Het is goed nabij God te zijn
Ds. Neele: Mag de Pottenbakker doen wat Hij wil?
Waarom word ik ziek? Waar - om laat de goede en almachtige God dit toe? In dit derde interview over Gods voorzienigheid spreekt Daniël met ds. C. Neele over deze vragen.“ In heel veel lijden is een gordijn dat voor ons gesloten blijft.”
Waarom lijden mensen als God goed en almachtig is?
“Als je over de voorzienigheid van God gaat nadenken, betreed je een heiligdom. Dan moet je voorzichtig zijn. Als we zeggen: ‘God is toch almachtig, dan had Hij dit toch kunnen verhinderen? God is liefde, waarom heeft Hij dit dan toegelaten?’, dan wijzen we de Heere aan als schuldige, terwijl het grootste probleem bij onszelf ligt. We moeten eerst naar onszelf kijken voor we het heiligdom van Gods voorzienigheid binnengaan. Wie ben ik en wat ga ik nu over God bedenken? We lijden vanwege onze zonden. Dat weten we, maar als ons iets overkomt, dan vragen we: ‘Waarom, waarom?’ Anselmus zegt dan: ‘Gij verstaat nog niet van welk gewicht de zonde is’. Als dat tot ons doordringt, gaan we zwijgen. Niet dat we dan alles begrijpen, maar dan worden we wel voorzichtig: ‘Heere, hier is iemand die het allemaal niet begrijpt, maar het heeft een oorzaak’.”
Mag je vragen: Heere, waarom?
“Je kunt een waarom-vraag stellen uit ongeloof, omdat je het niet met de Heere eens bent. Dat is niet goed te praten. Je kunt ook een waarom-vraag stellen om onderwijs te krijgen: ‘Heere, wat wilt U mij hiermee leren?’ De Heere kan hierop antwoord geven, maar Hij is het niet verplicht. Het kan ook heilzaam zijn dat de Heere geen antwoord geeft, om je afhankelijk te houden. God is God. God is zo anders dan wij. ‘Mag God doen wat Hij wil? Wie ben je nou, mens, dat je tegen God antwoordt?’ Lees Romeinen 9 maar. Mag de Pottenbakker met het klei doen, wat Hij wil? Het is een wonder als je dan mag beleven: ‘Heere, wat u doet, dat is tóch goed’.”
Hoe moeten we de duivel zien als veroorzaker van lijden?
“De Heere kan de duivel toelaten lijden te brengen in het leven van mensen. De Heere staat er echter wel boven. In het boek Job lezen we dat de duivel wordt toegelaten in de hemel. Job komt dan in een heel diep lijden terecht. De Heere lost het uiteindelijk op, maar de Heere heeft nooit tegen Job verteld wat er in de hemel is gebeurd: dat de duivel dit lijden veroorzaakte. In heel veel lijden is een gordijn dat voor ons gesloten blijft. Komt dit bij God vandaan? Heeft de Heere de duivel toegelaten kwaad te doen? Of krijgt een medemens de ruimte lijden te veroorzaken? De Heere laat ons er vaak niet achter kijken. Maar soms schuift de Heere het gordijn weg.”
Heeft u dat in uw eigen leven ervaren?
