JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Leeswijzer

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Leeswijzer

7 minuten leestijd

Niets in mij gelooft dat is een boek over religie in de moderne Nederlandse literatuur. Het boek valt in twee delen uiteen. De vier hoofdstukken uit het eerste deel gaan over de jaren zestig tot en met negentig. De van huis uit rooms-katholieke Liesbeth Eugelink, schrijver en journalist, zoekt in dit deel naar sporen van religie bij onder andere Willem Frederik Hermans, Harry Mulisch, Joost Zwagerman en Ronald Giphart. Deze hoofdstukken beginnen met een korte, maar scherpe schets van het tijdperk, een essay dat dieper ingaat op het werk van een schrijver en tenslotte een interview. Het tweede deel gaat over ‘nieuwe getuigen’: schrijvers die religie een duidelijke plaats geven in hun werk, zoals Marjoleine de Vos, Willem Jan Otten en Désanne van Brederode. Tussen de hoofdstukken zijn kaders opgenomen met informatie over uiteenlopende onderwerpen: engelen, orthodox-christelijke literatuur, de Da Vinci Code en nog heel veel meer. Schrijven over religie is niet gemakkelijk, schrijft Eugelink in haar Woord vooraf. “Je kunt niet lezen over religieuze ervaringen, als je niet bereid bent om je daarin te verplaatsen, in ieder geval voor de periode dat je je in het betreffende werk verdiept.” Hoe verder die opvattingen verwijderd zijn van de eigen opvattingen, hoe moeilijker het is, zo blijkt tijdens het lezen van dit boek. Zo schrijft Eugelink in het hoofdstuk over Willem Jan Otten dat ze dit hoofdstuk het lastigste vindt om te schrijven, omdat Otten de meest orthodoxe schrijver is die ze behandelt. In het hoofdstuk over Otten komen een aantal lijnen en lessen uit dit boek samen. Dat de auteur van Specht en zoon de meest orthodoxe is, zegt iets over de andere schrijvers die behandeld worden. Het besef iets kwijt te zijn, is bij bijna alle schrijvers te vinden. Maar wat daarvoor in de plaats komt, is niet veel. Opvallend is dat verschillende schrijvers begrippen en denkbeelden overnemen uit middeleeuwse mystiek. Verder blijkt uit dit hoofdstuk hoe lastig het is voor een christelijke schrijver om begrijpelijk te schrijven voor niet-christenen, zoals Eugelink. Otten zelf heeft daarover het volgende gezegd: “In onze samenleving zijn we die taal (geloofstaal, LN) kwijtgeraakt maar op een wonderbaarlijke manier is die binnen de kerk bewaard gebleven. Om van daaruit je eigen ervaringen als gelovige uit te kunnen drukken buiten die kerk is lopen op een heel smal richeltje.” Tenslotte maakt dit hoofdstuk voor mij ook duidelijk waarom ik veel moderne literatuur niet verteren kan. De kloof die Eugelink ervaart ten opzichte van het werk van Willem Jan Otten, ervaar ik ook ten opzichte van schrijvers als Hermans en Zwagerman. Niets in mij gelooft dat helpt die kloven te overbruggen – zonder dat het per se nodig is die boeken zelf te lezen. De waarde van dit goed geschreven en goed gedocumenteerde boek is dat Eugelink, zonder waardeoordelen te geven, inzicht geeft in het werk van een twintigtal moderne schrijvers. Dat maakt dit boek geschikt als hulpmiddel bij een begeleide confrontatie met moderne literatuur. Ook stelt het de lezer in staat zijn eigen tijd beter te begrijpen en een eigen oordeel daarover te vormen.

Liesbeth Eugelink, Niets in mij gelooft dat.
Over religie in de moderne Nederlandse literatuur (Kampen: Ten Have 2007)
ISBN 9789025957186; 303 blz.; € 24,90.

Linco Nieuwenhuyzen

---
De mens was het pronkstuk van de schepping. Met als opdracht: het bebouwen en bewonen van de aarde. Maar wat als er geen mensen (meer) zouden zijn? Door een ziekte bijvoorbeeld. Over de invloed van de mens op aarde schreef journalist Alan Weisman een boeiend boek. De interviews en beschrijvingen zijn fascinerend. Het boek is dan ook een aardig gedachtenexperiment: een ‘wat als’-boek; typisch voer voor studenten. Maar op geen enkele manier wordt rekening gehouden met Gods Woord en Zijn voorzienigheid. Integendeel: evolutionisme en een heel enkele keer een spottende opmerking geven aan dat de schrijver niet in christelijke hoek gezocht moet worden. Toch is het het lezen waard is. Want: wat brengt de mensheid terecht van zijn scheppingsopdracht? Zou de invloed van de mensheid echt beperkt blijven tot nucleaire afval? Zo nadenkend is De wereld zonder ons een confronterende spiegel.

Alan Weisman, De wereld zonder ons (Amsterdam: Atlas 2008)
ISBN 9789045000572; 360 blz.; € 24,90.

