JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Genieten in eeuwigheidslicht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Genieten in eeuwigheidslicht

Calvijn: geen overdaad, maar maat houden

7 minuten leestijd

Hoe dacht Johannes Calvijn over aardse goederen en het gebruik ervan? In de Bijbel staat dat God hemel en aarde heeft geschapen. De mens mag de aarde gebruiken. Maar Genesis 3 beschrijft ook de zondeval. Sinds die val loert steeds het gevaar dat mensen helemaal opgaan in het aardse, in geld en goed. Het is daarom nodig op dit terrein “de voet stevig neer te zetten” om “veilig te kunnen gaan.”

Genieten is een woord dat verschillende gedachten oproept. Het betekent eigenlijk genot smaken, iets fijn vinden. In de Bijbel komt het woord op verschillende manieren voor. In negatieve zin bijvoorbeeld in Hebreeën 11: 25, waar het gaat over de genieting der zonde. Maar het woord komt ook in positieve zin voor. Paulus schrijft aan Timotheüs dat God ons alle dingen rijkelijk verleent om te genieten (1 Timotheüs 6: 17). De kanttekenaar voegt aan het woordje genieten nog waarschuwend toe: ‘met dankbaarheid en matigheid’. Bij een woord als genieten is het nodig goed te luisteren naar de Bijbel. Calvijn heeft het over een “glibberig terrein” (Institutie 3.10.1) waarin mensen naar “beide zijden kunnen hellen naar een val”.

Luisteren
Het luisteren naar de Bijbel en wat Calvijn daarover zegt, is niet zo eenvoudig als het misschien lijkt. Er is namelijk een groot verschil in tijd. De Bijbel is meer dan 2000 jaar oud en speelt zich af in de wereld van het Midden-Oosten. Het oude Israël was een agrarische samenleving. In zulke samenlevingen is de vraag naar eten en drinken veel belangrijker dan nu hier in Nederland. Voedsel en deksel waren toen minder vanzelfsprekend. Hongersnood, misoogst en droogte zijn in de Bijbel regelmatig voorkomende zaken. De zestiende eeuw, de tijd waarin Calvijn leefde en werkte, was ook een totaal andere tijd dan vandaag. Het leven was in die tijd een stuk harder. Mensen leefden over het algemeen korter, onder andere door allerlei ziekten. Van Calvijn is bijvoorbeeld bekend dat hij leed aan verschillende kwalen. Ten slotte was er toen ook meer verdriet. Er was veel kindersterfte en het gebeurde regelmatig dat iemand meerdere keren in zijn leven zijn vrouw naar het graf moest brengen. De bekende puritein John Flavel heeft bijvoorbeeld drie keer in zijn leven zijn vrouw moeten begraven. En ook Calvijn heeft zijn vrouw en enig kind verloren. Het spreekt bijna vanzelf dat dit soort zaken invloed hebben op de vraag hoe iemand in het leven staat. Kortom, het is belangrijk dingen te plaatsen in verband met de tijd waarin ze zijn ontstaan. Dat is de context of het verband.

Gevaren
In de Institutie schrijft Calvijn een heel hoofdstuk over het gebruik van de aardse goederen. Calvijn geeft dit hoofdstuk als titel: ‘Hoe men het tegenwoordige leven en zijn hulpmiddelen gebruiken moet’. Dit hoofdstuk vormt het slot van een aantal hoofdstukken die gaan over het leven en de verwachting van een christen op deze aarde. Kennelijk vond Calvijn het nodig op het gebruik van de aardse goederen in te gaan. Eerst wijst Calvijn op sommigen die zo streng zijn dat men zich van alles wil onthouden en slechts het strikt noodzakelijke wil gebruiken. Die houding wijst Calvijn af. Hij geeft heel praktische voorbeelden: bloemen hebben schoonheid en daar mag een mens van genieten. Voedsel is niet alleen tot stilling van de honger, maar ook tot versterking. Calvijn verwijst daarbij naar Psalm 104: en het brood, dat het hart des mensen sterkt (vers 15). Een ander gevaar is de overdaad. Dat is een gevaar dat “velen” in zijn greep heeft. “Maar tegenwoordig houden velen het voor een uitgemaakte zaak, wat ik hun allerminst toegeef, dat deze vrijheid door generlei maatstelling beperkt moet worden, maar dat het aan ieders geweten overgelaten moet worden, dat hij gebruikt zoveel als hij meent, dat hem geoorloofd is” (3.10.1). Calvijn waarschuwt voor overdaad en wijst op het belang van maat houden. Hij geeft een paar concrete regels.

