Genieten van een koude douche
Bouwen en ontdekken in Sierra Leone
“Met 31 man in een 15-persoonsbusje razen we door nachtelijk Afrika. Schaduwen van hutjes en palmbomen flitsen voorbij.” Woord en Daad organiseerde een bouwreis naar Sierra Leone, een land waar van 1991 tot en met 2001 een gruwelijke burgeroorlog woedde. In Grafton Camp bij de hoofdstad Freetown is een groep jongeren begonnen met het bouwen van een middelbare school.
Vrijdag 18 juli
Halftien in de morgen. Op het bovendek van de pont geniet ik van een kleurrijke gezelschap. Vrouwen in Afrikaanse gewaden, een baby op hun rug geknoopt. Mannen in oude sportshirts, een krakerige radio in de hand. Donkere ogen kijken ons onderzoekend aan: Wie zijn jullie? Wat komen jullie doen? We leggen uit dat we een school gaan bouwen in Grafton Camp. ‘O, that’s very good! God bless you!’, klinkt het. Later loodst een oude touringcar ons door de stad. Iedereen loopt, rijdt en toetert door elkaar heen! Vrouwen met schalen vol etenswaar op hun hoofd, kinderen die geld proberen te verdienen door koude drankjes te verkopen, jongelui die vol bravoure rondscheuren in oude auto’s… Om zeven uur arriveren we op de plaats waar we de komende drie weken zullen verblijven. Na een warme maaltijd van rijst met kip en gebakken banaan, slaat de moeheid toe en kruipt iedereen onder z’n klamboe.
Maandag 20 juli
M’n wekker piept. Halfzeven. Ik spring naast m’n bed, plens wat koud regenwater in m’n gezicht. Na ontbijt en GMG – een ‘goedemorgengesprek’ waarin we met elkaar nadenken over een Bijbelgedeelte – vertrekken we naar de bouwplaats. Daar is een aantal ‘locals’ al aan het werk. Machines zijn nergens te bekennen; alles gaat op mankracht. De hele dag sjouw ik stenen, bakken met zand, pannen vol cement en klets met mijn Afrikaanse collega’s, die gelukkig allemaal Engels spreken. Aan het einde van de dag is een gedeelte van de fundering gestort. Moe en voldaan wandelen we de berghelling af. Met een ‘How the body?’ groeten we de mensen die we tegenkomen. Steevast is het antwoord: ‘The body is fine!’
Woensdag 24 juli
Na een halve dag bouwen, vertrek ik met een aantal anderen om het leven Grafton Camp van dichtbij te gaan bekijken. Een indrukwekkende ervaring. Ik schrik van de ellendige toestand in het kindertehuis. Verstandelijk en lichamelijk beperkte kinderen kruipen over de vloer, hebben weinig speelgoed en dragen oude, vuile kleding. Hun gezichtjes stralen als wij ze een beetje aandacht en een warme knuffel geven. In het midden zit ‘mama’ in haar rolstoel. Wat mooi dat deze vrouw, zelf een polioslachtoffer, haar best doet deze kinderen op te vangen! Ik weet niet wat ik zie... Huisjes van afbrokkelende stenen, een modderige vloer, een bed van houten palen en wat stenen als vuurplaats. Verderop is het markt: een stinkende massa van modder, mensen en etenswaar. Aan de kant van de weg liggen honden, open zweren aan hun oren. Insecten zoemen overal. Kinderen dansen om ons heen. Hun ogen stralen, maar hun buikjes zijn opgezwollen van de honger. “Snap me, snap me, apoto!” roepen ze. “Maak een foto van me, blanke!” Ze schaterlachen als ze zichzelf op het cameravenster zien verschijnen. We bezoeken de wijk waar de ‘amputees’ wonen, mensen die in de oorlog mismaakt zijn doordat rebellen hun handen of voeten afhakten. Gruwelijk… Een man die het onderste gedeelte van zijn rechterarm moet missen. Het dorpshoofd is een vrouw die geen benen meer heeft. Ik kijk haar aan en zie pijn, verdriet en verbittering in haar ogen. Ik voel me blank, rijk en westers… Wat een onrecht is er op de wereld!
Vrijdag 1 augustus
De zon brandt op onze huid. Factor 50 is geen overbodige luxe. De eerste muren van de school rijzen omhoog. Mijn Afrikaanse collega’s proberen mij de beginselen van het metselen bij te brengen. Maar na een paar uur ben ik nog steeds jaloers op de routine waarmee die zwarte, gespierde bovenarmen de zware stenen sjouwen, op z’n plek leggen en vast metselen… Aan het einde van de dag spoel ik mezelf schoon met kannetjes regenwater. Ik wist niet dat ik zo van een koude douche kon genieten…!
Woensdag 6 augustus
De laatste bouwmorgen. We nemen we afscheid van de bouwers. Onze handschoenen worden verdeeld door Augustin, een Afrikaan, die met een smile op z’n gezicht een paar ‘gloves’ in alle wapperende handen duwt. Bijzonder te zien hoe dòlgelukkig deze mensen zijn met een paar gebruikte werkhandschoenen… ’s Avonds op de veranda kijk ik terug op de afgelopen dagen. Wat heeft God mij gezegend met welvaart en luxe, terwijl ik niet beter ben dan de mensen in Sierra Leone. Beschamend te merken dat God in Afrika een veel grotere plaats lijkt te hebben in het dagelijks leven dan in het westen. Ik denk aan de avond dat ik met Joshua, een kereltje van 8 jaar oud, door de donkere avond naar zijn huis wandelde. Ik zei tegen hem: ‘Wat een mooi huis hebben jullie!’ Zijn antwoord was: ‘Dat hebben we van God gekregen!’ Ik werd er stil van.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 september 2008
Daniel | 32 Pagina's