Sandor van Leeuwen

---
Rachelle Dushane- Macquinet, maakt zijden jurken voor Marguerite, de dochter van koningin-moeder Catherine de Médicis. Ze is een hugenote en dat maakt het leven aan het hof er niet makkelijker op.

Een zijden draad is het tweede deel van een trilogie over het Frankrijk van de zestiende eeuw. Chaikin vertelt daarin het verhaal van Rachelle en haar geliefde, markies Fabien de Vendôme. We maken kennis met de intriges van ‘madame Le Serpent’, die de grootmoeder van Rachelle heeft vergiftigd en de De Guises gebruikt om haar macht te tonen. Rachelle maakt een hugenotenafslachting mee en blijft zelf wonderlijk gespaard. Verbitterd keert ze terug naar het hof, waarheen Catherine haar heeft geroepen. Catherine speelt haar eigen spel en gebruikt Rachelle om Fabien terug te lokken naar Frankrijk. Ze hoopt dat hij hertog De Guise om zal brengen.

Draait het in de boeken van Tricia Goyer om de beschrijvingen van die tijd, in de verhalen van Linda Chaikin staan de belevenissen van de hoofdpersonen voorop. Daarvoor gebruikt ze de hugenotenvervolgingen als decor, maar het verhaal had ook in een andere tijd kunnen spelen. Een aardig boek ter verstrooiing dus, maar je mist niks als je het niet gelezen hebt.

Linda Chaikin, Een zijden draad (Kampen: Kok 2007) ISBN 9043512931; 409 blz.; € 19,95.

Joke Kreijkes

---
De catechismus zingen kan dat? Ja. Sinds het ontstaan van de Heidelberger Catechismus heeft men gepoogd de catechismus op rijm te zetten om het leren ervan te vergemakkelijken. Daarna heeft men gepoogd gerijmde versies op melodie te vervaardigen. Ds. Franciscus Ridderus (1620-1683) schreef catechisatieliederen op de melodieën ontleend aan het psalmboek van Datheen. Ds. Volckerus van Oosterwijk zorgde in 1666 voor de eerste zingbare catechismus. Er zijn sinds die tijd veel berijmingen gevolgd, zo lezen we in de hoofdstukken voorafgaand aan een zingbare berijming die kort geleden verscheen van de hand van dr. H. van ’t Veld. Het zijn 52 liederen op de melodie van een Psalm of geestelijk lied. De berijming volgt niet exact de indeling van de zondagen van de Heidelberger. Soms zijn zondagen samengevoegd, een andere keer heeft er een splitsing plaats. Er zijn heel mooie verzen bij, andere zijn niet zo aansprekend. Bij sommigen kun je vragen stellen ten aanzien van de inhoud, zoals bijvoorbeeld bij 2.3 als het gaat over de twee hoofdgeboden: “Ik kan ze beide niet volledig houden, met heel mijn hart naar haten toegewend. Ik heb God lief, maar keer mij tegen Hem.” Dat is toch niet hetzelfde als wat antwoord 5 zegt: ‘Want ik ben van nature geneigd God en mijn naaste te haten’? Zegt dit antwoord juist niet dat er niets van nature in me is waarmee ik God liefheb? Met dit boek kun je in huis proberen de catechismus te zingen. Vergelijk altijd de gezongen tekst met de werkelijke tekst en vraag je af of afwijkingen principieel zijn, ten opzichte van wat de Catechismus ons voorhoudt. Het zingen kan ook het onthouden makkelijker maken.

H. van ’t Veld, Wegwijzer naar Christus. De Heidelberger Catechismus berijmd en gezongen, 1624- 2006
(Zoetermeer: Boekencentrum 2007) ISBN 9789023921912, 140 blz. prijs € 12,90


ds. L. Terlouw

---
Waarom zou ik in God geloven? Op deze indringende vraag geeft de schrijver dertig verschillende antwoorden. Aan de hand van praktijkvoorbeelden wordt duidelijk gemaakt waarom we in God moeten geloven. Elk antwoord wordt kernachtig afgesloten met iets waar je over na moet denken: ‘Besef dat er groot verschil bestaat tussen iemand die niet erkent dat hij Gods eigendom is en iemand die dat wel erkent. De eerste is slaaf van satan, de ander is een kind van God.

Het boekje is speciaal voor jongeren geschreven en je merkt aan alles dat de schrijver graag wil dat je in God gelooft. “Er blijft dus maar één mogelijkheid over: vluchten tot de Zoon van God. Tot Hem roepen om genade, om geloof, om bekering. Je aan Hem vastklemmen tot Hij je verlost van je ongeloof en je zonden. Dan ga je echt leven…” Een waardevol boekje voor alle jongeren!

Laurens Snoek, Waarom zou ik… in God geloven? (Houten: Den Hertog 2007)
ISBN 9789033120916; 72 blz.; € 9,90.


Joke Kreijkes

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 april 2008

Daniel | 36 Pagina's

Leeswijzer

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 april 2008

Daniel | 36 Pagina's