Praten over bekering
“Vraag of Hij vrijmoedigheid geeft te verwoorden wat er in je omgaat”
“Misschien komt het raar over, maar ik mag geloven dat de Heere in mij begonnen is. Dat zeg ik niet zomaar en het geeft heel veel strijd in mijn leven. Maar nu is eigenlijk mijn vraag: Hoe kan ik dat thuis ‘vertellen’? Ik zeg niet zomaar op een dag: ‘Pa, luister eens, de Heere is mij aan het bekeren’. Ik zou het zo graag vertellen, maar wie ben ik? Zij zien me elke dag. Als ik boos ben. Of chagrijnig. Maar ik wil wel duidelijk zijn. Hoe kan ik dat doen ? Ik vind dit gewoon heel moeilijk.”
Vast en zeker lopen er meer jongeren met deze vraag. Je merkt dat er in je leven ‘iets’ veranderd. Je leest nu graag in je Bijbel, slaat nu het lezen in je dagboek niet graag over, de kerkgang zegt je nu veel meer en het lijkt wel of je een andere dominee hebt gekregen, er heel andere preken worden gelezen dan voorheen. Je hart trekt naar de dingen van Gods Koninkrijk en alles wat je van de Heere en Zijn dienst aftrekt, probeer je te ‘haten en te vlieden’. Je leeft sterk bij de gedachte dat je moet sterven en niet kunt sterven. Immers, je bent onbekeerd?! Hoe kun je rechtvaardig verschijnen voor God? Je weet het: nooit zal dat gaan buiten de gerechtigheid van Christus, en die gerechtigheid moet worden toegepast in jouw leven. Het leeft in je hart: Is er nog een weg en middel om de welverdiende straf te ontgaan en rechtvaardig te verschijnen voor God? Soms zit je in de kerk en wordt er gepreekt over de doodstaat van de mens. Je zegt er hartelijk ‘amen’ op. Een andere keer wordt er iets verteld over het geluk van Gods kinderen. Je bent heilig jaloers. Een derde keer wordt Christus in de preek uitgestald. Je hart wordt er als het ware naar toe getrokken. Zou het dan toch nog kunnen? Zelfs voor mij? Sta je weer buiten, na de dienst, dan komt de vraag weer naar je toe: ‘Maar hoe moet het nu verder? Hoe werkt de Heere toch? Kom ik ooit tot God bekeerd?’ Je vrienden vragen al eens: ‘Wat is er met jou aan de hand joh? Je bent soms zo stil? Is er iets?’ En thuis kijken ze je onder het eten ook al eens aan. ‘Heb je problemen?’ En dan? Moet je dan gaan vertellen dat er iets in je leven is veranderd?
Zielenleven
In veel gezinnen is er gelukkig een open verhouding als het gaat over het leven van elke dag. Over studie, werk, vrienden, vakantie, materiële zaken wordt open genoeg gesproken. Helaas kunnen we dat niet altijd zeggen van geestelijke zaken. In veel gezinnen wordt er heus nog wel gepraat over de zondag, over de preken, over de ambtsdragers, maar om nu eens te vertellen wat er in je eigen hart omgaat? Om nu te laten zien dat je met wezenlijke vragen loopt en met het dagelijks gebed: ‘Heere, bekeert U mij? Heere, ben ik mezelf aan het wijsmaken dat ik bekeerd ben of is er echt Uw werk in mijn leven? Doorgrond en ken mijn hart, o Heere!’ Dat valt helemaal niet mee. In een gesloten gezinsstructuur is het nog moeilijker iets van je innerlijk te laten zien. Vaak merken we dit ook op huisbezoek. Wat een doodse stilte kan er vallen als er rechtstreekse vragen worden gesteld over het zielenleven. Natuurlijk, daar zit ook angst achter. ‘Ik kan nu wel serieuze dingen gaan zeggen, maar gisteren gaf ik mijn moeder nog een grote mond, was ik ongehoorzaam toen mijn vader iets vroeg, gaf ik niet thuis toen mijn broer iets vroeg. Ze zien me aankomen met mijn verhalen over bekering en over