Jongeren van nu... zendingswerkers van de toekomst?
Regelmatig is er een tekort aan zendingswerkers. Er zijn de afgelopen jaren bij ZGG twee nieuwe zendingsposten geopend in Ecuador en er zijn zendingswerkers uitgezonden naar China en Guinee. De oogst is groot, maar vacatures staan nogal eens lang open. Jongeren van nu zijn de zendingswerkers van de toekomst. Zijn ze betrokken bij zending? En denken ze weieens erover na of er voor hen een taak is?
Kort geleden is een klein onderzoek uitgevoerd, waaruit blijkt dat de betrokkenheid van jongeren op zending niet zo groot is. De meerderheid van de ondervraagde jongeren vindt zendingswerk wel belangrijk, maar slechts een klein deel van hen is echt betrokken bij zending. Dus een meerderheid vindt zending wel belangrijk, maar schuift het tegelijkertijd af naar anderen. Zij zijn ook niet betrokken bij zendingsactiviteiten. Dat is jammer. Daarnaast geeft één op de tien jongeren aan dat zending hem of haar helemaal niets doet. Hier ligt een grote uitdaging: hoe betrekken we de jongeren bij de zending?
Aandacht voor zending
De jongeren van nu zijn de zendingswerkers van de toekomst! Daarom is het zo belangrijk dat jongeren weten wat zendingswerk inhoudt. Wat gebeurt er in het zendingswerk, welke mensen zijn er werkzaam? Dé manier om dit te weten te komen is door het lezen van Paulus en de nieuwsbrieven van zendingswerkers.
Binnen het gezin kan er ook over zendingswerk gesproken worden. Bijvoorbeeld naar aanleiding van een verhaal in Paulus of de krant. Of als er een nieuwsbrief van een zendingswerker bij de kerkbode meekomt. Als dit gebeurt is het een kleine stap om het zendingswerk in het gebed te betrekken. Dit kan in het algemeen, maar het lijkt me beter om concreet te zijn. Bijvoorbeeld voor Guinee, waar na zoveel jaren nog steeds heel weinig zichtbare vruchten op het zendingswerk te zien zijn. Het is belangrijk om te weten van de mooie en moeilijke kanten van het zendingswerk. Elke Paulus en ook een
nieuwsbrief geeft als het goed is aanknopingspunten voor gebed. En het gebed is één van de belangrijkste wapens van het zendingswerk. Paulus schreef het al in zijn brief aan de Romeinen: En ik bid u, broeders (...) dat gij met mij strijdt in de gebeden tot God voor mij' (Romeinen 1 5:30). Hoe kunnen we veel vrucht op het werk verwachten als er weinig gebed is?
Niet alleen in de gezinnen, maar ook in de kerkdiensten, op de verenigingen en tijdens catechisatieavonden kan het zendingswerk aandacht krijgen. Uit het onderzoek kwam bijvoorbeeld naar voren dat in gemeenten waar iedere zondag tijdens de dienst voor de zending gebeden wordt, dit ook vaker gebeurt in de gezinnen! Een zendingswerker die met verlof is, kan uitgenodigd worden voor een JV-avond om over zijn werk te vertellen. Dat brengt het zendingswerk dichterbij. Op zo'n avond komt het vaak net weer anders over dan op een gemeente-avond. Deze kunnen uiteraard ook bezocht worden, evenals de zendingsdag. Een andere - heel waardevolle - manier is het lezen
van boeken over zendingswerkers. Dat kan al heel jong beginnen. Onze zoon van vijf jaar bekeek pas geleden een kerkgeschiedenisboekje, dat ging over een zendeling. Hij zag de laatste tekening en zei: 'Ik word verdrietig van deze boekjes. Waarom sterven die mensen allemaal aan het eind? ' Hij had zonder dat hij het zelf wist, de kern van het dienen en navolgen van de Heere Jezus te pakken. Behalve kinderboekjes zijn er vele andere boeken te noemen (over Hudson Taylor, De vrouw met het boek, om maar wat te noemen. Voor meer tips: zie de literatuurlijst achterin Gaat dan heen).
Taak in de zending
Bijna de helft - tweevijfde - van de ondervraagde jongeren heeft nog nooit nagedacht of er voor hen een taak is in de zending. Tweevijfde heeft er wel eens over nagedacht, maar verwacht dat het niets voor hem of haar is. En de rest heeft er best vaak over nagedacht, maar is hier nog niet zo goed over uit. Ook kwam naar voren dat vooral meisjes betrokken zijn bij zending. Zij bezoeken vaker zendingsbijeenkomsten, spreken meer met vrienden over zending en lezen meer zendingsboeken dan jongens. Het ligt dus voor de hand dat in bovengenoemde percentages vooral de meisjes hebben nagedacht over een mogelijke taak in het zendingswerk.
Het is van veel zendingswerkers bekend dat zij als kind al de wens hadden om de zending in te gaan. Ik herinner me dat ik vroeger alle oude zendingskalenders kreeg en de platen daarvan netjes in een plakboek plakte. Liefde voor het zendingswerk kun je niet vroeg genoeg meekrijgen.
Het is echter niet zo dat alleen mensen die van jongs af aan in zending geïnteresseerd zijn, later in het zendingswerk werkzaam zijn. Er worden gelukkig ook anderen geroepen, die er vroeger zelfs nooit aan gedacht hadden. Wat dat betreft bestaat het gevaar dat we het onderzoek te negatief inkleuren. De Heere gaat door met Zijn werk en Hij
heeft daar jongeren voor nodig. Maar Hij kan ze ook pas later roepen tot het werk in Zijn Koninkrijk, als ze volwassen zijn geworden.
Opdracht
Zending is de opdracht van Christus aan Zijn kerk: 'Gaat dan heen, onderwijst al de volken...' Deze opdracht geldt nog steeds. Het werk is nog niet klaar, maar zal doorgaan tot de wederkomst van Christus. Iedere bijdrage van onze kant is daarbij nodig. Al is het het rondbrengen van Paulus, het ophalen van oud papier, meeleven met zendingswerkers in het gebed en door het sturen van kaarten, noem maar op. Dan kan iedereen zich afvragen waar de Heere een taak voor hem of haar heeft. Vraag het aan Hem in je persoonlijke gebed. En kijk om je heen of er iets op je weg komt, waarin je een schakel(tje) mag zijn in het werk van Zijn Koninkrijk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 12 december 2007
Daniel | 30 Pagina's