“Wat vindt u van de EO-Jongerendag?”
Docent Smits: Ik praat niet alleen over de les
“Ik vergeet nooit meer die jongere met wie ik na de les een gesprek had. Hij zei: ‘Ik heb al zoveel gebeden of de Heere mij bekeren wil, maar ’t gebeurt maar niet’. We hebben toen met elkaar gesproken over de onmogelijkheid van zalig worden uit jezelf, maar ook over de mogelijkheid bij God vandaan. Dit soort gesprekken blijven je bij.” In gesprek met E.J. Smits, voormalig natuurkundedocent en zorgcoördinator op het Ichthus College in Veenendaal.
Hoe bent u in het onderwijs terecht gekomen?
“Na mijn studie werkte ik als werkvoorbereider in een liftenfabriek. Dat was een goede functie, maar de commerciële wereld ging me steeds meer tegenstaan. Op het moment dat ik me oriënteerde op een andere baan, was er een groot docententekort in het onderwijs. Ik kom ook uit een ‘onderwijsnest’ en dat adem je toch in. Op het moment dat er een vacature voor Technisch Onderwijsassistent in de krant stond, was dat voor mij een aanzet om te solliciteren. Mijn benoeming heb ik ervaren als leiding van de Heere. Ik kreeg de mogelijkheid de docentenopleiding voor natuurkunde te volgen. Hoewel het pittig was naast mijn taak in het gezin te studeren, heb ik mijn studie na enkele jaren afgerond. Tijdens mijn studie stond ik al voor de klas. Die eerste jaren waren wel tropenjaren. De combinatie van orde houden en alle nieuwe lesstof was niet makkelijk. Toch voelde ik dat de keuze voor het onderwijs een juiste is geweest. Tijdens mijn mentorschap merkte ik dat ik het fijn vond leerlingen die extra zorg nodig hebben te begeleiden. In mijn nieuwe baan als zorgcoördinator mag ik nu voor hen van betekenis zijn.”
Op welke manier is uw natuurkundeles anders dan die van een onchristelijke docent?
“Bij het vak natuurkunde krijg je regelmatig de kans een stukje verwondering over de schepping door te geven. Een voorbeeld van zo’n moment is wanneer het onderwerp ‘licht’ ter sprake komt. Ik vraag dan altijd aan mijn klas: waar staat het ‘licht’ beschreven in de Bijbel en hoe staat het daar? In Genesis staat: Daar zij licht; en daar werd licht. Hier spreekt Gods almacht uit. Over het licht zijn enkele wetenschappelijke modellen geformuleerd, maar niemand weet wat het licht precies is. Zo probeer je iets door te geven van het relatieve van de wetenschap, de onmacht van de mens en de grootheid van de Schepper. Daar kun je nooit met je verstand bij. Een ander voorbeeld is het natuurkundige principe van het geluid. Bij onweer zie je een flits en je hoort de klap. Als ik de klas vraag wat dit geluid betekent, zijn er soms leerlingen die durven te zeggen dat de donder de stem van God is. Dit geeft de kans om er verder over te spreken. Het is een valkuil om te denken: we kunnen de donder verklaren, dus heeft het niet met een hogere macht te maken. Het één sluit het ander niet uit. Het verklaren van de donder met behulp van de natuurkundewetten bestaat naast het geloofsprincipe dat je in de donder Gods’ stem kunt horen. Aan de andere kant moeten we wel nuchter en volledig zijn: Gods’ stem klinkt evenzeer in het ruisen van de wind of het bloeien van een bloem. God heeft Zich geopenbaard in zijn Woord, maar ook de natuur spreekt van Zijn wonderwerken.”
Kunt u iets vertellen over andere gesprekken die u met leerlingen voert?
“Er komen wel eens onderwerpen ter sprake die niets met de les te maken hebben. Zo wordt er soms gevraagd wat ik van de EO-jongerendag vind. Ik vertel dan meteen maar eerlijk dat ik er nooit ben geweest. Jongeren komen vaak met argumenten waarvan ze denken dat die mij aanspreken, zoals het feit dat er wordt gebeden, Gods naam wordt genoemd en bezongen. Het is echter cruciaal om wiens eer het gaat. Dat vraag ik ook aan de leerlingen. Voor wie wordt er bijvoorbeeld geapplaudisseerd? Als jongeren eerlijk zijn – en dat zijn ze vaak – geven ze aan dat de artiesten met hun gitaren en drumstellen toch wel vaak zelf centraal staan. Moeilijker vinden ze het argument dat de muziek op de EO-jongerendag oneerbiedig kan zijn. Die harde muziek is zo vervlochten met onze hedendaagse cultuur, dat ze moeilijk inschatten dat je met deze muziek de Heere niet eerbiedig dient.”
