Vragen
1. In Romeinen 5:2 wordt gezegd dat zondaren 'de toeleiding hebben door het geloof'. Wat betekent dat? Vergelijk Efeze 2:8 en Hebreeƫn 8:10.
2. De toegang tot de genade is door een geschonken geloof (Romeinen 5:2b) a. Wat bedoelt de apostel met 'deze genade' ? b. Wat is een geschonken geloof?
3. Geloven wordt wel vergeleken met een bedelaarshand. Waarom? Wat hebben uitreiken en ontvangen met elkaar te maken?
4. Wat betekent: 'de rechtvaardigmakende daad van het geloof'? Kan het geloof een zondaar rechtvaardigen? Hoe?
5. Hoe is het mogelijk dat een zondaar Christus 'begeert en aangrijpt'?
6. De toerekening van Christus' gerechtigheid gaat aan de aanneming vooraf. Waarom? Wordt ze altijd gevolgd door de aanneming?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 november 2007
Daniel | 38 Pagina's