Gedachten na het Avondmaal
Mijn ziel! Keer weder tot uw rust; Uw Goël heeft uw bede en uw lust Na aan Zijn blijde dis geschonken. Gij hebt het heilzaam levensnat. iy Dat uit Zijn aderen is gespat, Tot lafenis van uw dorst gedronken, 't Geloofsoog heeft Hem nagegaan, De nagels door Zijn vlees zien slaan, En dus op Golgotha zien sneven, 'k Zag mijn verdiensten in Zijn dood, En bleef in 't klemmen van mijn nood Aan Zijn bebloede handen kleven. Ik toonde Hem mijn zwoegend hart, Mijn drukkende armoe, zorg en smart; De Geest deed onze wil verênen, Hij wees mij op Zijn liefdezucht, Die mij tot 's Vaders eer de vrucht, Gegroeid aan 't Kruishout, wou verlenen: Ik plukte ze en drong met Hem door, Mij stellende aan de Vader voor, Als nu in Jezus'dood gestorven, En met Hem aan het kruis gehecht, Die pleitende om het levensrecht, Dat Jezus voor mij had verworven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 november 2007
Daniel | 38 Pagina's