JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Sterven en dan...?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Sterven en dan...?

5 minuten leestijd

“Ik werk in een christelijk verpleeghuis en heb veel te maken met het overlijden van bewoners. Familie, bewoners en collega’s denken vaak heel anders over sterven dan ik. Er zijn mensen die tegen mij zeggen ‘dood is dood’. Voor een ander gaat iedereen naar de hemel. Ik heb nog nooit mijn eigen mening gezegd en tegen demente bewoners is dat ook erg moeilijk. Hoe moet ik daar mee omgaan?” Een jongere

Rond het sterven van een geliefde hoor je in de verzorging heel veel. In Nederland leven mensen in hun gezonde dagen vaak bij de gedachte ‘dood is dood’. Als er echter zorgen of ziekte in eigen leven komen, of in het leven van naaste familieleden, dan kunnen veel mensen niet geloven dat het met de dood afgelopen is. Er zal wel ‘iets’ zijn. Dat iets wordt dan positief ingevuld, omdat het negatieve ondragelijk wordt geacht. Dat ‘iets’ kan de naam ’hemel’ krijgen, omdat dit nog een bekende uitdrukking is. Maar dat begrip ‘hemel’ kan helemaal los staan van de Bijbel. Zo hoorde ik ooit een familielid zeggen dat zij, als ze naar de wolken keek, altijd even moest denken aan overleden familieleden. Anderen zijn nog kerkelijk, maar leven bij ‘God is liefde’. Het komt echt goed met iedereen, zeker als men iedereen het zijne gaf en nooit iemand kwaad deed. Weer anderen zeggen: ik ben gedoopt, trouw naar de kerk geweest. Dan zal het met mij toch goed zijn als ik sterf? Van een eeuwig lijden, dat groter is dan het grootste lijden op aarde, wil men niet weten. De dood verlost altijd uit lijden, de kwaliteit van leven wordt er tegen afgezet. We zouden zo nog wel even door kunnen gaan. Ieder kent wel meningen uit zijn omgeving. Maar hoe ga je daar nu mee om?

Genezing
De Bijbel is heel duidelijk. Denk maar aan de gelijkenis die de Heere Jezus vertelt over de rijke man en de arme Lazarus (Lukas 16: 19-31). Tegen Nicodemus zegt de Heere Jezus nadrukkelijk dat hij niet als een farizeeër de hemel kan verdienen: Tenzij een mens wederom geboren wordt, hij kan het koninkrijk Gods niet zien (Johannes 3: 3). Ook in Daniël 12: 1 en 2 en Openbaring 20: 11-15 lees je van eeuwig wel en eeuwig wee. Onbekeerd sterven betekent eeuwig wee. Alleen als je bekeerd wordt door de Heere, zal je ziel bij het sterven terstond bij God in de hemel zijn. Je lichaam zal in de aarde begraven worden, maar opstaan uit het stof als Christus wederkomt. Dan zal de ziel van Gods kind met het lichaam verenigd worden en zullen ze eeuwig bij God zijn op de nieuwe hemel en aarde. Omdat we de dag van ons sterven niet kennen, is het zo nodig dat je genezen wordt van de grootste kwaal van je leven: je zonde en je zondige aard. Voor die genezing in het bloed van Christus is niemand te jong. De oproep: ‘Laat je met God verzoenen,’ gaat nog steeds uit.

Eerlijk
Op school kun je plotseling in discussie raken over deze dingen. Dat is helemaal niet erg. Maar het is dan nodig dat je je mening op grond van de Bijbel kunt verwoorden. Als er na het overlijden van een geliefde wordt gezegd: ‘Nu is zij van het lijden verlost’, is het niet gepast in discussie te gaan met de familie. Maar je mag en hoeft dat ook niet te beamen. Veelal hoef je niets te zeggen. Als je mening gevraagd wordt, mag je zeggen dat jij daar niet over oordeelt. Naar collega’s toe, is het goed je standpunt los van een concreet sterfgeval eerlijk te verwoorden. Er zijn gelegenheden genoeg waarin je collega’s kunt laten merken dat jij in je leven wil uitgaan van de Bijbel. Je kunt in die situaties ook wat zeggen over hoe de Bijbel spreekt over noodzaak van bekering en het vreselijke van onbekeerd sterven. Naar bewoners toe zijn er in de gezondere dagen meer dan eens gelegenheden om voor je mening uit te komen. Bijvoorbeeld als een bewoner tijdens het wassen tegen je zegt: ‘Zo kan je maar beter niet meer leven.’ Vraag eens waarom hij dat denkt. Als iemand zegt: ‘Ik heb altijd ieder het zijne gegeven en goed geleefd, dus ik hoef niet bang te zijn voor de dood’, dan mag en moet je daartegenover stellen: ‘Ik zou zo niet durven sterven, want ik lees in mijn Bijbel…’ Je hoeft verder niet in discussie te gaan. Hetzelfde kun je naar een familie toe ook verwoorden.

Wijsheid
En als bewoners dement zijn…? Als ze nooit bij Gods Woord geleefd hebben, zal het niet meevallen er iets over te zeggen. Als men in het verleden onder Gods Woord heeft geleefd of er nog onder leeft, kan een psalmversje soms aanleiding geven tot een enkel woord uit de Bijbel gericht op het hart. Besef: in de zorg ben je niet geroepen als evangelist werkzaam te zijn. Je moet je werk, waarvoor je wordt betaald, met de liefde van je hart doen. Trouwe, geduldige, vriendelijke zorg kan een preek zonder woorden zijn van het jenaaste- liefhebben-als-jezelf. Vraag daarnaast wijsheid om een woord op zijn tijd en plaats te mogen spreken. Je hoeft daarvoor geen dominee of ouderling te zijn. Denk aan die jonge slavin in het huis van Naäman die tegen haar meesteres zei: Och, of mijn heer ware voor het aangezicht van den profeet, die te Samaria is, dan zou hij hem van zijn melaatsheid ontledigen (2 Koningen 5: 2). Eenvoudige woorden in een vijandige omgeving tot eeuwig heil.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 2008

Daniel | 32 Pagina's

Sterven en dan...?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 2008

Daniel | 32 Pagina's