JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Brood ontvangen als een kind

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Brood ontvangen als een kind

Ds. De Wit: Voorzienigheid gaat over een Vader-kind verhouding

7 minuten leestijd

‘Echt toeval, zeg, dat ik jou ontmoet’. Bijna niemand denkt bij ‘zomaar’ een ontmoeting aan Gods besturing. Toch gaat Gods voorzienigheid ook over deze dingen. Daniël sprak hierover met ds. D. de Wit. “Als de Heere niet zou medewerken, kon ik zelfs geen blaadje van deze Bijbel omslaan.”

Wat is Gods voorzienigheid?
“Het is een geloofsartikel: ‘Ik geloof in God, de Vader.’ In zondag 10 van de Heidelbergse catechismus staat dat alle dingen ons van Zijn Vaderlijke hand toekomen. Dat slaat terug op zondag 9, waar staat dat ‘de eeuwige Vader van onze Heere Jezus Christus om Zijns Zoons Christus wil mijn God en mijn Vader is.’ De voorzienigheid van God dus gaat eigenlijk over de Vader-kind verhouding door wederbarende genade. Dat betekent dat je er niet dor over kunt spreken. Ds. G.H. Kersten zegt in zijn dogmatiek over de voorzienigheid dat God de schepping niet aan zichzelf heeft overgelaten, maar dat Hij door onderhouding, medewerking en regering het doel bereikt met en in Zijn schepselen, naar Zijn soeverein besluit.”

Wat betekenen die drie woorden: onderhouding, medewerking en regering?
“Als ik niet door God werd onderhouden, dan was het afgelopen met mij. Op dit moment. Zonder de onderhouding houdt alles op. Alles. God houdt Zijn hand eronder.” Ds. De Wit pakt zijn Bijbel. “Als de Heere niet zou medewerken, kon ik zelfs geen blaadje van deze Bijbel omslaan. Hij geeft de kracht om dingen te doen. En Hij regeert, zodat wij op dit moment hier zitten - en niet een paar weken geleden, zoals we eerst hadden afgesproken. Dat is Gods regering en daar heeft Hij een doel mee: de eer van Zijn Naam.”

Er wordt ook wel onderscheid gemaakt tussen algemene, bijzondere en zeer bijzondere voorzienigheid. Wat wordt daarmee bedoeld?
“De kern is dat God altijd de verheerlijking van Zijn Naam beoogt en de zaligheid van Zijn Kerk. Dat was het doel van de schepping en daarom heeft Hij ook na de diepe val Zijn voorzienigheid voortgezet. De algemene voorzienigheid gaat over de hele schepping. De bijzondere voorzienigheid gaat over alle mensen. En de zeer bijzondere voorzienigheid gaat over Gods kinderen. Dat laatste is de kern van het geloofsartikel, maar alle drie zijn van wezenlijk belang. Een voorbeeld? Als er kinderen mogen worden geboren, hebben we het over de bijzondere voorzienigheid. Maar dat is niet het einddoel. Want de Heere heeft toch de mensen geschapen opdat Zijn Kerk eruit zou voortkomen? Dat geeft dit geloofsartikel voor mij iets heel teers.”

Vindt u dat het geloofsartikel binnen de kerk op waarde wordt geschat?
“Ik hoop het. Ik denk dat heel vaak wordt gedacht: artikel 1 van de geloofsbelijdenis is maar klein en gaat over de schepping. Nee! Het gaat in het bijzonder erover hoe de Heere Zijn kinderen toebrengt, onderhoudt en naar het doel brengt van de verheerlijking van Zijn Naam. En dat om Christus wil. Als zondag 9 en 10 worden overdacht, dan gaat het erom ‘dat de eeuwige Vader van onze Heere Jezus Christus om Zijns Zoons Christus wil mijn God en mijn Vader is.’ Als we die hoofdzin vergeten, en alleen spreken over de schepping, dan missen we de kern van dit geloofsartikel. God de Vader heeft alles gegeven wat Hij had, om voor Zijn kinderen te zorgen. Dat geldt zelfs het kleinste kind in de genade, dat de Vadernaam nog niet durft te noemen. Dat is toch niet iets gerings? Wij, mensen, denken vaak in hele grote dingen. Maar ik denk dat als je oog krijgt voor Gods voorzienigheid, dan ga je die juist zien in de heel kleine dingen: een grassprietje, een regendruppel, een voetstap die je zet. Als je dat beseft, zit je anders aan tafel. Een kind van God ontvangt het brood als kind. Als je als kind iets krijgt van je vader, dan ben je er heel zuinig op. Als dit nu in beoefening mag zijn bij een kind van God en je krijgt een stukje brood, dan doe je er heel zuinig mee. Dat geeft een afhankelijk leven. God brengt met zijn voorzienigheid Zijn kinderen niet alleen door het leven, maar ook uit het leven. Want als het goed is, komt een kind toch weer bij zijn vader? Die zorg kan hij geven als Almachtig God en wil Hij geven als Vader. Ik heb voor mijn ogen gezien hoe mijn vaderlijke vriend ds. A.F. Honkoop naar de eeuwigheid ging met dit geloofsartikel. Die mocht dat zo ervaren. Hij zei ook tegen mij: ‘Zul je blijven preken dat het kind alleen bij zijn Vader komt om het bloed van Christus wil?’”

