JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

“Altijd vrienden om mij heen”

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

“Altijd vrienden om mij heen”

Het schippersinternaat van Nelleke, Adriaan en Esther

4 minuten leestijd

Nelleke Verboom (15), Adriaan den Herder (15) en Esther Hollebrandse (16) zitten op een internaat voor schipperskinderen in Dordrecht. Daniël ging bij ze op bezoek. “Je moet leren delen”. En: “De regels zijn een tikkeltje strenger.” Maar ruilen met iemand op de wal? Esther: ‘Ik moet er niet aan denken een week zonder mijn vriendinnen van het internaat te zijn.’

Veel schipperskinderen gaan vanaf hun zesde jaar naar het internaat. Al vanaf hun zesde wonen Nelleke, Adriaan en Esther in het internaat. “Daarvoor waren we nog aan boord en deed mijn moeder kleuterwerkjes met me, die ze opgestuurd kreeg,” zegt Nelleke. “Toen ik naar groep drie ging, moest ik naar het internaat. Dat vond ik echt niet leuk,” vult Esther aan. Terwijl kinderen van schippers op het internaat wonen, zijn hun ouders met het schip – zeg nooit: ‘boot’ – onderweg. “Mijn ouders zijn vaak in Frankrijk,” zegt Adriaan. “Je kunt niet op het schippersleven rekenen,” vertelt Nelleke. “Het ligt er maar net aan waar ze moeten laden of lossen.” “Ons schip ligt nu in Zwijndrecht,” zegt Esther, “want wij hebben daar een huis. Daar ben ik ook op zaterdag en zondag. Maar soms moeten we op vrijdag uit het internaat eerst naar Duitsland rijden, omdat het schip daar in een haven ligt.”

Computer
Contact met hun ouders hebben ze alle drie per telefoon. Nelleke: “Op woensdagavond belt mijn moeder altijd op m’n mobiel. Als ik iets te vertellen heb, stuur ik een sms’je.” “Mijn moeder belt ook altijd op woensdag,” zegt Adriaan. “Dat gaat via de groepstelefoon, van onze verdieping.” Opgroeien in een schippersinternaat is wel wat anders dan in een gezin aan de wal. “Hier heb ik altijd vrienden om mij heen,” vertelt Esther. “Vorig jaar sliepen we met z’n vieren op een kamer. Nu met z’n tweeën.” “Nee, je bent hier nooit alleen,” vult Adriaan aan. “Je kunt ook niet altijd je eigen gang gaan. Je moet dingen delen. Op onze groep van vijftien jongens en meiden zijn drie computers.” Nelleke: “Je kunt niet lekker een spelletje op de computer doen, als anderen op de computer wachten voor hun schoolwerk.”

Regels
Thuis zorgen je vader en moeder voor je, maar op het internaat zijn er juffen en meesters om die taak over te nemen. “Je hebt wel een band met de leiding,” zegt Esther. “Je kunt niet afstandelijk met elkaar omgaan. De leiding heeft een begeleidende rol en stuurt je bij. Soms moet je je verhaal kwijt. Maar ze kunnen je ouders nooit vervangen.” “Meestal gaat het wel goed,” merkt Adriaan op. “Soms heb je botsingen, maar dat heb je thuis ook wel eens.” Overal zijn regels, op een internaat dus ook. Om kwart voor tien moet je naar je kamer en om kwart over tien moet je op bed liggen. Nelleke: “Er zijn ook regels over make-up, kleding of oorbellen. Van die grote ringen in je oren mag hier niet.” Adriaan: “Ik denk dat de regels op het schippersinternaat een tikkeltje strenger zijn.”

Fitness
Op de vraag of er in het internaat leuke dingen gebeuren, knikken Nelleke, Adriaan en Esther.”Als je jarig bent, mag je twee taarten uitzoeken,” zegt Adriaan, die net jarig is geweest. “Die maakt de kok dan. Je mag dan ook eten uitzoeken: patat of lasagne.” “Wij hebben op onze verdieping een spelletjeskamer,” zeggen Esther en Adriaan. “Daar kun je tafelvoetballen, sjoelen of darten. Er staan ook fitnessapparaten. En soms gaan we met korting naar de kunstijsbaan.” Alle drie hebben ze huiswerk te doen. Nelleke: “’s Avonds is er een studie-uur.” “Dan is het stil op de groep,” vult Adriaan aan. “Nou ja. Rustiger,” zegt Esther. Nelleke: “Je mag dan niet van de groep af.” “Het is vaak veel te gezellig,” zegt Esther. “We kletsen lekker lang met alle meiden op een kamer.”

Ruilen met de wal?
Esther, Nelleke en Adriaan zijn het er wel over eens: “Wij zijn positief over het internaat.” Op de vraag of ze zouden willen ruilen met iemand die op de wal woont, schudden ze alle drie hun hoofd. “We zijn het nu gewend,” zeggen Nelleke en Esther. Nelleke: “Ik moet niet denken aan een week zonder mijn vriendinnen van het internaat. Die vind ik echt heel belangrijk.” Adriaan zou ook niet willen ruilen: “Als je wilt voetballen, heb je in een minuut een paar jongens. Aan de wal moet je eerst iedereen langs. Je weet trouwens ook niet beter dan hier te wonen.” Esther zegt: “Soms wil ik wel ruilen. In het weekend heb je aan boord niet veel te doen. Je kunt niets afspreken, omdat je niet altijd weet of je aan boord bent, of thuis in Zwijndrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 januari 2009

Daniel | 36 Pagina's

“Altijd vrienden om mij heen”

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 januari 2009

Daniel | 36 Pagina's