Oog hebben voor de ander
Elke dag opnieuw komen we in aanraking met andere mensen. Zodra je 's morgens de deur uitstapt begint dat al. Je ontmoet mensen uit een ander gezin, mensen uit een andere woonplaats, uit een andere kerk, mensen die helemaal niet (meer) naar de kerk gaan, mensen met andere ideeën, met een ander beroep en, ja dat ook steeds meer: mensen met een andere huidskleur.
"Het liefhebben van de naaste dichtbij, is niet zo makkelijk"
Je ontmoet jonge mensen die in voorspoed leven of juist mensen die een zwaar kruis moeten dragen. Al die mensen zijn anders, maar al die andere mensen... zijn óók mensen! Die andere mensen ontmoeten ook jou: op school, op hun werk, in de kerk; er is een wederzijdse ontmoeting. Dat is nogal logisch! Wat verwacht jij van hen? Wel, dat ze je zullen waarderen, accepteren en jou zullen behandelen als een volwaardig 'mens'. Hoe pijnlijk is het als je andere reacties ziet, hoort of voelt. Daar tob je over; dat draag je mee als een scherpe angel in je jonge leven. Soms kun je er 's nachts gewoonweg niet van slapen. Steeds maar weer vraag je jezelf af: 'Waarom accepteert die ander mij niet zoals ik ben? Waarom moet ik per se voldoen aan bepaalde voorwaarden? '
Grote boog
Jij - en die ander - zijn schepselen van God. Daarom is er ook een relatie, een verband tussen jou en die ander. We zijn naasten van elkaar. Je weet, dat de Schriftgeleerden alleen hun vrienden 'naasten' noemden. Het haten van vreemden en vijanden was geen enkel probleem. Voor tollenaren en zondaren mocht je gerust je hoofd omdraaien of verachtelijk op de grond spuwen. Daar maakte die ander het toch naar? Moest die persoon maar niet zo slecht, zo goddeloos zijn!
In de overbekende gelijkenis van de barmhartige Samaritaan heeft de Heere Jezus duidelijk uiteengezet wie er allemaal behoren bij onze 'naasten'. Nee, niet alleen onze vrienden; zelfs onze vijanden moeten behandeld worden als... je naasten! Mag ik je eerlijk vragen: hoe ga jij om met de ander? Mag ik je daarbij ook vragen: heb jij oog voor de ander? Waarom ik dat vraag? Wel, in het omgaan met mensen maken wij al snel onderscheid: de één vinden we héél leuk, de ander beslist onaardig en een derde zit daar precies tussenin. De ene leraar op school is sympathiek, de ander is ronduit waardeloos en kan geen goed doen. En moeiteloos is de rij langer te maken: de ander is... dom, lelijk, oneerlijk, hoogmoedig, verwaand, te degelijk, saai, egoïstisch, gehandicapt, waardeloos!
En op een niet mis te verstane wijze kunnen we dat nog duidelijk maken ook. Natuurlijk nodig je die ander niet uit voor het feestje ter gelegenheid van het behalen van je diploma; voor je verjaardag, voor een avondje met vrienden optrekken, voor... ach, noem maar op. En zonder het te weten lopen we de weg van de priester en Leviet uit bovengenoemde gelijkenis.
Natuurlijk bedoel ik niet dat je geen eigen keuzes mag maken in vriendschappen, want dat hoort bij ons menszijn. Je kunt niet met iedereen vrienden zijn. Maar het gaat me om het feit, dat we sommige mensen zo gemakkelijk links kunnen laten liggen, omdat we ze op een of andere manier niet mogen. We kunnen door ons gedrag dan een ander zo diep vernederen.
Zeker, het gebod van de liefde roept, maar we stoppen onze oren dicht en (open met een grote boog om bepaalde mensen heen. Toch wil ik het je eerlijk zeggen: niet straffeloos lopen we een ander achteloos voorbij! De Heere ziet namelijk ons gedrag; Hij laat soms pijnlijk voelen, dat Zijn liefdesgebod gehoorzaamd moet worden. Wat luistert het toch nauw!
Woord en daad
Misschien sputter je nu wel wat tegen. Misschien vraag je me: maar hoe moet het dan? Moet ik dan mijn eigen belangen en verlangens maar opzij zetten? Ik moet en mag toch ook zelf keuzes maken en voor mezelf opkomen? En zeker, je hebt de zorg voor jezelf, maar betekent dat dan, dat je het oog-hebben voor de ander mag nalaten?
