JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Bankieren in het jaar nul

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bankieren in het jaar nul

Tollenaars meer ondernemer dan ambtenaar

5 minuten leestijd

“Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker.” Belasting betalen is niet leuk. Maar de betaalde belasting komt bij minster Bos, geen twijfel mogelijk. Daniël zoomt in op tollenaars in het Nieuwe Testament en het belastingsysteem van de Romeinen. Dat systeem was niet makkelijk. En niet eerlijk.

Rond het jaar nul was het Romeinse rijk erg machtig. De legers bezetten grote delen van Europa, Noord-Afrika en het Midden- Oosten. Het rijk was zo groot, dat de Romeinen in Italië zelf geen belasting hoefden te betalen. Vanaf het jaar 167 voor Christus kwam al het geld uit de veroverde provincies. Dat geld werd niet ingezameld door een belastingdienst zoals Nederlanders die nu kennen. De Romeinen bedachten een ander systeem: de gouverneur van een provincie verkocht of verpachtte de rechten om belasting te heffen aan ‘tollenaars’. Alleen rijke mensen konden hieraan mee doen, want het bedrag moest direct worden betaald. Omdat dit in feite een lening aan de staat was, kregen deze belastinginners – de tollenaars – rente over dit bedrag. Dit systeem was zowel voor de Romeinse staat als voor de tollenaars zeer aantrekkelijk. De staat ontving een gegarandeerd vast inkomen, zonder de lasten te hebben van een eigen belastingdienst en administratieve rompslomp. De tollenaar garandeerde een bepaald bedrag voor de Romeinse staatskas, maar alles wat hij meer kon heffen was winst. Hij liep ook een risico: het kon zijn dat hij minder geld ophaalde. Dat verschil moest hij dan zelf bijpassen. Dat gebeurde niet vaak: de tarieven werden wel van hogerhand voorgeschreven, maar vaak willekeurig toegepast.

Bankiers
Rijke tollenaars kochten de rechten voor een groot gebied en verkochten die in stukjes door aan andere tollenaars. Waarschijnlijk was Zacheüs zo’n tollenaar. Van hem zegt Lucas dat hij een overste der tollenaren was. En veel geld had hij ook: en hij was rijk. De tollenaars inden verschillende soorten belasting. Van Levi – later: Mattheüs – is bekend dat hij tolbelasting inde. Hij zat in het tolstation van Kapernaüm. Dat stadje lag langs de hoofdweg van Syrië naar Egypte. Voor alle goederen die daar langskwamen, moest belasting worden betaald. In Markus 12: 14 gaat het over schatting. Hiermee wordt vermogensbelasting bedoeld. De farizeeën vroegen aan Jezus: Is het geoorloofd de keizer schatting te geven, of niet? Iedere Jood moest namelijk aan de keizer elk jaar een denarie – een munt die ongeveer een dagloon waard was – betalen. Andere tollenaars inden grondbelasting, in geld of natura. De tollenaars ontvingen ook belasting in natura en verkochten die goederen voor geld. Ze investeerden hun winst in allerlei projecten en leenden geld uit tegen een rente van 4 procent per maand. Of meer. Tollenaars waren in feite de bankiers van de oudheid.

Vijand
De Joden noemden tollenaren in één adem met hoeren en zondaren. Ziet daar, een Mens, Die een vraat en wijnzuiper is, een Vriend van tollenaren en zondaren, riepen de Farizeeërs verontwaardigd uit. Tollenaars werden zo veracht dat hun geld door de Joden niet als aalmoes werd aanvaard. En in de rechtszaal was hun getuigenis niet geldig. Ook was het verboden met hen om te gaan. Waarom haatten de Joden de tollenaars zo? Van alles wat de Romeinse overheersing met zich meebracht, hadden de Joden het het moeilijkst met de belastingen. Het geld ging naar Rome en werd gebruikt voor de legers van de vijand. De Joden betaalden zo de bezetting van hun eigen land. Een groep Joden was zelfs principieel tegen het betalen van belasting aan de keizer. Zij wilden geen andere heerser erkennen dan God. Deze groep veroorzaakte zelfs oproer. De vraag of het geoorloofd is de keizer schatting te geven was dus een spannende vraag in Judea. Veel tollenaars waren oneerlijk. Ze eisten teveel geld en staken dat in hun eigen zak, vroegen woekerrentes en maakten zich schuldig aan afpersing. Niet voor niets zei Zacheüs na zijn bekering: en indien ik iemand iets door bedrog ontvreemd heb, dat geef ik vierdubbel weder. En toen de tollenaars aan Johannes de Doper vroegen wat ze moesten doen, zei hij: eis niet meer geld dan je mag vragen.

Zondaar
Het is goed te begrijpen dat de Joden deze mensen minachtten. Jezus verwijst daar ook naar in Mattheüs 18: zondaren die niet luisteren naar waarschuwingen komen uiteindelijk buiten de gemeente van Christus te staan. En indien hij denzelven geen gehoor geeft, zo zeg het der gemeente; en indien hij ook der gemeente geen gehoor geeft, zo zij hij u als de heiden en de tollenaar (vers 17). Maar daarom is het confronterend dat de Bijbel vaak positief spreekt over tollenaars. Deze vrienden van de vijand stelde de Heere Jezus tegenover de zogenaamd rechtvaardige Farizeeërs. Jezus minachtte de tollenaars niet. De eerste vier discipelen die Hij riep, waren vissers. De vijfde was een tollenaar. De Heere Jezus haatte dus wel de zonde van de tollenaars, net als andere zonden, maar niet de zondaar. In Lukas 19 vertelt Jezus de gelijkenis van de Farizeeër en de tollenaar. Het gebed van de tollenaar was kort, korter dan dat van de Farizeeër. Hij smeekte slechts: O God! wees mij zondaar genadig! En God hoorde hem.

Deze tollenaar noemde zich zondaar. Alleen bepaalde mensen stonden als zondaars bekend in Jezus’ tijd, maar Jezus zegt dat alle mensen zondaars zijn. De Farizeeërs riepen uit: Wat is het, dat Hij met de tollenaren en zondaren eet en drinkt? Jezus antwoordt: Die gezond zijn, hebben de medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn. Ik ben niet gekomen, om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 2009

Daniel | 40 Pagina's

Bankieren in het jaar nul

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 2009

Daniel | 40 Pagina's