Het sprookje van de muizenval
“Veel biologische systemen zijn ‘onherleidbaar complex’”
Mensen, dieren en planten: al het leven op aarde is geleidelijk ontstaan door ‘natuurlijke selectie’. Dat was tenminste het idee van Charles Darwin. En dat is nog steeds de kern van de evolutietheorie. Maar kan ‘alles’ geleidelijk ontstaan? Lees het sprookje van de muizenval.
Er was eens een muis. Het beestje woonde sinds kort in een oude villa, ergens aan de rand van de stad. Het gebouw kraakte aan alle kanten, de deuren piepten en de vloeren kierden. Voor de muis was er geen betere plek. Zonder gezien te worden, kon hij overal komen. Vooral de voorraadkast was een perfecte plek om zijn buikje rond te eten. De bewoner van het huis was een oude, beetje dove, maar deftige man. Hij deed niets liever dan de hele dag boeken lezen. Alleen om boodschappen te doen, ging hij af en toe de deur uit. Op een dag zag de man de muis lopen. Het beestje glipte net de voorraadkast uit op het moment dat de man de trap af kwam. De oude man werd woest. “Wacht maar! Ik krijg je wel,” schreeuwde hij. En ergens in de schuur achter het huis, ging de man op zoek naar een muizenval.
Ongestoord
Helaas, tussen de rommel in de schuur kon de man de muizenval zo één-twee-drie niet vinden. Uiteindelijk vond hij wat. Zou-ie het nog doen? De man plaatste het ding snel in de voorraadkast. Maar de volgende dag zat er geen muis in de klem. Wel was er weer gesnoept. De man pakte de muizenval en toen hij dat deed, zag hij dat de veer van de val kapot was. Hij gooide de val in de prullenbak. De man besloot gelijk een nieuwe muizenval te kopen bij de doe-hetzelfzaak. Thuis gekomen, plaatse hij de val weer in de kast. Toch zijn grote verbazing bleek de volgende dag de val weer leeg te zijn. “Hoe kan dat nou?” mompelde de man. “Is die muis mij toch te slim af?” Maar toen de man goed naar de val keek, zag hij dat er iets mis was. Het houten plankje waar de kaas op lag, paste niet goed en klemde een beetje. De muis had ongestoord zijn buikje vol kunnen eten. De tweede val kwam ook in de prullenbak. Opnieuw ging de man naar de winkel. Dit keer probeerde hij de val uit: en ja, het ding werkte. Eind goed, al goed. Tenminste, voor de man. Niet voor de muis. Die leefde niet lang en ook niet gelukkig.
Geen evolutie
Het idee van de onbruikbare muizenval is afkomstig van de Amerikaanse biochemicus Michael Behe. Hij schreef in 1996 een boek, dat in 2005 (opnieuw) in het Nederlands verscheen onder de titel Intelligent Design. De zwarte doos van Darwin. In zijn boek zegt Behe dat er in de natuur ‘onherleidbaar complexe systemen’ zijn. In zo’n systeem zijn alle onderdelen nodig zijn om het te laten functioneren. “Welk onderdeel kan worden gemist? Als het hout ontbreekt, is er niets waarop de andere delen kunnen worden bevestigd. Als de klem ontbreekt, kan de muis de rest van de avond een dansje uitvoeren op de houten basis zonder gevangen te worden. […] Als de pal of metalen haak tussen pal en hout ontbreekt, zal de klem op het hout neerdalen zodra wij hem loslaten; als we de val in die hoedanigheid willen gebruiken, zullen we de muis eerst moeten vangen om hem vervolgens met de hand onder de klem te kunnen zetten.”
Oftewel: haal één onderdeel weg uit alle onderdelen en de val wordt nutteloos.
Bloedstolling
Het voorbeeld van de muizenval maakt veel duidelijk. Volgens de evolutietheorie zijn dingen geleidelijk ontstaan doordat de natuur zich aanpaste. ‘Survival of the fittest,’ wordt dat genoemd: alleen de best aangepaste dieren en planten overleven. En zoals de man uit het voorbeeld de kapotte muizenvallen weggegooide, zo ‘gooit’ de natuur veranderingen die niet werken in dieren of planten weg. Dieren en planten die niet zijn aangepast, overleven niet. Maar, zegt Behe, er zijn dingen in de natuur die het óf helemaal doen óf helemaal niet doen. Zeg maar: een beetje muizenval is geen muizenval. Voorbeelden die Behe noemt van die ‘onherleidbaar complexe systemen’ zijn onder ander trilhaartjes in het menselijk lichaam en de menselijke bloedstolling. Iemand moet dus een muizenval hebben gemaakt die in één keer goed werkte – ook al trekt Behe die conclusie niet direct. Iemand heeft die trilhaartjes gemaakt. Of beter: iemand heeft die trilhaartjes geschapen. In de Bijbel staat dat God dat deed. Niet door geleidelijke evolutie die duizenden jaren duurde, maar in zes dagen. Hoe God dat deed? De Heere zegt tegen Job: ‘Waar was je toen Ik de aarde grondde?’ En het antwoord? Toen antwoordde Job den HEERE en zeide: Zie, ik ben te gering; wat zou ik U antwoorden? Ik leg mijn hand op mijn mond. Die bescheiden houding van Job is zo verkeerd nog niet. Dan overheersen verbazing en verwondering over Wie God is en wat Hij doet. Als Schepper en Onderhouder van planten, dieren en mensen, die heel wat complexer zijn dan een muizenval.
Bij Daniël tref je het boekje Schepping of evolutie? aan. Het Deputaatschap voor Evangelisatie heeft in het kader van het Darwinjaar dit boekje gratis ter beschikking gesteld voor alle Daniël-abonnees.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 maart 2009
Daniel | 36 Pagina's