De Bevrijder van Israël
De openbaring van Mozes (2). Exodus
Wie is de HEERE? Hoe maakt Hij Zich bekend? Op welke wijze kan ik Hem kennen? Het zijn voor velen vragen die niet meer van deze tijd zijn. In de wereld van vandaag lijkt er geen plaats meer te zijn voor de openbaring van God. Maar als er één ding duidelijk is in het boek Exodus is het dit: de Heere is de levende en sprekende God, de Bevrijder van Israël.
Vele eeuwen heeft het volk sinds Jozef in Egypte gewoond. Sinds die tijd zijn de omstandigheden van het volk totaal veranderd. De Egyptenaren zijn het volk in Gosen als een bedreiging voor hun land gaan zien. Het volk wordt zwaar onderdrukt. De Israëlieten zijn hun leven en dat van hun kinderen niet zeker. De HEERE hoort echter hun gekerm en Hij gedenkt aan Zijn verbond. In de geboorte van Mozes heeft de Heere de verlossing van het volk voorbereid. Als Mozes op zijn tochten bij de Horeb komt, ziet hij een braambos in lichterlaaie staan, maar verteert niet. Dit braambos laat zien dat de heilige God wil wonen temidden van een zondig volk. Bij dit braambos maakt God Zich bekend. Zijn Naam is HEERE (met allemaal hoofdletters). Dat betekent: IK ZAL ZIJN DIE IK ZIJN ZAL. Zijn Naam is de samenvatting van al Zijn beloften. De HEERE roept Mozes om het volk Israël uit Egypte te leiden. Onder grote wonderen en tekenen verlost Hij Zijn volk. Opnieuw openbaart de HEERE Zich aan Zijn volk bij de berg Horeb. Vanaf deze berg spreekt God: Ik ben de HEERE, Uw God, die u uit Egypteland uitgeleid heb. De HEERE geeft hier Zijn volk Zijn wet. Deze woorden stellen zondaren schuldig. De Heere plaatst het volk door de wet onder strenge bewaring tot op de komst van Christus. De Heere doet echter daarmee Zijn belofte niet teniet. Want door de tralies van de kerker van de wet vallen in de ceremoniën van de tabernakeldienst die God instelt, de stralen van Christus in de belofte. De HEERE sluit op deze plaats Zijn verbond met het volk. In deze verbondssluiting is te zien dat de gemeenschap tussen God en Zijn zondige volk alleen mogelijk is in de weg van de bloedstorting. Of het volk inderdaad zo zondig is? Als Mozes nog op de Horeb is, komt het volk tot de zonde met het gouden kalf. Op de berg worstelt Mozes als de middelaar van het Oude Testament voor het behoud van het volk. Als de HEERE voorbijtrekt aan Mozes en Zijn Naam voor Hem uitroept, maakt Hij de rijke en diepe betekenis daarvan bekend: HEERE, HEERE, God barmhartig en genadig; lankmoedig en groot van weldadigheid en waarheid, Die de weldadigheid bewaart aan vele duizenden, Die de ongerechtigheid en overtreding en zonde vergeeft, Die de schuldige geenszins onschuldig houdt, bezoekende de ongerechtigheid der vaderen aan de kinderen en aan de kindskinderen, in het derde en in het vierde lid. Tegen de donkere achtergrond van de zonde en de verdiende straf schittert in deze Naam de genade en de heerlijkheid van God, Die ten volle geopenbaard is in de Heere Jezus. Wanneer de Kerk de stem van de levende God hoort, stamelt ze het Guido de Brès na: ‘Wij geloven allen met het hart en belijden met de mond dat er is een enig en eenvoudige geestelijk Wezen, Hetwelk wij God noemen’ (Nederlandse Geloofsbelijdenis, art. 1).
Informatie
Schrijver Mozes
Tijd 15-14e eeuw v. Chr.
Adres De Israëlieten in de tijd van Mozes en daarna.
Thema Verlossing
Inhoud
1:1-15:21 De verlossing uit de slavernij in Egypte
15:22-19:25 De voorbereiding op de wetgeving op de Sinaï
20:1-31:18 Gods openbaring op de Sinaï; tien geboden; tabernakelwetten.
32:1-34:15 Israëls zonde en Mozes’ voorbede
35:1-40: 38 De bouw van de tabernakel
Kerntekst Exodus 2:34-35
En God hoorde hun gekerm en God gedacht aan Zijn verbond met Abraham, Izak en Jakob. En God zag de kinderen Israëls aan en God kende hen.
Leeswijzer
Roeping van Mozes 3, 4
De plagen over Egypte 7-12
Instelling van het Pascha 12
Het lied van Mozes en Mirjam 15
De Tien Geboden 20; Deut. 5
Zonde met het gouden kalf 32-34
Sluiting en vernieuwing van het verbond 24, 34
De tabernakel 25-31; 35-40
Lijn naar het Nieuwe Testament
De Godsnaam komt in het Nieuwe Testament terug. In zeven Ikben- woorden maakt de Heere Jezus Zichzelf bekend als de eniggeboren Zoon van God. In Hem is de genade en de heerlijkheid van God volkomen geopenbaard, Johannes 1: 14 en 18. Zinspelingen op de Godsnaam zijn te vinden in Hebreëen 11:6 en Openbaring 1:8. De geboden van God keren ook terug in het Nieuwe Testament. De wet is de tuchtmeester tot Christus, Galaten 3: 24.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 2009
Daniel | 40 Pagina's