JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Geen afwisseling, maar inhoud

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geen afwisseling, maar inhoud

Vier vragen en antwoorden over de eredienst

4 minuten leestijd

Liturgie. Dat woord wordt gebruikt als het gaat over de handelingen in de eredienst. Dan gaat het over de prediking en de bediening van de sacramenten, maar ook over het gebed, de zang en de collecten. Iedere zondag volgen die elkaar in vaste volgorde op. Waarom gaat dat zo? En kan dat soms niet anders? Door een lied in plaats van een Psalm bijvoorbeeld?

1. Is de liturgie belangrijk?
Het gaat toch om de preek?
De preek vormt de kern, maar de liturgie is ook belangrijk. Achter de handelingen in de eredienst gaan heel wezenlijke gedachten schuil. Er zijn twee soorten liturgische handelingen: handelingen vanuit God en handelingen vanuit de gemeente. Die twee wisselen elkaar af. Heel mooi zie je dat in de tabel. Daarin is door middel van kleuren aangegeven vanuit wie de handeling gebeurt. Beide soorten handelingen kunnen trouwens door de dominee worden gedaan. In de prediking bijvoorbeeld is hij de tolk van God tot de gemeente, maar in de gebeden is hij de tolk van de gemeente tot God.

2. Is het belangrijk dat een gemeente een vaste liturgie heeft?
Waarom niet wat meer variatie?

De liturgie is niet bedoeld voor de aardigheid. Het doel is niet om wat afwisseling of afleiding in de dienst te hebben. Het gaat om de inhoud van het gebed, het belijden van het geloof door de gemeente, de prediking, de zang en al die andere handelingen. Neem bijvoorbeeld het ‘votum’ aan het begin van de dienst. Votum betekent: mondelinge belofte. Het votum is een geloofsbelijdenis aan de Koning van de Kerk: Onze hulp is in de naam des HEEREN, Die hemel en aarde gemaakt heeft (Psalm 124: 8); die trouw houdt in der eeuwigheid (Psalm 146: 6b); en die niet laat varen de werken Zijner handen (Psalm 138: 8). De Heere roept Zijn gemeente rond de genademiddelen in zijn huis. Als de gemeente samenkomt, zijn de eerste woorden in de eredienst gericht tot die roepende God.

3. Maar als je een kerkdienst in een andere gemeente bezoekt, bijvoorbeeld op vakantie, dan merk je dat de liturgie daar wel eens anders is. In de ene gemeente spreekt een ouderling wel het votum uit, in de andere gemeenten niet. En in verschillende buitenlandse gemeenten antwoordt de gemeente met ‘amen’ op de door de predikant uitgesproken geloofsbelijdenis. In de Gereformeerde Gemeenten wordt dat niet gedaan.
In de eerste plaats: dat ‘tot eer van God’ kan op verschillende wijzen plaats hebben. Maar de liturgie is niet vrijblijvend. In de gereformeerde liturgie staat Gods Woord centraal. Vanuit dat Woord spreekt God tot mensen. Daaromheen staan de liturgische handelingen. In de tabel is aangegeven dat veel van die handelingen een Bijbelse basis hebben. Ook in de tempel en de synagoge kende men deze gebruiken. Als het gaat over het beoordelen van verschillen, is het belangrijk om naar het doel van de handeling te kijken. Het ‘amen’ van de gemeente in veel buitenlandse kerken heeft als doel dat de gemeenteleden heel bewust bezig zijn met de afsluiting van de woorden die namens de gemeente tot God worden opgezonden. Maar het ‘amen’ dat de predikant of ouderling uitspreekt, spreekt hij ook uit namens de gemeente. De gemeente hoort dat met hem mee te bidden. Het doel is dus in beide gevallen hetzelfde. Hier is dus geen sprake van een wezenlijk verschil. De liturgie in veel Gereformeerde Gemeenten komt overeen met de liturgie die de Generale Synode van 1974 heeft aanbevolen. Deze liturgie is dus niet dwingend opgelegd. Er is ruimte voor kleine afwijkingen. Het uitspreken van het votum is er daar één van. Andere voorbeelden zijn de psalmberijming (‘Datheen’ of ‘1773’) en het wel of niet zingen na het lezen van de wet of de geloofsbelijdenis.

4. Er bestaan prachtige liederen die op de Bijbel gegrond zijn. Is het ook vrij om naast de Psalmen deze liederen tijdens de dienst te zingen?
Nee. Al tijdens de bekende Dordtse synode in 1618 en 1619 is besloten dat dat niet mag. In de Dordtse kerkorde staat dat alleen de 150 Psalmen van David, de Tien Geboden, het Onze Vader, de Twaalf Artikelen en de lofzangen van Maria, Zacharias en Simeon gezongen mogen worden. En daar zijn goede argumenten voor. In de eerste plaats wijst de praktijk helaas uit dat het invoeren van gezangen er toe leidt dat na verloop van tijd nauwelijks nog Psalmen worden gezongen. In de tweede plaats is het zingen van Psalmen in de eredienst een traditie die terug gaat op de oud-christelijke kerk. Christenen van alle eeuwen hadden genoeg aan de Psalmen. En in de derde plaats haalt het Nieuwe Testament van alle Oudtestamentische boeken de Psalmen het meest aan. En dan vooral de Psalmen over Christus. Dit is wel het belangrijkste argument om alleen Psalmen te zingen in de eredienst. Psalmen als antwoord op de preek en tot Zijn eer.


ds. C.A. de Jongste (red.), Wanneer ik voor U kniel. Rondom de eredienst (2 delen)
(Tholen: Kerkenraad Gereformeerde Gemeente 2000 en 2003).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 2008

Daniel | 32 Pagina's

Geen afwisseling, maar inhoud

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 2008

Daniel | 32 Pagina's