JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

“Wilt u voor me bidden, meester?”

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

“Wilt u voor me bidden, meester?”

Werken tussen refo’s en onchristelijke kinderen

7 minuten leestijd

De ene leerling vertelt in de klas dat hij afgelopen zondag naar Duinrell is geweest, terwijl een andere leerling vertelt dat haar nichtje is gedoopt. “Werken met zowel reformatorische als buitenkerkelijke en allochtone kinderen is een uitdaging en een prachtige kans om het Evangelie door te geven,” aldus groepsleerkracht en adjunctdirecteur Piet Roggeveen. Leerkracht en onderbouwcoördinator Aalke Marije Schra sluit hierbij aan: “De betrokkenheid van allochtone kinderen bij het Evangelie is groot.”

Hoe is de unieke samenstelling van allochtone, onkerkelijke en reformatorische kinderen op één basisschool ontstaan?
Roggeveen: “De Prins Mauritsschool in Delft, waar ik werk, is ruim tachtig jaar geleden opgericht vanuit een missie die de plaatselijke Hervormde kerk had om een christelijke ‘School met den Bijbel’ op te richten in een arbeiderswijk die gebouwd zou worden. Inmiddels zijn we een stad en streekschool waar kerkelijke jongeren uit de omtrek naartoe komen en ook allochtone en onkerkelijke jongeren uit de buurt. Met al die verschillende kleurschakeringen zijn wij een stukje maatschappij in het klein.”

Aalke Marije: “Bij mij op de Eben Haëzerschool in Den Haag is ongeveer vijftien procent van de kinderen niet afkomstig uit een behoudende kerk. Zo hebben wij Egyptische en Chinese kinderen op school. Ook zijn er kinderen die via familieleden of mensen uit hun plaatselijke kerk hebben gehoord dat wij een goede school zijn en zo bij ons terecht zijn gekomen. Het komt wel eens voor dat kinderen rechtstreeks uit Egypte bij ons op school komen, terwijl ze nauwelijks Nederlands spreken.”

Waarom kiezen allochtone en onkerkelijke ouders voor een reformatorische school?
Roggeveen: “Ik herinner me nog goed dat een draaiorgelman met lang haar informatie voor zijn kind kwam vragen. Bij het vertellen over het christelijk karakter van onze school reageerde hij met: ‘Hoe lieflijk hoe vol heilgenot, o HEER’, der legerscharen God, zijn mij Uw huis en tempelzangen’. Wat bleek? Hij had vroeger zelf ook op een christelijke school in Amsterdam gezeten. Ik leg ouders duidelijk uit dat wij op school bidden, zingen en uit de Bijbel vertellen. Hun kinderen horen bij ons over de Heere Jezus. Ouders moeten goed beseffen dat de kinderen ook thuis Bijbelse liederen en Psalmen kunnen zingen of vertellen en vragen over dingen uit de Bijbel. Door vooraf duidelijk te zijn, kun je een hoop narigheid voorkomen. In een gesprek met een iman die zijn kinderen naar onze school wilde sturen, reageerden wij als directie: ‘Jij straks heilige oorlog met ons’. Toch heeft hij de beslissing genomen zijn kinderen naar onze school te sturen. Soms wordt door onkerkelijke ouders gezegd: ‘Dat gedoe over Jezus nemen we op de koop toe, want de school is goed omdat er orde en regels zijn.’ Maar voor ons is deze volgorde precies omgekeerd! Voor veel kinderen is de school een veilig thuis. Zij maken soms heel veel mee. Onlangs vertelde een jongentje over de narigheid die hij meemaakte. De leerkracht vroeg na een gesprek met hem: ‘Zullen we samen bidden en aan de Heere God vragen of hij jou wil helpen?’ De jongen reageerde: ‘Kent God mij dan ook?’ Dan voel je weer, waar we ten diepste voor werken.”

Hoe gaan jullie om met zulke grote verschillen in achtergrond?
Roggeveen: “Na een weekwisseling vertelt de ene leerling dat hij afgelopen zondag naar Duinrell is geweest, terwijl een andere leerling vertelt dat haar nichtje is gedoopt. Het is dan belangrijk niet direct afwijzend te reageren, maar belangstellend te zijn. Je moet daar als leerkracht verstandig mee omgaan. De kinderen kunnen niets aan deze situatie doen. Als op een later moment de betekenis van de zondag aan de orde komt, kun je duidelijk vertellen hoe God de zondagsinvulling bedoeld heeft. Sommige kinderen van onze school houden de Ramadan. Ik vraag hen dan gerust: ‘Houd je het nog een beetje vol?’ Maar als leerlingen naar aanleiding van een spreekbeurt over de islam vragen of Allah dezelfde God is als van de christenen, leg ik hen uit waarom dit niet zo is. Juist tijdens zulke discussies op het scherpst van de snede doe ik geen concessies aan de waarheid.”

