Niets te verliezen, alles te krijgen
Zonder wedergeboorte is het onmogelijk te geloven
Een mens is geen auto die het heeft begeven, maar een auto die total-loss is. Gij moet wederom geboren worden, zegt Jezus tegen Nicodemus. Niet opgeknapt, maar opnieuw geboren. Dat is vernederend, maar ook een heerlijke troost. Wedergeboorte is niet alleen een muur, maar ook een poort. Het is de enige mogelijkheid van zalig worden.
In de Bijbel wordt het woordje ‘wedergeboorte’ voor drie dingen gebruikt. In de eerste plaats de opwekking uit de geestelijke dood. In de tweede plaats de opstanding van de nieuwe mens en de afsterving van de oude mens. En ten slotte gaat het om de herschepping van hemel en aarde: ‘de wedergeboorte van alle dingen’, waarvan Jezus spreekt in Mattheüs 19: 28. Er wordt niet zo vaak in de Bijbel over ‘wedergeboorte’ gesproken. Het woord komt maar enkele keren voor. Toch zegt dat niets over de zaak zelf. Waar de Heere spreekt over wedergeboorte, bijvoorbeeld in het bekende gesprek met Nicodemus, daar klinken Zijn woorden als bazuinstoten. Niet de concordantie bepaalt het soortelijk gewicht van Johannes 3: 3, maar het gezag van Jezus Zelf. In Johannes 3 valt trouwens op dat Jezus spreekt over wedergeboorte, voordat Hij over het geloof spreekt. Niet dat die twee te scheiden zijn: als de Heere je krachtig roept en wederbaart, wordt meteen ook het geloof in je hart geplant. Maar zonder wedergeboorte is het onmogelijk te geloven. Zal ook een dode kunnen spreken of wandelen? Het is onmogelijk! Er is een eenzijdig Godswerk voor nodig.
Doe-het-zelf
Het is jammer dat mensen aan veel bijbelse uitdrukkingen gewend zijn geraakt. Die woorden zijn soms bijna versleten. Eén zo’n woord is: ‘soeverein’. Wat een geweldige zaak is dat: God is soeverein. Dat betekent dat niemand kiest om wedergeboren te worden, zoals een baby ook niet heeft gevraagd om z’n geboorte. De Heere werkt vrijmachtig. De wind waait waarheen hij wil, zei Jezus tot Nicodemus, de aanhanger van de doe-het-zelf en pakmaar- aan-godsdienst. Het betekent ook dat niemand de Heere tegenhoudt als Hij komt in Zijn wederbarende genade. Probeer wind maar eens tegen te houden. Alzo is een ieder die uit de Geest geboren is. Als zo’n klein mensje geboren is en alles zit erop en eraan, dan is dat een wonder. En als een mens opnieuw wordt geboren, van boven wordt geboren? Hij was aan allerhande ellendigheid, ja aan de verdoemenis zelf onderworpen, maar hij werd aangeraakt door God. In die eerste aanraking heeft God Zijn liefde achtergelaten in het hart en die mens is op God verliefd geworden. Die moet God missen en hij kan Hem niet missen. Is dat dan geen wonder? Van dood levend gemaakt. Het is een Godswerk, zeer krachtig en tegelijk zoet en wonderbaar. En het grootste wonder is als je dat mag weten uit eigen ervaring.
