“Weet je het al? Je bent dood”
Geestelijk dood: geen goed meer doen
“Je leeft vandaag.” Een goede slogan. Een aansporing om alles uit het leven te halen. En dat klopt natuurlijk. Of toch niet? Hoe zou je reageren als er werd gezegd: “Ik heb een vervelende boodschap voor je. Weet je het al? Je bent dood.”
Waarschijnlijk zou je van verbazing eerst niets terug zeggen. Maar al snel komt er verontwaardiging op. Is dit een bedreiging? Waar gaat over? Het is toch duidelijk dat je leeft! Toch is deze boodschap waar. Het is een Bijbelse werkelijkheid: wij zijn dood door de misdaden en de zonden (Efeze 2: 1).
Boom
Adam en Eva wisten wat ze deden, toen ze voor deze dood kozen:Maar van de boom der kennis des goeds en des kwaads, daarvan zult u niet eten; want ten dage als u daarvan eet, zult u de dood sterven (Genesis 2: 17). Bij de dood sterven staat een duidelijke kanttekening: “stervende sterven. Versta hiermee drieërlei dood: 1. de lichamelijke met al zijn voorgaande ellenden; 2. de geestelijke dood der ziel; 3. de eeuwige dood, die tegelijk is lichamelijk en geestelijk.” Over deze drievoudige dood verschijnen drie artikelen. Vandaag het eerste: over de geestelijke dood. Op het moment dat Adam en Eva van de verboden vrucht aten, stierven zij niet de lichamelijke dood, want Adam heeft daarna nog wel 900 jaar geleefd. Maar geestelijk stierven ze wel. Los van God leefden ze voor eigen rekening verder. In plaats dat ze hun Schepper kenden en liefhadden, kropen ze nu voor Hem weg. Ze misten voortaan Gods liefde en moesten in geestelijke duisternis leven. Dat geldt nog steeds voor al hun nakomelingen.
Verschrikkelijk
Deze doodstaat is ‘actief’: mensen leven in de zonde. We kunnen geen goed meer doen, maar wel kwaad. We keren onze Schepper de rug toe en negeren Hem. God en onze naaste haten, dat kunnen we. En dat is onze schuld. Hoe blijkt nu dat je geestelijk dood bent? Om een paar dingen te noemen:
• je kunt gemakkelijk leven alsof God er niet is
• je hebt een stenen hart; Gods Woord raakt je niet
• je zondigt, maar hebt er meestal geen erg in
• je weet niet eens hoe erg het met je is.
Zo dood is ieder mens van nature. Verschrikkelijk! Zonder God op de wereld. Geen spoortje van geestelijk leven te vinden. Geen gebed tot de Heere, geen liefde tot Hem, geen berouw over de zonde. Misschien wel een keurig reformatorisch leven, maar geen levende ziel. En toch geeft de Heere ons een aards leven. Hij roept ons zelfs toe: Zoekt mij en leeft. Maar hoe kan een dode zoeken? En leven? Onmogelijk.
Botten
Ezechiël begrijpt het ook niet. Hij ziet een dal met doden. Die zijn al zo lang dood, dat van hun lichamen alleen de botten nog over zijn. Uitgedroogde botten die al jaren in de zon hebben gelegen. Hopeloos. Als de Heere aan de profeet vraagt of deze beenderen weer levend zullen worden, zou het meest logische antwoord zijn: “Natuurlijk niet, dat kan nooit.” Toch zegt Ezechiël dat niet. Hij zegt: Heere HEERE, U weet het. Dan gebeurt het wonder. Als het Woord van de levende God klinkt over dat dal met die verdroogde doodsbeenderen, dan komt er beweging in. Ze hadden geen oren meer om te horen, maar het Woord geeft hun die. En dan komt de Geest, Die adem geeft. Ze gaan leven, geestelijk leven.
Overwonnen
Als het Woord van de Heere in jouw hart kracht doet door diezelfde Geest, dan komt dat hart tot leven. Het wordt opnieuw geboren en krijgt geestelijk leven, een leven uit God. Je gaat de Heere liefhebben en je wilt Hem de eer geven die Hem toekomt. Je krijgt last van dat stenen hart dat zo dood is. Wat verandert er dan? Om wat te noemen:
• je bent God kwijt, maar kunt Hem niet missen
• Gods Woord spreekt tot je hart, het is werkelijkheid
• je wilt voor de zonde vluchten en hebt berouw over je zonden
• je bidt zonder ophouden om genade.
Wat een eeuwig wonder dat wij het niet in orde hoeven te maken met de Heere, maar dat Hij doden levend maakt! Om Jezus’ wil, die de geestelijke dood overwonnen heeft: Ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft Hij ons levend gemaakt met Christus (uit genade zijt gij zalig geworden) (Efeze 2: 5).
Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: De ure komt, en is nu, wanneer de doden zullen horen de stem des Zoon van God, en die ze gehoord hebben, zullen leven (Johannes 5: 25).
---
“Hoe ik merk dat ik geestelijk dood ben? Dat is wel confronterend. Ben ik dat? Dat horen we altijd in de kerk, enzo. Maar ik vind het moeilijk om me voor te stellen wat dat nu betekent. Dat je niet bekeerd bent, dat je geen levend geloof hebt. Gescheiden van God. Het tegenovergestelde van het paradijs. Met een zondig hart in een zondige wereld. Met iedere zonde laat je zien dat je geestelijk dood bent.”
“Geestelijk dood zijn is de Heere niet kennen, zonder Hem leven. Eigenlijk kun je zo niet leven. Ik word er wel eens bang van, dat ik het zo gewoon vind om onbekeerd te zijn, dat mijn hart zo hard is. Je ellende niet kennen, dat is de grootste ellende. Dood zijn voor de dood. Ik lees de Bijbel wel, maar als het me weer niets zegt, voel ik me soms teleurgesteld. Ik bid of ik levend gemaakt mag worden.”
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juli 2008
Daniel | 32 Pagina's