Wendelmoed, een weduwe met moed
“In Monnickendam heeft er een monnik met ketterse ideeën gepreekt. Ook heeft hij daarna een vrouw bezocht die gevangen zit vanwege haar kwade opiniën,” zo schrijft de Raad van het Hof van Holland aan de stadhouder in april van het jaar 1527. Kwade opiniën! Daar kan niets anders mee bedoeld worden dan de Lutherse opvattingen, die in die omgeving een vruchtbare voedingsbodem vinden.
Monnickendam is een klein vissersdorpje met ongeveer 3000 inwoners, niet ver van Hoorn en Medemblik. Sinds 1524 worden er Lutherse vergaderingen gehouden, zodat men Monnickendam wel de bijnaam van ‘Lutherdam’ geeft. Volgens Karel V, heer der Nederlanden, maken ketters zich schuldig aan majesteitsschennis en is hun vergrijp vergelijkbaar met godslastering. Het wordt al gauw duidelijk wie de vrouw is die wegens kwade opiniën gevangen zit: het is de weduwe Wendelmoet Claesdochter, door haar dorpsgenoten Weynke genoemd. Zij is de leidster van anderen, die ook gevangen genomen worden.
Maar als dezelfde maand al de deurwaarder uit Den Haag komt om de gevangenen op te halen, blijft alleen Wendelmoet standvastig haar geloof belijden. Zij wordt per schip en per wagen naar Den Haag gebracht, waar zij op 2 mei in de Gevangenpoort wordt opgesloten.
Verhoord
De anderen, die hun geloof verloochenen, moeten met een schuldbekentenis om de hals een uur lang te kijk staan of enkele keren met een kaars in de hand een processie leiden. Maar met Wendelmoet weet men geen raad. Ze wordt langdurig ondervraagd en haar verhoorders vragen zich vertwijfeld af wat ze met deze koppige vrouw moeten doen. “Ik wens liever te sterven dan me tot uw godsdienst te bekeren,” zegt Wendelmoet vastberaden. “Hoe kunt u dat zeggen?” roept één van hen. “U weet niet wat sterven inhoudt.” Wendelmoet blijft rustig.” Ik zal niet sterven, want Christus zegt: Zo iemand Mijn Woord bewaart zal hebben, die zal de dood niet zien in eeuwigheid.” Ten einde raad vraagt men advies aan Margaretha van Oostenrijk, de landvoogdes die namens Karel V regeert. “Zet haar twee maanden op water en brood,” is het bevel van de landvoogdes. En dat gebeurt. Als er niets verandert bij Wendelmoet wordt ze op 9 juni naar het slot in Woerden overgebracht, een kasteel met zware muren door een gracht omgeven. Op de rekening van het vervoer omschrijft men haar als ‘Lutheriane, die kwalijk gevoelde van het heilig sacrament.’ In Woerden – waar twee jaar daarvoor ook de bekende Jan de Bakker gevangen zat – wordt Wendelmoet 157 dagen opgesloten in een vunzige kerker. Op 14 november wordt zij weer voor verhoor naar Den Haag gebracht. “Wat denkt u van de hostie?” klinkt het bars. “Ik houd het voor brood en meel,” is het korte antwoord. “En het kruis?” “Dat is goed om er een vuurtje mee te stoken!” “En het heilig oliesel?” “Olie is goed voor op de sla of om er uw schoenen mee in te smeren.”
Veroordeeld
Vrienden en familieleden staan om Wendelmoet heen en proberen haar over te halen om haar woorden te herroepen. Alles tevergeefs! Tenslotte komt een monnik op haar af en houdt haar een kruisbeeld voor om te aanbidden. “Herroep alles wat je hebt gezegd, voor het oordeel gegeven wordt,” sist hij haar toe. Maar Wendelmoet wendt haar gezicht van het kruisbeeld af. “Ik blijft bij mijn Heere, mijn God; ik zal van Hem niet afwijken in leven noch in sterven.” “Deze ketterse vrouw moet tot de brandstapel veroordeeld worden en al haar bezittingen verbeurd verklaard,” is tenslotte de onverbiddelijke eis. Vriend en vijand is onder de indruk van de moed waarmee Wendelmoet het vonnis ondergaat, tot de beul toe. Hij zegt: “Moeder, blijf bij God en laat u van God niet trekken.”
Verbrand
Het is 20 november 1527. Onder de toeschouwers kijken drie inquisiteurs grimmig toe als rook en vlammen Wendelmoet begeleiden naar haar Heere en God.
Dus is ’t oordeel gegeven
Dat zij zou worden verbrand
Maar, door Gods Geest gedreven
Gaf zij willig haar leven,
Over in des Heeren hand.
Dus liefelijk ontslapen
Is Wendelmoet in den Heere.
Maar monniken en papen
Die naar christenbloed gapen,
Verzaad worden zij nimmermeer.
Vereerd
Direct na haar dood wordt in Antwerpen een boekje gedrukt met een uitvoerig verslag van Wendelmoets gevangenschap, verhoor en dood. In 1528 circuleert het al in verschillende steden. Een jaar eerder zijn al drie vrouwen uit Nijmegen en Arnhem om hun geloof de vuurdood gestorven, maar vanwege deze beschrijving is Wendelmoet bekend geworden als het eerste vrouwelijke slachtoffer van de geloofsvervolgingen onder Karel V. In 1927, vier eeuwen na de dood van de moedige weduwe Wendelmoet wordt in de hervormde kerk van Monnickendam een gedenksteen geplaatst.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 april 2008
Daniel | 36 Pagina's