Wat zijn richtinggevende Bijbelteksten als het gaat over Gods voorzienigheid?
“De eerste verwijstekst die de Heidelberger catechismus noemt, Handelingen 17: 25, 27 en 28, is een duidelijke tekst. Lees dat maar eens. Je kunt ook denken aan de uitspraak van Christus in Mattheüs 10: 29-31, waarin ook weer dat kinderlijke doorklinkt:Worden niet twee musjes om een penningsken verkocht? En niet één van deze zal op de aarde vallen zonder uw Vader. En ook de haren des hoofds zijn geteld. Vreest dan niet; gij gaat vele musjes te boven. Gods voorzienigheid gaat over alles, zelfs over een haar. Wat is nu een haar?”

Ervaart u dat zelf ook zo?
“Er zijn wel ogenblikken dat ik zo ervaar. Het regent buiten. Hebben jullie er wel eens over nagedacht dat iedere regendruppel precies op tijd valt en precies op de plaats waar die wezen moet? En dat dat allemaal in dat Boek van Gods eeuwige raad staat? Daar kan ik niet over uitgedacht raken. Zou de hemelse Vader het niet het beste weten? Als in de gemeenschap met Christus iets ervaren mag worden van het kind-zijn bij een goedertieren Vader en een milde zegenader, dan kan het bijzonder goed zijn, zelfs als het anders gaat dan je gehoopt had en als je het niet begrijpen kan.”

Als iemand een ongeluk krijgt, wordt daarin vaak Gods hand gezien. Zien we Gods hand dan alleen in
bijzondere dingen?
“Een ongeluk is een roepstem. Maar als de Heere zijn goedheid bewijst, is dat ook een roepstem! Als iemand ‘s morgens op zijn knieën ligt, zou hij zich moeten afvragen: waartoe heb ik nu weer een dag van de Heere gekregen? Zou dat een dag zijn waarop ik tot Gods huisgezin wordt toegebracht? Dan ga je als onbekeerde anders om met Gods voorzienigheid. Wanneer we Gods voorzienigheid niet zien in kleine dingen, zien wij die voorzichtigheid ook niet in grote zaken.”

Aan de ene kant belijden we Gods voorzienigheid, aan de andere kant leven we in een wereld waarvan we veel denken te weten. Het blijft moeilijk dat te combineren. Heeft u concrete tips hoe we op een goede manier met voorzienigheid om kunnen gaan?
“Allereerst vragen om een nieuw hart, om totale en radicale wedergeboorte. Zodat je de dingen niet ontvangt als een vreemdeling van God, maar als kind van het huisgezin. En het tweede: vraag of de Heere je ogen wil openen voor wie Hij is, wie je zelf bent als zondaar voor deze God en wie Christus is. Vraag om licht en waarheid, om ogen om de werkelijkheid te zien. Ken de Heere in de kleine dingen van elke dag en vergeet daarom vooral ook je ochtendgebed niet. Die vreselijke zonde om onafhankelijk van onze Schepper te willen zijn, is toch zo groot. Voor ik predikant werd, heb ik wat in de scheikunde gedaan. Ik weet nog hoe ik een keer er bijna achter was hoe suiker zich in aanwezigheid van een bepaalde stof in water gedroeg. En dat zou een wetenschappelijk artikel worden. Dat was mooi voor je naam, hè. Toen kreeg ik het laatste resultaat op mijn bureau en ik zag gelijk: dit is niet wat ik had gedacht. Er komt geen artikel. Toen heb ik een keer in tranen achter mijn bureau gezeten. Ik dacht: Heere, is het dan toch nog weer dieper dan ik ooit gedacht had? Wat is Die Schepper dan onuitsprekelijk groot. En wat zijn wij, mensen, toch eerrovers van God. Toen heb ik me mateloos klein gevoeld.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 oktober 2008

Daniel | 32 Pagina's

Brood ontvangen als een kind

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 oktober 2008

Daniel | 32 Pagina's