“Toen ik jong was, kreeg ik indringende roepstemmen. Op 14-jarige leeftijd kreeg ik een ernstige oogkwaal. Ik begreep het gewoon niet, ondanks alles wat ik op catechisatie geleerd had over Gods voorzienigheid. Deze ziekte was alleen maar naar, vervelend. Ik zag er de hand van God écht niet in. Toen ik 16 was, heb ik polio gekregen. Lopen ging niet meer. Dat was allemaal moeilijk. Ik kwam op bed terecht en er kwamen mensen op bezoek die verwachtingsvol keken: ‘Als dit gebeurt, zal het wel iets goeds opleveren’. Maar ik ervoer dat niet zo. Ik las toen Psalm 88 en dacht: ‘Dat is wel een Psalm waar ik mezelf terug kan vinden in de moeilijke omstandigheden van Heman’. Maar ik liep vast. De dichter kon zeggen: O HEERE, God mijns heils. En ik kon dat niet. Op wonderlijke wijze heeft toen genezing plaatsgehad. Toen ik 23 jaar was, kreeg ik een gezwel in mijn hals. Het bleek goed aardig te zijn. Na een operatie pakte ik de draad van het leven gewoon weer op. Maar er lagen onbeantwoorde vragen en het gordijn bleef dicht. Totdat de Heere na een aantal jaren het gordijn opeens opendeed. Een onvergetelijk ogenblik. Hij liet het zien: Daarom, daarom, daarom. De Heere zei: ‘Toen je de oogkwaal kreeg, heb Ik wel gezegd wie je bent. Je hebt tegen Mij gezondigd. Toen heb Ik al geroepen: Let nu op wie Ik ben en bekeer je tot Mij’. De zonde werd tot een werkelijkheid. Voordat ik polio kreeg, waren er grootse plannen. Ik zou mijn Havodiploma wel even halen en de HTS gaan doen. Dat was in één keer over. Toen de Heere dat gordijn opzij schoof, zei Hij: ‘Ik had een andere weg met je’. Wat betreft het gezwel in mijn hals: Ik was een verwoed dwarsfluitspeler, maar door het gezwel liep mijn techniek terug. De dwarsfluit moest een andere plaats krijgen, want ik ging er op een verkeerde manier mee om. De Heere heeft me niet door laten gaan op mijn eigen weg.”
De catechismus zegt dat lijden uit de Vaderlijke hand van God komt. Wanneer wordt dat zo ervaren?
“Lijden kan op verschillende manieren worden ondergaan, ook door Gods kinderen. Er kan opstand zijn of een doffe berusting. Het kan ook zijn dat de Heere het kwade zo maakt, dat het geen smart doet. Dat kun je lezen in 1 Kronieken 4: 10. Het is moeilijk, maar je hoeft er niet over te tobben. Daarin is dan de goede hand van de Heere. Het kan nog dieper gaan: dat je stil mag berusten in Gods beleid. Dat je mag zeggen: ‘Het is moeilijk, maar de Heere komt er in mee’. De onderwerping geeft rust. Het kan ook zijn dat je de Vaderhand echt mag opmerken. Als een kind mag je dan door het geloof op God zien: ‘Wat God doet, is goed en mij is een beter lot bereid’. Asaf in Psalm 73 is een duidelijk voorbeeld. Hij had nogal wat vragen. Waarom, waarom? Dat verandert als hij in het heiligdom wordt gebracht. Dan leert hij dat hij een groot beest is voor God, een zondaar. En hij leert het Vaderlijke van God. Bezwijkt mijn vlees en mijn hart, zo is God de rotssteen mijns harten en mijn deel in eeuwigheid. Maar mij aangaande, het is mij goed, nabij God te wezen. Dan kan er van alles gebeuren in je leven, maar dan is de Heere zo ontzettend dichtbij. Dan zeg je: ‘Laat mij het maar met díe God doen’. Dat tekent ook de armoede van iemand die die troost níet heeft. Dan mis je alles. Het is zó goed nabij God te zijn. Dat is alles en dat is genoeg.”
Wat is de betekenis van het lijden van Christus?
“Christus is een gewillige kruisdrager geweest. Hij is daarin een voorbeeld. Hij stelde ook de waarom-vraag, God vrijlatend, maar niet loslatend. Wij hebben van nature vijandschap tegen alles wat ons tegen zit. Ten diepste is dat vijandschap tegen God. In het buigen voor de Heere komt er plaats voor het werk van de Heere Jezus. Hij stierf voor mensen die het nooit met God eens kunnen worden. Dan krijgt het kruis van Christus in het lijden een diepe betekenis. De Heere doet dan beleven dat je een zondaar bent die voor Hem niet kan bestaan. Als je daaronder mag buigen, dan wordt Christus zó dierbaar. Hij is een fontein die geopend is tegen de zonde en tegen de onreinheid. Vrede met God, om Christus’ wil, is alles. Wat is dan mijn ziekte? In Christus’ lijden is vertroosting. De diepste vertroosting is dat Hij terugbrengt tot God, onze Schepper. Dan heb je aan God genoeg. Laten we dan maar schuilen bij die God. In Hem is geen onrecht.”
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 november 2008
Daniel | 32 Pagina's