Aalke Marije: “Kinderen hebben vaak het idee dat de taal van de Bijbel een andere taal is. ‘Welke taal is dit eigenlijk?’ vragen ze dan. Ik besteed veel aandacht aan zingen, omdat Psalmen en Bijbelse liederen goed blijven hangen. De meeste Psalmen leg ik woord voor woord uit. Begrippen als ‘heil’ en ‘gena’ zijn vaak veel te abstract voor hen. Naar aanleiding van een Bijbelvertelling stellen onkerkelijke kinderen soms hele verassende vragen zoals: ‘Weet u zeker dat dit verhaal écht gebeurd is?’ Reformatorische kinderen hebben daarentegen soms de neiging om vragen te beantwoorden met: ‘Je moet bidden om een nieuw hartje’, omdat ze denken dat dit wel het goede antwoord zal zijn.”

Roggeveen: “Tijdens Bijbelvertellingen voel je de grote verantwoordelijkheid, maar ook mooie kans om het Evangelie zo eenvoudig mogelijk te vertellen. Een persoonlijke toespitsing is hierbij heel belangrijk: wat betekent deze boodschap voor jou en mij? Zo word je iedere keer teruggeworpen op de kern. Toch staat de Bijbelse boodschap soms mijlenver bij hen vandaan en vinden ze het moeilijk om Bijbelgedeelten in de context te plaatsen.”

Op welke manier komen ouders in contact met het Evangelie?
Roggeveen: “We proberen ouders zoveel mogelijk te betrekken bij bijvoorbeeld Kerst- en Paasvieringen. Je hoort wel eens mensen die vinden dat je het Evangelie zo eigentijds en aantrekkelijk mogelijk moet maken. Maar ik merk dat onkerkelijke ouders en kinderen gewoon het liefst naar een vertelling van het Kerstevangelie willen luisteren en kerstliederen willen zingen. Allochtone ouders en kinderen komen vaak niet naar de vieringen, maar dan oefenen we het hele programma vooraf op school of in de kerk, zodat kinderen de viering toch alvast hebben meegemaakt. Na afloop van een Bijbelthemaweek, over bijvoorbeeld Bijbelse beroepen, organiseren we soms een kijkavond voor de ouders. Als je dan die allochtone en onkerkelijke ouders in de school ziet lopen, ben je blij dat je hen indirect toch iets van de boodschap kunt meegeven.”

Aalke Marije: “Sommige ouders van allochtone kinderen halen hun kinderen pas op nadat de schooldag al een tijdje is afgelopen. Dit geeft mij de mogelijkheid voor een persoonlijk één op één gesprek waarin je belangstelling kunt tonen voor hun vaak moeilijke situatie. Ik merk dat zulke ouders ons vertrouwen en veel van ons verwachten. Persoonlijke betrokkenheid vormt soms een opening om verder te spreken over het Evangelie.”

Roggeveen: “Wij gaan altijd op ouderbezoek, zodat we de thuissituatie van de leerling beter leren kennen. Op een keer vroeg een leerling me: ‘Meester wilt u mijn kamer zien?’ Groot was mijn verbazing om te zien dat ze op een matras op de grond sliep. Ik heb toen een bed voor haar geregeld. Juist in zulke praktische zaken bouw je een vertrouwensband met de kinderen en hun ouders op. Dat is een ingang om verder door te spreken over wezenlijke zaken.”

Is het werken op een multiculturele school een roeping?
Aalke Marije: “Wij weten soms niet welke uitwerking ons handelen heeft. De voorbeeldfunctie die je als leerkracht vervult, ervaar ik als een grote verantwoordelijkheid waarvoor afhankelijkheid van de Heere nodig is. Daarnaast is natuurlijk belangrijk dat geïnteresseerd bent in culturele verschillen waardoor je jezelf niet moet laten afschrikken. Zo herinner ik me die keer dat ik op ouderbezoek ging in Den Haag en ik het adres maar niet kon vinden. Op een gegeven moment werd er vanuit een bovenraam naar me geschreeuwd: ‘Ha schat, je moet hier zijn!’”

Roggeveen: “Je belandt soms in onverwachte situatie zoals ouderbezoek bij een illegale zendpiraat of een jongetje dat uit boosheid eens mijn autoband liet leeglopen. Nu zou het misschien kunnen lijken dat we dat we dit werk zo maar even doen, maar dat is niet het geval. Vaak heb je het idee dat je moet laveren en dat je tekortschiet in je aandacht voor alle individuele leerlingen. Belangrijk is dat ze voelen dat je het vanuit je hart doet. Ik ervaar het werk als een roeping waarbij we niets aan onszelf te danken hebben, maar je juist je kleinheid en afhankelijkheid van de Heere ervaart.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 17 december 2008

Daniel | 40 Pagina's

“Wilt u voor me bidden, meester?”

Bekijk de hele uitgave van woensdag 17 december 2008

Daniel | 40 Pagina's