JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Bedrieg ik mezelf niet?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bedrieg ik mezelf niet?

5 minuten leestijd

Ik herken veel dingen, zoals droefheid naar God, hunkering naar Zijn Woord. Maar ik ben zo bang dat ik mijzelf bedrieg. Want dan kom ik voor altijd bedrogen uit! En ik heb ook niet het idee dat ik echte droefheid over mijn zonden heb. Is de Heere wel echt in mij aan het werk? Een jongere

Het is een voorrecht dat je dingen die je uit de Bijbel of in de preek hoort, herkent in je eigen leven. Of dat je een verlangen hebt de Bijbel te lezen en te onderzoeken. God gebruikt tenslotte Zijn Woord, door de kracht van Zijn Geest, om ook jonge mensen te bekeren en te leiden op de weg der zaligheid. In vragen als ‘bedrieg ik mezelf niet?’ moet de Heere steeds weer spreken door Zijn Woord en Geest. Want mensen kunnen wel zeggen: ‘Tob daar toch niet zo over, het komt wel goed!’ Maar daarmee kun je niet voor God verschijnen. Dat kan alleen met genade van de Heere. Daarom is zo nodig, dat de Heere antwoordt op het gebed: ‘Heere, maak mij Uw weg door Uw Woord en Geest bekend’. Dat kan als de Heere antwoord geeft door tot zondaren te spreken. De Heere doet dat door bij het lezen van de Bijbel of het horen van een preek, het Woord door Zijn Geest in het hart te brengen, toe te passen. Het is daarin ook steeds nodig om je leven te toetsen aan Gods Woord. Doorgrond mij, o God! En ken mijn hart; beproef mij en ken mijn gedachten. En zie, of bij mij een schadelijke weg zij; en leid mij op de eeuwige weg (Psalm 139: 23 en 24).

Droefheid over zonden
Er is veel droefheid over de gevolgen van de zonden. Je vindt dat onder andere bij Farao, Achab en Judas. Toen schikte Farao heen, en hij riep Mozes en Aäron, en zeide tot hen: Ik heb mij ditmaal verzondigd; de HEERE is rechtvaardig; ik daarentegen en mijn volk zijn goddelozen! (Exodus 9: 27). Het is eigenlijk een vorm van zelfmedelijden. Het is geen echte droefheid over de zonden. Ware droefheid over de zonde komt voort uit het zien van die zonden in het licht van Gods heiligheid en goedheid. ‘Ik heb tegen U, o HEERE zwaar en menigmaal misdreven’ (Psalm 25: 5, berijmd). Een droefheid niet alleen omdat ik zonden doe, maar omdat de wortel van mijn bestaan bedorven is: ik kan en wil niet anders dan de weg bij God vandaan gaan. Als de Heere dat laat zien, wordt dat de grootste nood van mijn leven. Daar krijg ik een droefheid over die erger is dan alle andere droefheid. Ik kan die droefheid zelf niet wegnemen, geen mens kan dat. Het is een droefheid waarin de Heere nodig is. Ook als God genade schenkt, blijven mensen aan deze kant van het graf zondigen. Daarnaast laat de Heere in het leven van zijn kinderen tijdens het leven ook meer de schuilhoeken van het zondige hart zien. Zodat de droefheid over de zonden in het leven steeds dieper wordt. De droefheid over de zonden werkt ook een haten van de zonden, een vluchten van de zonden vandaan. Niet uit vrees voor de straf, maar omdat we zonden leren kennen als walgelijk en Godonterend. Daarom doet in zonde vallen ook heel veel pijn. Wanneer heb je nu genoeg droefheid over de zonden? Als het je op de knieën brengt voor God en op de knieën houdt bij God. ‘Ik ben rampzalig, ik moet rechtvaardig omkomen is er nog een weg om daar aan te ontkomen?’ De diepte van die droefheid kan verschillen, maar de plaats waar je met de droefheid terecht komt niet. Ken je die droefheid? Zo niet, vraag dan om geestelijke ogen zodat je je zonde mag zien. En vraag of dat je brengt bij de Heere.

Droefheid naar God
Paulus spreekt in 1 Korinthe 7: 10 over deze droefheid. Een droefheid die ontstaat omdat we God missen en buiten God niet voort kunnen. De kanttekeningen zeggen: ‘Dat is die van God komt, Gode aangenaam is en de zondaar tot God brengt; wanneer het hart des zondaars daarover recht bedroefd is, dat hij God zijnen Vader door zijne zonde vertoornd heeft, met een vertrouwen van vergeving derzelve door Christus Jezus, vergezelschapt met een vast voornemen van de zonde te vlieden, gelijk de voorbeelden van David, van de verloren zoon, de zondares, Petrus en anderen uitwijzen.’ Ware doorleving van zonden laat dus zien: ‘Ik leef buiten God en moet buiten God sterven.’ Dat werkt een droefheid, die doet roepen om God en afkeert van alles van de wereld. Mijn verlangen gaat dan niet meer uit naar een computer, een scooter en noem verder maar op. Maar de Heere is voor mij, zondaar, onmisbaar. Zoals in het leven van de verloren zoon er een droefheid kwam terug te keren naar het huis van zijn vader. Dat is een droefheid die bindt aan Gods Woord. Een droefheid die je niet zou willen verruilen voor de lege blijdschap van de wereld. Stel je dan nooit meer de vraag: ‘Bedrieg ik mezelf niet?’ Jawel, maar dat werkt steeds weer droefheid naar God. Dat werkt in die droefheid een verlangen om Gods stem te horen. Die stem kan om Christus wil alleen rust schenken. En die stem klinkt nog uit Zijn Woord.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juli 2008

Daniel | 32 Pagina's

Bedrieg ik mezelf niet?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juli 2008

Daniel | 32 Pagina's