Zondaren zijn welkom
“Er zijn momenten dat ik een drang heb om God te dienen. Maar als ik mezelf afvraag: heb ik berouw over de zonden die ik gedaan heb, kan ik dit niet volmondig met ‘ja’ beantwoorden. Daar kan ik moedeloos van worden.” Een jongere
God dienen, vraagt je hele hart. De Heere Jezus zei tegen een wetgeleerde: Gij zult liefhebben den Heere uw God met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand (Mattheüs 22: 37). Dat is nogal wat, vind je niet? Dat is alles. Als je dat gaat proberen in je leven, dan merk je dat dit een onmogelijkheid is. Jozua wist dat. Aan het einde van zijn leven riep hij de oudsten van Israël in Sichem bij elkaar. Zij beweerden plechtig dat ze de Heere zouden blijven dienen in de toekomst. Maar Jozua zegt dan: Gij zult den HEERE niet kunnen dienen, want Hij is een heilig God; Hij is een ijverig God, Hij zal uw overtreding en uw zonden niet vergeven (Jozua 24: 19). Deze oude knecht des Heeren was door schade en schande, maar ook door genade wijs geworden. Hij was zo vaak aangelopen tegen de weerbarstige harten van het volk. Telkens was er opstand, ontevredenheid, zonde geweest. Als de Heere dan strafte of dreigde met straf, had het volk berouw over hun zonden. En trokken ze weer verder, met de wolkkolom, de vuurkolom, het manna, de kwakkels. Maar voor je het wist: weer opstand, ontevredenheid, zonde. Bij velen was het berouw niet echt; niet diep genoeg. Om moedeloos van te worden. Misschien herken je het!
Trouw
Jozua had er een realistisch mensbeeld van gekregen: Gij zult den HEERE niet kunnen dienen. Niet in de laatste plaats omdat hij ook zichzelf had leren kennen als iemand vol opstand, ontevredenheid en zonde. Over die kant van zijn leven informeert de Bijbel ons niet zo. Uit Jozua 9: 14 blijkt dat ook Jozua vanuit zichzelf eigen wegen ging. En als hij bij Jericho oog in oog staat met de Vorst van het heir des Heeren – de eeuwige Zoon van God Zelf – dan valt hij als onheilige zondaar voor Hem op de grond en moet hij z’n schoenen uitdoen (Jozua 5: 13-15). Daarmee is natuurlijk niet alles gezegd. Gelukkig niet. Want Jozua – om dat voorbeeld maar even vast te houden – diende de Heere wél. Dat blijkt uit heel z’n leven. Als dienaar van Mozes had hij veel meegemaakt en was hij de Heere door genade trouw gebleven. Hij was erbij geweest dat Mozes en de oudsten de berg Sinaï opklommen en geconfronteerd werden met de heiligheid van de Heere (Exodus 14: 10 en 11).
Onvoldoende
Dat wonder zal ongetwijfeld diepe indruk op hem hebben gemaakt. Want wie kan God zien en leven (Exodus 33: 20)? Dat kon alleen omdat Mozes even ervoor het bloed van offerdieren genomen had en dit op het volk had gesprenkeld. Hij zei daarbij: Zie, dit is het bloed des verbonds, hetwelk de HEERE met ulieden gemaakt heeft over al die woorden (Exodus 14: 8). Het bloed was een teken van verzoening voor de zonden. Het wees heen naar het bloed van de Heere Jezus, van Wie het bloed zou druipen op Golgotha. Hij diende God met heel Zijn hart. Hij was zonder zonde. Toch moest Hij boeten voor de zonden van al de Zijnen (1 Petrus 2: 22-25). Plaatsvervangend. Jij hebt een drang om God te dienen. Toch kun je niet voldoende berouw over je zonden krijgen. Snap je nu waarom? Je zult de Heere niet kunnen dienen. Je hebt je zondige hart er niet in mee. Een volmondig ‘ja’ zul je nooit kunnen geven. Je maakt jezelf niet geschikt voor de zaligheid. Als je voldoende berouw zoekt in jezelf, dan kom je er nooit!
Gewassen
Er is maar één manier om van je zonden verlost te worden, en dat is door het ware geloof in Christus, Die de zonde gedragen heeft tot op het kruis van Golgotha. Je hebt het ontdekkende licht van de Heilige Geest nodig. In dat licht ga je God leren kennen, en jezelf. Zoals Job: Met het gehoor des oors heb ik U gehoord, maar nu ziet U mijn oog. Daarom verfoei ik mij , en ik heb berouw, in stof en as (Job 42: 5 en 6). Dus toch berouw? Ja, als de weg waarlangs Christus zondaren aan Zijn voeten brengt. Want zonde is doelmissen, wetsovertreding, schuld voor God. En dat is zo erg dat je daar verdriet van hebt. Je krijgt een droefheid naar God over de zonde (2 Korinthe 7: 10). Met heel je hart. Maar je gaat ook leren dat je berouw niet voldoende is om God te bewegen genadig te zijn. Zelfs je tranen over de zonde schieten tekort. Het is door genade alleen dat zondaren zalig worden. Door Christus alleen. Net als Jozua zul je moeten worden gewassen door het bloed van Christus. Alleen Zijn bloed wast en reinigt van alle zonden (1 Johannes 1: 7).Want Dien Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem (2 Korinthe 5: 20 en 21). Zoek het met al je zonden en je tekort aan berouw bij de Heere. Bij Hem zijn zondaren welkom. Hij zegt niet alleen: Heb goede moed. Hij geeft het ook, net als in Jozua’s leven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 oktober 2008
Daniel | 32 Pagina's