 staat een tekst die je vast wel kent: Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden, om geholpen te worden ter bekwamer tijd. Paulus vergelijkt in de brief aan de Hebreeën de hogepriester in de tabernakel met Christus, de echte Hogepriester. Wat al die hogepriesters niet konden met hun offers, namelijk de zonden vergeven, kon Jezus wel. Jezus offerde Zichzelf. Hij ging tot die troon van genade, maar kreeg geen toegang van Zijn Vader. Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten? Omdat Jezus geen toegang kreeg, mogen zondaars, ziende op Christus, vrijmoedig toegaan tot die troon der genade. Als je merkt dat je eigen wegen tot God doodlopen en je niet bij God brengen, is daar Christus, die roept: Ik ben de Weg (Johannes 14:6). En zo wat gij begeren zult in Mijn Naam, dat zal Ik doen; opdat de Vader in den Zoon verheerlijkt worde (Johannes 14: 13).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 maart 2009
Daniel | 36 Pagina's