Lioba, een vrouw
in de achterhoede
In Leeuwarden en Dokkum kennen we de Liobastraat. Lioba, wie of wat moeten we ons daarbij voorstellen? We moeten het in de historie zoeken: Lioba was de nicht en de helpster van Bonifatius. Zij werd rond het jaar 740 geboren en we willen haar leven wat dichterbij bezien.
Dimo en Ebba zijn twee godvrezende mensen uit een oud-adellijk geslacht in Engeland. Tot hun verdriet is hun huwelijk niet bekroond met de kinderzegen. Maar na jaren bloeit de hoop opnieuw op: Ebba is zwanger! Ze besluiten het jonge leven, als alles goed mag gaan, helemaal aan de dienst des Heeren te wijden. En als er een meisje geboren wordt, noemen de gelukkige ouders haar ‘Lioba’, wat ‘de geliefde’ betekent. De jonge Lioba wordt naar een klooster gebracht, voor haar verdere ontwikkeling. Het blijkt al spoedig dat Lioba een helder verstand heeft gekregen en wat nog meer is: haar tere Godsvreze mag al vroeg openbaar komen. Als opgroeiend meisje leest ze veel in de Heilige Schrift, zoals die toen beschikbaar was. Ze leert ook de Latijnse taal en maakt zelfs Latijnse verzen.
Dringende vraag
Op een dag komt er een brief in het klooster van Bonifatius, de grote zendeling van Duitsland. Hij vraagt helpers en helpsters om zijn belangrijke werk te steunen. Er wordt druk over gepraat. Ook Lioba leest en herleest de brief. Helpers en helpsters! Wonderlijk dat Bonifatius zelfs vrouwen te hulp roept. Zou hij speciaal aan haar denken, zijn verre nichtje? Van haar ouders heeft ze veel over Bonifatius gehoord. Hij heet eigenlijk Winfried. Zijn vader wilde een beroemdheid van hem maken, een grote geleerde, maar hij werd geestelijke. Men benoemde hem als abt van een bekend klooster, maar Winfried weigerde. Hij ging naar Europa. De paus in Rome wijdde hem tot zendeling onder de heidense volkeren in Thuringen, ten oosten van de Rijn. In het jaar 723 werd hij tot bisschop gewijd en kreeg hij de naam Bonifatius: ‘brenger van goede tijding.’ En nu zo’n dringende vraag! Lioba kan deze niet weerstaan en vertrekt met enkele vriendinnen naar Duitsland. Bonifatius is heel blij met hun komst en wijst zijn nichtje het klooster Bisschopsheim aan. Hier kan zij jonge meisjes en vrouwen winnen en hen vormen voor de dienst van de Heere.
Beproefd
Weldra heeft Lioba een grote plaats. Ze kent niet alleen de Heilige Schrift, maar ook de kerkvaders en het kerkrecht. Zelfs vorsten komen haar om raad vragen. Ook Karel de Grote heeft grote achting voor haar en Lioba wordt de vriend - in van zijn vrouw Hildegard. Maar Lioba’s geloof wordt beproefd. Op een dag wordt er bij de kloostermuur een pasgeboren baby gevonden. Er wordt gefluisterd en al snel doen de praatjes de ronde dat het zedelijk gehalte van het klooster niet op een hoog peil staat… Lioba rust niet voordat zij deze zaak heeft uitgezocht. Als ondervraging niets oplost, laat zij de vrouwen en meisjes op een dag driemaal psalmzingend door de gangen van het klooster gaan. Daarna knielt Lioba neer en smeekt de Heere de smaad van het klooster weg te nemen. Plotseling komt er een bode aansnellen met de boodschap dat er een bedelares aan de poort staat die zegt dat zij het kindje bij de muur te vondeling heeft gelegd. De laster en smaad is weggenomen!
Afscheid
Lioba’s klooster in Bisschopsheim wordt het moederklooster van alle kloosters in het Thuringerwoud. Vorsten en edelen laten hun dochters er hun opleiding volgen. Lioba is Bonifatius tot grote steun. Voordat hij voor een reis naar Friesland vertrekt, laat hij haar bij zich komen. “Ik voel dat ik niet meer van deze reis zal terugkomen, Lioba,” zegt hij. “Je weet hoe moeilijk mijn werk vaak was. Men dacht eerst dat Christus een soort oorlogsgod was. Maar door Gods genade is er enig begrip van het Evangelie gekomen. Beloof me dat je hier je werk zult blijven doen in dit land? Doe als ik en keer niet terug naar je geboorteland, Engeland. Het is mijn wens dat we eenmaal op dezelfde plaats in Fulda ons graf zullen hebben.” Lioba belooft het. Ontroerd nemen ze afscheid van elkaar, de oude zendingsapostel en de jonge abdis.
Rustplaats
Zoals Bonifatius voorvoelde, is hij niet levend van zijn reis teruggekeerd. Bij Dokkum is de 74-jarige zendeling met zijn helpers op Pinksterdag van het jaar 754 lafhartig door woestelingen vermoord. “Vecht niet, mijn kinderen!” zo bemoedigt de grijsaard zijn helpers. “De dag is gekomen, waarnaar ik reeds lang heb uitgezien. Het is heden de dag waarop onze zielen geoogst worden voor de hemelse graanschuren.” Later brengen bedroefde vrienden hun geliefde meester van Dokkum naar zijn laatste rustplaats in Fulda, in het land waar hij zoveel jaren met zegen heeft gearbeid. Lioba en haar vriendinnen zetten het werk van Bonifatius voort. Niet door te strijden, niet door het vernielen van afgodsbeelden en Wodan - eiken, maar als onderwijzeressen met een stille geest, die kostelijk is voor God. Bij het ouder worden trekt Lioba zich terug in het klooster van Schonnersheim. Nog eenmaal maakt zij een lange, vermoeiende reis naar Aken, om afscheid te nemen van haar vriendin Hildegard. Op 28 september 779 komt het einde van haar pelgrimsreis. Lioba wordt volgens de wens van Bonifatius bij hem begraven in Fulda.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 februari 2008
Daniel | 40 Pagina's