't Is zo intens verdrietig, dat we allemaal zo voor onszelf leven! De bewijzen daarvan zijn niet ver te zoeken. In jouw en mijn leven zien we de realiteit daarvan. In de praktijk van ons leven hanteren we deze volgorde: eerst is er ons eigen leven; daarna hebben we een aantal zelf gekozen vrienden en dan komt er een tijd helemaal niets! Ergens 'onderaan' zien we dan al die jongeren en ouderen, waar we liever maar met een boog omheen lopen. Laten we het elkaar eens concreet vragen: knoop jij uit jezelf wel eens een gesprek aan op school of op de ver-
eniging met iemand die moeilijk praat of die zichzelf als het ware opsluit? Probeer jij je te verdiepen in naasten, die met psychische problemen tobben? Heb je al eens geprobeerd door het masker heen te dringen van dat stugge meisje op je werk? Ken je haar achtergrond wel? Heeft ze het thuis gemakkelijk? Of zou ze 'gewoon' een groot minderwaardigheidsgevoel omdragen en verbergt ze haar onzekerheid? En die wat minder begaafde jongen... probeer je hem er wel eens bij te betrekken op de vereniging? Een enkel vriendelijk woord kan al zoveel betekenen voor die ander. En een heenwijzen naar de Heere, Die hulp kan schenken in moeilijke omstandigheden kan zo veelbetekenend zijn voor leeftijdsgenoten in verdrietige omstandigheden! Er is metterdaad zoveel te doen, zodat onze vaak wel prachtige woorden... én daden één worden! We hebben het hier over uiterst moeilijke zaken! Een
voorbeeld? Onze verre naaste krijgt echt wel eens wat. Je maakt geld over, je doet natuurlijk een duit in het zakje bij de actie van onze Jeugdbond. Van je overvloed wil je best wat kwijt. Geen enkel probleem voor je! Maar die naaste dichtbij? Die niet zo in je straatje past en die zelfverloochening van je vraagt? Het sluiten van onze ogen voor de ander is veel gemakkelijker dan het oog hebben voor de ander.
En begrijp me goed', ik schrijf dit niet met een opgeheven vingertje vanuit een hoge positie. Zelf kom ik hier zo ontzaglijk veel in tekort. Maar - nog een keer wil ik het zeggen - het stelt ons schuldig voor God! Niet gebruikte talenten zullen uiteindelijk uitlopen op... wening en knersing van de tanden. Heel aangrijpend vind ik altijd weer die tekst: oorwaar zeg ik U: oor zoveel gij dit een van deze minsten niet gedaan hebt, zo hebt gij het Mij ook niet gedaan. En dezen zullen gaan in de eeuw/ge pijn, maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven (Mattheüs 25:45-46). Wat een ontdekkende woorden!
De minste zijn
In de omgang met anderen is het tegelijk uiterst moeilijk jezelf te verloochenen. Immers, wat kan een ander je vernederen, je vertrappen, je bij anderen in een kwaad daglicht stellen, over je roddelen. En vergis je niet; dat alles komt ook in onze kerkelijke omgeving voor. Daar doen jongeren, ouderen, kinderen van God en ambtsdragers... die ver van hun plek zijn... zelfs aan mee! Wat een pijn doet dat! Maar van deze zonde moeten we allen belijden dat we ze dagelijks doen, als de Heere het niet verhoedt!
Juist als ons pijn wordt aangedaan door mensen die ons vernederen, kwetsen en die met hun soms moeilijk karakter ons het leven zo zuur maken, is onze reactie zo vaak van: ik zal met gelijke munt terug betalen. Wat een wonder van genade als we de minste mogen zijn. Als we mogen buigen, zwijgen en voor de ander op de knieën terecht komen. Dat ligt absoluut niet in onze natuur, dan zijn we allen vinnige vechters. Zeker als het om onze eigen eer en eigen naam gaat! Maar genade, met geoefende zelfkennis, maakt mild voor de ander. In een preek hoorde ik een predikant eens zeggen: "Dan wil je wel een deurmat zijn waar de ander zijn voeten op afveegt." Nee, vanuit onszelf kan dat nooit, maar wie het beeld van Christus mag vertonen kent wel het gebed te zijn als de grote Meester, Die het gezegd heeft: Leert van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart.
Geef wat U beveelt
Het zou kunnen zijn, dat je denkt: 'Maar nu ga ik vanaf vandaag liefde betonen voor mijn naaste'. Het is fijn als je het wilt proberen, maar je zult merken, dat ons hart verbazend egoïstisch is. Ja, er zijn wel mensen, die je kunt liefhebben, omdat je ze sympathiek vindt. Maar zij, die je niet aardig vindt en die op je zenuwen werken?
Een dominee had eens een gesprek met een gemeentelid, die zei: "Dominee, wij hebben gedemonstreerd voor de vervolgden in Noord-Korea". De dominee antwoordde: "Dat is geweldig! Maar hoe staat het met die slechte verhouding met uw buurman? " Toen barstte hij los: "Als ik die tegenkom, dan grijp ik hem in zijn nekvel". Begrijp je? De opdracht om diegenen lief te hebben die ver weg zijn - die is nog niet zo moeilijk. Het liefhebben van je naaste dichtbij, dat is heel wat anders! Alleen de Heere kan geven uit genade wat Hij beveelt! Hij wil daar om gevraagd zijn.
En wanneer God in je leven komt en je God lief krijgt boven alles, krijg je ook je naaste lief als jezelf. Dan krijg je oog voor de ander! Of je dan op een verdiend loon kunt rekenen? Nee, nóóit moet je daar op rekenen. God beloont wel uit genade de goede werken van Zijn kinderen met Zijn beloningen. Die gaan ver uit boven alles wat mensen je kunnen en willen geven.
Trouwens, mensen belonen lang niet altijd met woord en daad wat je voor hen doet. De Heere echter is geen karig God; Hij beloont altijd degenen, die uit de wortel van het geloof(!) en uit dankbaarheid deden wat goed is in Zijn ogen. En wanneer je dan gedaan zult hebben, hetgeen de Heere bevolen heeft, ga je zeggen: "Wij zijn onnutte dienstknechten, want wij hebben maar gedaan, hetgeen wij schuldig waren om te doen." De vraag: "Hoe ga je om met verschillende mensen? " staat dus... in het licht van de eeuwigheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 12 december 2007
Daniel | 30 Pagina's