een ellendig zondaar zijn’. Toch zou ik willen zeggen tegen jongeren, die met zoveel geestelijke vragen lopen en die ervaren dat hun leven anders is geworden: probeer toch maar eens een gesprek aan te gaan en vraag aan de Heere of er ‘zomaar’ een moment mag ontstaan waarin je vrijmoedigheid krijgt te vertellen wat je bezighoudt. Dat kan naar aanleiding van een preek, van een catechisatieles, van het Bijbellezen aan tafel. Meestal is het een goed idee met een vraag te beginnen. ‘De dominee zei vanmorgen in zijn preek, dat… Hebben jullie dat nu ook wel eens dat je van binnen voelt dat God je aanspreekt?’ Dat kan een begin zijn van een goed, open gesprek. Wees niet al te bang. Het zijn immers je ouders met wie je spreekt?! Hen mag je vertrouwen toch? En als jij zo intens met geestelijke zaken bezig bent, zullen ze dat ook gemerkt hebben. Gods Woord zegt niet zonder reden: Aan de vruchten kent men de boom. Wanneer de Heilige Geest beslag legt op harten van mensen, dan merkt de omgeving dat echt wel.
Ware bekering
Van harte hoop ik dat je de vrijmoedigheid krijgt je innerlijk bloot te leggen. Weet daarbij dat je geen prachtig gepolijst verhaal hoeft te vertellen. Vertel maar wat er in je hart omgaat. Als je ouders je begrijpen, zullen ze vooral luisteren en je helpen de goede antwoorden te zoeken op al je vragen. Onlangs las ik nog in een preek van de bekende oefenaar Wulfert Floor, dat het zo goed is als jongeren luisteren naar de wijze raadgevingen van ouderen. Laat jongeren zich niet verheffen boven hen, maar onder hen stellen, zo schrijft hij vaderlijk pastoraal. Dat is wel een heel wijze opmerking. Immers, je ouders hoeven niet meteen te zeggen: dat is ook een wonder in jou leven! en als het ware de vlag in de top te hijsen. Zij mogen je bevragen op de veranderingen. Want wij weten dat niet elke verandering een innerlijke vernieuwing is. Een poosje geleden hoorde ik een heel ernstige preek over de tekst: ‘Bekeert u!’ Daarin werd ook aangegeven, dat er schijnbekeringen zijn, die heel veel lijken op de ware bekering. Dat is een aangrijpende werkelijkheid en daarom hoor je Gods kinderen nog zo vaak bidden: Heere, zie of er bij mij een schadelijke weg zij en leid mij op de eeuwige weg (Psalm 139: 24). Anderzijds speuren ouders en ambtsdragers – als het goed is – of er iets van het nieuwe leven zichtbaar is in het leven van hun kinderen en catechisanten. Er is immers geen grotere blijdschap als je ziet dat je kinderen naar de Heere gaan vragen.
Tenslotte
Uit mijn eigen leven weet ik, dat het een hele hoge berg is waar je tegen op ziet als je je innerlijk gaat toevertrouwen aan je ouders en broers en/of zussen. Maar ik mag ook zeggen dat het o zo mee kan vallen. Wat zag ik er tegen op tegen mijn vader te vertellen wat er in me omging. Trouwens, ik schreef hem ook wel eens een brief. Maar wat was hij pastoraal, integer en, ja dat ook, corrigerend voor mij. Nog ben ik hem dankbaar! Mag ik alle jongeren die worstelen met levensvragen en maar niet openbaar durven komen wijzen op die nachtdiscipel Nicodemus? Na Goede Vrijdag en Pasen kwam hij wel openbaar. Vraag aan Hem of Hij vrijmoedigheid geeft eerlijk en open te verwoorden wat er in je omgaat. En mag ik je tenslotte wijzen op Hem, Die het vriendelijk zegt: ‘Stort voor Mij uit uw ganse hart’. Hij neigt Zijn oor.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 augustus 2008
Daniel | 32 Pagina's