Twee jaar terug overleed er een leerling uit uw mentorklas. Wat betekende dit voor u?
“In december 2006 is één van mijn mentorleerlingen omgekomen in een brand. Een zeer ingrijpende gebeurtenis. De klas is daarna heel anders geworden. Door het gezamenlijke rouwproces zijn ze met elkaar verbonden. Als mentor is het belangrijk het rouwproces met de jongeren door te maken en dat niet te snel als afgerond te beschouwen. Ook op langere termijn is het belangrijk je verdriet kwijt te kunnen. Twee keer per jaar gaan we met de leerlingen naar het graf. Met Kerst wordt er een gedenkmoment georganiseerd waarin een Godsdienstdocent een meditatie verzorgt en er mogelijkheid is om er met elkaar over door te spreken. Je voelt je hierbij uit jezelf echter heel onwetend en onmachtig. Soms vind ik het heel moeilijk te reageren. Bijvoorbeeld wanneer een leerling vraagt of God niet onrechtvaardig is dat Hij dit sterfgeval toelaat. Het antwoord is nee, maar daarmee ben je er nog niet. Ook de Heidelberger Catechismus stelt in zondag 4 de vraag of God onrechtvaardig is. Dit staat er wel in een ander verband, maar je kunt toch gebruik maken van het antwoord dat gegeven wordt. We kunnen de diepte van de zondeval niet peilen. Wij begrijpen niet meer wat Gods bedoeling is van ons leven en kunnen niet in Zijn Raadsbesluiten kijken. Als mensen vinden we het heel moeilijk om de Heere te volgen en Gods wijsheid te accepteren. Wel probeer ik altijd te benadrukken dat het oordeel over de geestelijke staat van de overleden leerling ons niet toekomt. Het is voluit Bijbels daar als mensen vanaf te blijven.”
Hoe ervaart u de kerkelijke verschillen op het Ichthus College?
“De verschillen op onze school zijn een feit. Naarmate deze diversiteit groter is, ga je zoeken naar datgene wat bindt in plaats van waarin je van elkaar verschilt. Ik ervaar dat als heilzaam, omdat bijzaken hierdoor een minder belangrijke rol spelen. Een collega van me gebruikt in dit verband wel eens het volgende voorbeeld: Als twee mensen die elkaar niet kunnen verstaan, verdwalen in het bos, vinden ze waarschijnlijk prima de weg naar huis. Omdat ze hetzelfde doel nastreven, vallen de verschillen weg. Dat wil niet zeggen dat er geen verschillen zijn. Het levert ook wel eens lastige situaties op, bijvoorbeeld wanneer collega’s eenzijdig het ‘kiezen voor God’ benadrukken. Omdat ik het hier niet mee eens ben, ontstaan er soms discussies, die heel persoonlijk kunnen zijn. Belangrijk hierbij is dat we terug kunnen vallen op de grondslag; de Bijbel en de belijdenisgeschriften. Het is een zegen elkaar op dit gemeenschappelijke uitgangspunt aan te kunnen spreken, hoewel de interpretatie ervan soms verschillend kan zijn. Maar daarom is het ook zo belangrijk dat we kennis nemen van Gods Woord en deze geschriften. Alleen daarmee kunnen we ons wapenen. Een school heeft hier een taak in en het mooie hiervan vind ik dat je jongeren kunt sturen. Toch ligt ook bij de godsdienstige vorming de eerste verantwoordelijkheid bij de ouders. De school kan hun doopbelofte niet overnemen. Gelukkig geldt dat leerlingen die afkomstig zijn uit de gereformeerde gezindte vaak worden geaccepteerd door leerlingen die uit andere kring afkomstig zijn. Gelukkig maak ik zelden mee dat leerlingen worden gepest vanwege hun reformatorische achtergrond of kleding.”
---
Naam: E.J. Smits
Leeftijd: 35
Functie: Voormalig natuurkundedocent en zorgcoördinator Ichthus College
Kerkelijke gemeente: Gereformeerde Gemeente te Veenendaal
Gezin: Echtgenoot en vader van drie kinderen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 september 2008
Daniel | 32 Pagina's