Geschilderde figuren
Het gaat Calvijn om het juiste gebruik van de aardse goederen. De Bijbel is daarvoor de norm. Hij wijst erop dat we steeds het doel in het oog moeten houden dat de Heere met Zijn gaven heeft. Heel concreet past Calvijn dat toe op kleding en uiterlijk. In alles moet dankbaarheid en gehoorzaamheid aan God doorklinken. Maar helaas is het vaak zo anders: “Waar is in de klederen de dankbaarheid tot God, wanneer we door hun kostbare versiering onszelf bewonderen en anderen versmaden? Wanneer we door sier en schittering ons toebereiden tot onkuisheid? Waar is de erkentenis Gods, indien onze harten hangen aan hun luister?” (3.10.3). Calvijn zegt dat sommigen zich veranderen in “geschilderde figuren”. Hij vindt dat dit misbruik bedwongen moet worden. Over actueel gesproken: hoeveel mensen staan niet uren voor de spiegel om zich op te tutten? Met lak, gel, pasta, oogschaduw? Geschilderde figuren. Calvijn heeft er geen goede woorden voor over. Uiteraard is hij niet voor slordigheid en ongemanierdheid. Wel wijst hij op overdaad. Dan verliezen we Gods bedoeling met ons het leven uit het oog.

Eeuwigheid
Waar moeten mensen op letten bij het gebruik van aardse goederen, bij de besteding van geld? Calvijn noemt een aantal duidelijke zaken. Een eerste belangrijke gedachte is het verschil tussen de tijd en de eeuwigheid. Helaas zijn mensen door de zonde gericht op aardse dingen. Calvijn vindt het belangrijk steeds de hemels onsterfelijkheid te overdenken. Als de nadruk in het leven teveel op het aardse komt te liggen, lijden wij schade aan onze ziel. Mensen die in beslag worden genomen door de zorg voor hun lichaam, besteden gewoonlijk niet genoeg aandacht aan hun ziel (3.10.4). Gelovigen moeten daarom “alle lust tot weelde bedwingen” en zo gezind zijn dat ze alles wat kan afhouden van de overdenking van het toekomende leven mijden. Calvijn grijpt hier terug op Paulus. Het leven is voor Paulus Christus en dan is sterven gewin (Filippenzen 1: 21).

Tevredenheid
Tevredenheid is een andere schriftuurlijke regel waar Calvijn op wijst. Onmatige begeerte kan het hart kwellen. Iedereen heeft wel een verlangen naar dingen die hij niet heeft, maar die anderen wel hebben. Calvijn spoort ertoe aan niet teveel te zien op wat anderen hebben. Dat kan een kwelling worden. En wat wordt dat vandaag zichtbaar onder de mensen. Mensen voelen zich vaak tekort gedaan omdat anderen het beter hebben. Tegen dat inhalige denken, waarschuwt Calvijn. Hij dringt er sterk op aan om tevreden te zijn met wat de Heere ons geeft. Voor Calvijn is dat een kenmerk van genade! “Zij, die deze regel houden, hebben geen geringe vordering gemaakt in de school des Heeren” (3.10.5). In aansluiting bij Filippenzen 4:12 roept hij op vergenoegd te zijn met wat de Heere schenkt.

Rentmeester
Aardse goederen zijn er om te gebruiken. Overdaad wordt door Calvijn afgewezen. Alles is bruikleen. Mensen hebben soms veel verstand. Anderen hebben gaven op het terrein van de wetenschap. Weer anderen zijn kundig in werk met hun handen. Christenen zijn wel in deze wereld, maar niet van deze wereld. En over dat alles moet verantwoording worden afgelegd. Mensen zijn rentmeester. Eenmaal zal de Heere tot verantwoording roepen: ‘Wat heb je gedaan met je tijd, geld, gaven?’ Heb je dat allemaal gebruikt voor plezier, eigen eer en aards genot? Dan zal de verantwoording niet goed uitvallen. Dan sta je schuldig. Calvijn wilde krachtig onderstrepen: de mens is rentmeester.

Wachtpost
Tenslotte ziet Calvijn dit aardse leven als een wachtpost. De Heere stelt Zijn kinderen op wacht. De wachtpost moet goed opletten dat er geen verkeerde dingen gebeuren. Het is de roeping van ieder getrouw op zijn post te staan. En Gods kinderen mogen weten dat voor God niets gering en klein is. “Hieruit zal ook een uitnemende vertroosting ontstaan, dat geen werk zo onaanzienlijk en gering zal zijn, dat (wanneer men slechts gehoorzaamt aan zijn roeping) niet in Gods oog schittert en voor kostbaar gehouden wordt” (3.10.6). Genieten en gebruiken zijn woorden die Calvijn aan de Bijbel en aan de kerkvader Augustinus heeft ontleend. Steeds staat dit aardse leven in relatie tot de eeuwigheid. Dat is het belangrijkste. Het gaat niet in de eerste plaats om de vraag: hoe kom ik het leven door? Maar: hoe zal ik dit leven verlaten? In dat licht wordt gebruiken van de aardse middelen relatief. De Bijbel wijst op het verlangen van Gods kinderen. Abraham geloofde in de Heere.Want hij verwachtte de stad, die fundamenten heeft, welker Kunstenaar en Bouwmeester God is (Hebreeën 11: 10).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 2009

Daniel | 36 Pagina's

Genieten in eeuwigheidslicht

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 januari 2009

Daniel | 36 Pagina's