JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

“Beoordeel een boek niet op z’n kaft”

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

“Beoordeel een boek niet op z’n kaft”

Joodse en Palestijnse jongeren geven een kijkje binnenin

6 minuten leestijd

De Joodse broers Daniël en Asaf en de Palestijnse Samia leven aan verschillende kanten van het conflict in Israël. Ze herkennen elkaar in het verlangen naar vrede. “Israël is voor mij de enige plek waar Joden kunnen leven. Er zijn nog steeds veel mensen die ons haten. Israël is daarom het enige land waar ik me thuis voel.”

Aan de rand van Jeruzalem en net aan het begin van de woestijn wonen Daniël (19) en Asaf (24) in Maäle Adumim. Samia (28) woont ruimt 20 kilometer van de broers vandaan. Bethlehem, haar woonplaats, ligt aan de andere kant van Jeruzalem èn op de – Palestijnse - Westbank. Asaf is net klaar gekomen met zijn studie electronica en is op zoek naar werk. Daniël zit sinds augustus vorig jaar in het leger. “Natuurlijk vind niemand het leuk in het leger te moeten dienen, maar het moet. Het is nodig voor het land en goed voor je toekomst.” Samia werkt als medewerker op het kantoor van een Duits rehabilitatiecentrum voor mensen met een handicap. “Ik hoop dat ik hier een poos kan blijven werken. Het is een goede werkplek.” Haar ouders zijn geëmigreerd naar Amerika, maar Samia kon niet mee. Ze kreeg geen visum.

Zonder aanslagen
Zestig jaar geleden is de staat Israël gesticht. “Vooral voor de oudere mensen is de viering van het zestig jarig bestaan meer symbolisch, dan voor ons als jongeren.” Volgens Daniël zegt het hem niet zo veel. “Ik heb niet zo veel met geschiedenis.” “Geschiedenis is wel belangrijk,” meent Asaf. “Want wie vergeet wat er in het verleden is gebeurd, maakt in de toekomst dezelfde fouten.” Voor hem is het belangrijk dat de Joden een eigen staat hebben gekregen. “Het is de enige plek waar Joden kunnen leven. Er zijn nog steeds veel mensen die ons, Joden, haten. Het antisemitisme neemt weer toe. Wij doen niets verkeerd, maar ze mogen ons gewoon niet. Israël is daarom het enige land waar ik me thuis voel.” Hoewel moslims de Joden niet accepteren, maakt Asaf zich daar niet echt druk om. “We hebben een plek gekregen om onze God te dienen. In de Bijbel staat dat de Joden tenslotte in Israël gebracht zullen worden.” Natuurlijk verlangen de beide broers naar vrede. “Een tijd van vrede zonder aanslagen door terroristen,” is voor Daniël de wens voor de toekomst. Zijn broer is het met hem eens dat hij graag in vrede met de mensen om hem heen zou willen leven. Op de vraag of Asaf denkt dat Israël nog lang zal bestaan, antwoordt hij: “Dat is niet in onze handen. Ik denk op een andere manier. Het is de taak van de regering en het leger het geweld te stoppen, maar ik kan er op mijn plek weinig mee. Alleen schelden op alles wat niet goed gaat, heeft geen zin. De Heere heeft beloofd dat we zullen zijn als het zand van de zee.”

Woestijn in
Het verlangen naar vrede leeft niet alleen bij de jongens. Ook de Palestijnse Samia zou graag in vrede willen leven. “Ik zou willen dat we op een dag als buren en vrienden samen leven. Ik ken veel Israëliërs waarvan ik houdt.“ Tijdens verschillende verzoeningsconferenties leerde Samia haar Joodse vrienden kennen. “Er waren zowel Israëlische als Palestijnse jongeren. Tijdens deze conferenties hebben we met elkaar nagedacht over thema’s uit de Bijbel, maar we hebben ook veel plezier met elkaar gehad. We gingen bijvoorbeeld vijf dagen met elkaar de woestijn in.” In de officiële vredesbesprekingen wordt er gepraat over terugtrekking van Israël uit de Westbank. Volgens Asaf is dat de oplossing die buitenlanders bedenken, maar die niet haalbaar is voor de mensen in Israël zelf. “Kijk naar wat er gebeurde toen de mensen uit Gaza werden geëvacueerd. De Hamas heeft de macht genomen en de gewone Arabische mensen hebben er niets meer te zeggen.” Als het aan Samia zou liggen, dan wilde ze dat de Westbank weer gewoon onder Israëlische regering zou vallen. “Ze hebben een goede regering en werken aan ontwikkeling van zichzelf. Onze autoriteiten hebben dat niet. De gezondheidszorg van Israël is beter georganiseerd en de ziekenhuizen zijn veel beter.”

Geen rijbewijs
Het zijn vooral de christenen op de Westbank, die graag weer onder Israëlische regering zouden komen. “We merken aan alles in het dagelijks leven dat de moslims steeds sterker worden. Christenen worden achtergesteld bij het krijgen van banen, winkels worden afgepakt of jonge christenen kunnen geen rijbewijs krijgen. Onze regering heeft wel regels, maar ze worden willekeurig toegepast. Neem bijvoorbeeld de belasting. Christelijke organisaties moeten belasting betalen, maar bijna alle moslimorganisaties betalen niets.” Samia is er van overtuigd dat de politieke situatie vooral gaat om de tegenstelling tussen de moslims en de Joden. “Vraag het maar in Israël.” Het optimisme over de Israëlische regering wordt door Daniël niet zo gedeeld. “De economie gaat achteruit. Veel dingen gaan slecht.” “De regering is te bang van wat Europa of de Verenigde Staten zullen zeggen over hun handelen.” Een slechte zaak volgens Asaf: “Laten die mensen zich bemoeien met hun eigen zaken en niet met ons land. Laat ons zelf oplossingen vinden. Wij bemoeien ons toch ook niet met de politiek in Nederland of Frankrijk? Europa weet niet wat er hier speelt. Ze wonen hier niet en kennen de situatie niet van binnenuit. We hebben een Hebreeuws gezegde: ‘Beoordeel een boek niet op z’n kaft’.”

Eigen plek
De drie jongeren herkennen elkaar als ze praten over de toekomst: “Ik zie geen licht aan de horizon.” Asaf: “De situatie is complex en er zullen meer moeilijkheden bij komen.” Zijn broer is niet optimistischer als het over de toekomst gaat: “Iran kan een probleem worden.” “Wonen op de ommuurde Westbank is net als het leven in een gevangenis” voor Samia. “We kunnen hier niet weg, maar hebben ook geen toekomst. Het leven met de moslims wordt steeds moeilijker. Als ik de mogelijkheid krijg dan twijfel ik geen moment en ga ik meteen weg.” Juist bij zoveel zorgen is het nodig te zien wat er wel positief is. “Het is belangrijk om te vieren dat we al zestig jaar een eigen staat hebben, maar laten we het bescheiden doen,” zegt Asaf. “Ik vind het belangrijk dat we ieder op onze eigen plek goed doen aan de mensen om ons heen.” “De moslims maken het leven voor de christenen steeds moeilijker.” Samia: “Ze willen nadrukkelijk laten zien dat ze er zijn en bedenken daarom allerlei regels om hun religie te laten toenemen. Jammer dat ze de vrijheid niet kennen die er in Christus is. Ik ben dankbaar dat ik deze vrijheid mag kennen.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 mei 2008

Daniel | 32 Pagina's

“Beoordeel een boek niet op z’n kaft”

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 mei 2008

Daniel | 32 Pagina's