Een dag in de bak
Verslaggever van Daniël opgesloten in politiecel
Achter slot en grendel. Alleen al in Nederland zitten dagelijks zo’n 16.000 mensen opgesloten in gevangenissen. Leven in het ritme van de bewakers. Hoe voelt dat? Een verslaggever van Daniël verdween voor twintig uur achter de tralies. “Binnen vijf minuten praat iedereen met iedereen. Gevangenschap verbroedert.”
16.35 uur De draaideuren van het splinternieuwe politiebureau in Dordrecht schuiven open. M’n laatste vrije minuten. Even later loop ik tussen twee arrestantenverzorgers naar achteren. De lift in.
16.40 uur Vanuit de lift word ik naar een ophoudkamertje gebracht. Even wachten op mijn voorganger. Na een paar minuten ben ik aan de beurt. Een politieman noteert al mijn gegevens: portemonnee met € 1,65 - “Echt rijk ben je ook niet”- , sleutelbos en nog wat spullen. Mijn Bijbel mag mee voor deze keer. “Anders had je er een van ons gekregen als je dat zou willen.” Alle spullen verdwijnen in een plastic zak en gaat daarna een kluisje in. Achter slot en grendel. Nog geen twee minuten later ben ik ook opgeborgen. Verdacht van zakkenrollen, aldus de computer. In werkelijkheid mag ik Een dag in de bak Achter slot en grendel. Alleen al in Nederland zitten dagelijks zo’n 16.000 mensen opgesloten in gevangenissen. Leven in het ritme van de bewakers. Hoe voelt dat? Een verslaggever van Daniël verdween voor twintig uur achter de tralies. “Binnen vijf minuten praat iedereen met iedereen. Gevangenschap verbroedert.” Verslaggever van Daniël opgesloten in pol i t iecel ‘proefzitten’, bij wijze van oefening. Om het personeel te laten wennen aan het nieuwe cellencomplex.
17.00 uur Dit is voor zo’n dikke twintig uur mijn verblijf. Kaal. Grijs. Veel beton en roestvrij staal. Echt schoon is het nog niet. De deur zit er indrukwekkend uit. Precies zoals ik me een cel voorstelde. Op ‘tafel’ liggen een laken en een deken. Allebei van papier, om te voorkomen dat ik er ‘gekke dingen’ mee doe.
17.10 uur De deur gaat weer open. Ik moet mee. Vingerafdrukken opnemen. De arrestantenverzorger is behulpzaam. “Zoals ik tegen jou doe, doe ik tegen iedereen. Dat werkt het beste.” Tien minuten later zijn m’n vingers zwart en ben ik geregistreerd. Ik mag terug.
18.10 uur Het etensluik gaat omhoog. “Alles goed?” Jawel, ik vermaak me prima.
18.15 uur “Uw advocaat is er.” Met de lift ga ik naar boven. Het tussenschot in de lift gaat op slot. Gelukkig blijft de lift niet vast zitten. Ik heb het niet zo op die dingen. De advocaat is nergens te bekennen, maar ik blijf tien minuten zitten in een hokje.
19.30 uur Etenstijd. Spinazie met aardappelpuree en kipfilet. Hoe eet je dat fatsoenlijk op zonder vork? Het smaakt trouwens niet verkeerd.
20.30 uur Herrie op de gang. Eén van m’n lotgenoten krijgt het op haar heupen: “IK WIL THEE!” “Als je rustig bent krijg je thee.” Gebonk tegen de deuren. “Ik wil NU thee.” Later – tijdens het luchten – blijkt de schreeuwlelijk een agente uit Gorinchem te zijn. Ze heeft aardig geleerd van alle mensen die ze zelf heeft in gesloten…
22.00 uur “BRAND! HELP!” De theetante heeft haar laken in brand gestoken. Tenminste, volgens het draaiboek. Van echt vuur is gelukkig geen sprake. Aan alle kanten rennen arrestantenverzorgers heen en weer. “We komen zo bij je!” Drie minuten later word ik van mijn bed gesleurd. Het luchthok dient als verzamelplaats. Iedereen loopt te stampvoeten van de kou. Het sneeuwt hier net niet… Binnen vijf minuten praat iedereen met iedereen. Gevangenschap verbroedert.
22.50 uur Officieel weet ik niet hoe laat het is. Maar omdat ik mijn fototoestel – met digitale klok – mee mocht nemen, blijf ik een beetje bij de tijd. Iets voor elf uur zet ik de radio aan voor het nieuws. Het ding kan hard, harder of hardst. En ik kan kiezen uit popmuziek of popmuziek. Ik laat ´m aan staan tot na het nieuws. Dan is het bedtijd vind ik.
02.00 uur Het kan ook eerder of later zijn. Iemand zet de boel op stelten. Zo serieus hoef je het ook niet te nemen, denk ik. Maar ‘s morgens blijkt bij het luchten dat er wegens cellentekort een echte verdachte is ingesloten.
06.15 uur Ik doe het licht maar aan. Slapen lukt niet meer.
07.15 uur Naast me hoor ik steeds: “Goedemorgen. Ontbijtje?” De stappen verwijderen zich.
09.15 uur De deur gaat open. Ik vraag hoopvol: “U komt ontbijt brengen?” “Heb je dat nog niet gehad dan?” Cel 1 blijkt overgeslagen te zijn. En laat dat nu net mijn cel zijn. Ik mag eerst luchten, maar het vriest 5 graden. Geef mij m’n cel maar. Als ik terugkom, staan er twee boterhammen klaar. In die tussentijd heeft zich op de tweede verdieping nog een brandoefening voltrokken.
10.20 uur “Hee Sandor, wat doe jij hier?” klinkt het door het etensluikje. Een bekende werkt bij de politie in Dordrecht. Het praatje is maar kort. Hij komt voor mijn buurman, de echte arrestant.
11.10 uur De volgende brandoefening. De verzorger heeft geen idee waar de verzamelplaats is. Met nog twee mensen beland ik in een kamer ergens achter af. De kamer heeft twee deuren. En er is er maar één op slot… Binnen een minuut zijn wij vertrokken. Even later horen we rennen op de gang. “Waar zijn die nou gebleven?”
12.00 uur Brood en melk als lunch.
12.20 uur De portofoon van de gangwacht kraakt. “Om half een is de oefening afgelopen.” Gelukkig… Nog even…
12.25 uur “Je mag eruit.” Vervelend was het niet. Maar ik hoop er nooit gedwongen te komen. Want wat een van de verzorgers zei, is waar: “Ik behandel iedereen vriendelijk. Want je weet nooit of je hier zelf eens terecht komt. Dat kan zomaar gebeuren.” Ik ga naar huis. Douchen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 januari 2008
Daniel | 36 Pagina's