Op de knieën
De eerste vrucht van de wedergeboorte is de inleving van je doodstaat. Iemand die pas dat nieuwe leven ontvangen heeft, zegt niet: “Ik lééf!” Maar die zegt: “Ik ben een kind des doods”. Hij zegt niet: “O, dat is het dus, nu ben ik ook bekeerd.” Maar hij vraagt: “Hoe ben ik aldus?” Die jongen wordt een groot raadsel voor zichzelf. Dat meisje staat voor de kloof tussen God en haar ziel, en dat om eigen schuld. En dat doet pijn, want geen mens wil graag verliezer zijn. Dat was vroeger al zo op het schoolplein, plat op je rug en een ander er boven op, die zei: “Eérst ‘genade’ roepen”. Dan zeg je: “Nooit!” Een mens geeft het niet zo gauw op. Wat heeft God er een werk aan om ons op de knieën te brengen. En toch is Hij de sterkste. Zie maar in het leven van Nicodemus. Hij worstelde met levensvragen en kon er niet van slapen. In de nacht ging hij tot Jezus en - o wonder - de Heere sprak met hem. Dat Woord werd het middel. Als het zaad der wedergeboorte is het gevallen in zijn hart. En het is ontkiemd, heel langzaam en heel krachtig. In Johannes 3 begrijpt Nicodemus nog niets van Jezus’ onderwijs. Het is hem een dwaasheid. Maar in Johannes 7: 50 neemt hij het heel voorzichtig voor de Heere op, als het Sanhedrin zijn moordplannen smeedt. En tenslotte, in Johannes 19: 39, vinden we Nicodemus bij het graf van Jezus.
Christus
Waar komt een auto terecht die rijp is voor de sloop? Op het autokerkhof! Ben je daar ook weleens terechtgekomen? Dan deug je nergens meer voor. Maar wat doet nu de Heere? Hij neemt afgekeurde zondaren mee naar het kruis: Zie, het Lam Gods! Daar hangt Jezus, de stervende Zaligmaker. Hij aan het vloekhout der schande en dat voor vloekwaardigen. Johannes 3 is zo’n rijk hoofdstuk. De Heere spreekt niet alleen van wedergeboorte door de Heilige Geest (vers 1-11), maar ook van verlossing door het bloed des kruises (vers 12-21). En God geeft nooit het één zonder het ander. Hij werkt op Christus aan. Het kan soms lang duren, maar Christus gaat blinken door de tralies van Zijn Woord. Hoe wonderlijk is het als je Hém mag zien, in de onmogelijkheid van zalig worden, als die enige weg van behoud. Het is alles uit Hem en door Hem. God is getrouw. Het bekende vers 16 spreekt van de eeuwige liefde van God. Hij heeft de Zijnen lief tot het einde toe. Niet één zal er verloren gaan. Gods kinderen zijn in goede handen. Ze kunnen niet zondigen tot de dood. Ze hebben een leven dat nooit meer sterft.
Vruchten
Je bent nog jong: dat is de beste leeftijd om bekeerd te worden. Ben je bang om bekeerd te worden? ‘Dan mag ik dit niet meer en dat niet meer…’ Doe niet zo dwaas! Je hebt niets te verliezen behalve je zonde, maar alles te krijgen. De ure komt en is nu, wanneer doden zullen horen de stem van de Zoon van God; en die ze gehoord hebben, zullen leven. Wat nu? Roepen maar! ‘Heere, bekeer me, dan zal ik bekeerd zijn’. Je weet niet het tijdstip van je verandering? Dat geeft niets. De meeste van Gods kinderen weten dat ook niet. Als je maar de vruchten hebt. Ootmoed en droefheid naar God. Want daar begint het, ook als een kind geboren wordt. Er liggen geen volwassenen in de wieg, geen grote mensen, maar kleine mensen. Die worden verlegen om de Heere. Er is liefde in hun hart: liefde tot God, tot Zijn volk – want leven trekt leven aan! – tot Zijn knechten, tot Zijn dag, Zijn huis, Zijn Woord. Er komt ook liefde tot Christus. Ja, er komt plaats voor de liefde ván Christus. Dat is liefde voor goddelozen. Wedergeboorte is noodzakelijk. ‘Eénmaal geboren – dat is zeker verloren. Tweemaal geboren – dat is voor eeuwig verkoren.’ De Heere is niet veranderd. Als Hij spreekt: Daar zij licht!, dan is het licht. Als Hij zegt: ‘Daar zij gebed!’, dan ga je bidden. Zoek Hem dan, terwijl Hij nog te vinden is. Hij is het zo waard. En jij kunt het niet missen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 september 2008
Daniel | 32 Pagina's