Scherven van mijn jeugd
“Hoe dichter bij mijn ouders, hoe onveiliger.”
Eline had geen thuis. Soms bleef ze uren plakken op een plaats waar mensen waren. Jaloers kijkend naar gezinnen die gezellig samen naar het station liepen. Uiteindelijk haastte ze zich naar huis. Een woedende moeder wachtte haar op. Eline was aan een regen van vuistslagen overgeleverd. Haar ouders waren het meest onveilig als er verder niemand bij was. Dit artikel is een vervolg op het artikel 'Achter gesloten deuren' uit de vorige Daniël. Hieronder lees je hoe Eline haar thuissituatie beleefde. Uit haar verhaal blijkt hoe ernstig de gevolgen van kindermishandeling zijn.
Mijn ouders herinner ik me als bedreigend en onberekenbaar. Als ik bijvoorbeeld zomaar verveeld om me heen zat te kijken, mocht dit opeens niet. Ik reageerde gespannen. Dat riep juist hun woede op. Ze hadden een vernietigende blik in hun ogen. 's Avonds werd ik we! eens in het donker in mijn pyjama naar buiten gesmeten. Dat maakte me vreselijk bang. Ik verdedigde me of probeerde me aan te passen. Niets hielp. Het meest bedreigd voelde ik me als ik in een hoekje gedreven en afgetuigd werd.
Vroeger ging ik er van uit dat het bij ons thuis normaal was. Langzamerhand kwam ik er achter dat ik iets miste. Door in contact te komen met andere personen en gezinnen ontdekte ik dat het ook anders kan. Andere ouders luisteren wel naar wat hun kinderen vertellen, mijn ouders deden dat niet. Andere ouders lachen met hun kinderen, mijn ouders niet. Andere kinderen komen onbezorgd thuis, ik vroeg me af: 'Waar kan ik thuis zijn? ' In huis voelde ik me altijd opgejaagd.
Niemand mocht merken dat het bij mij anders was. Uit alle macht probeerde ik alles te verbergen door onopvallend te zijn of de waarheid te verdraaien. Toen ik een keer op een verjaardagsfeestje gevraagd werd, verzon ik dat ik naar mijn tante moest. Ik wilde heel graag naar het feestje, maar ik wist dat het absoluut niet mocht van mijn ouders. Dus deed ik maar weer wat ze van mij eisten. Zo moest ik ook de dagelijkse boodschappen doen. Het kostte me veel moeite dit perfect uit te voeren. Steeds probeerde ik aan hun verwachtingen te voldoen, in de hoop dat er iets veranderde. Het lukte nooit. Uren zocht ik naar een cadeautje voor mijn vader. Ik hoopte dat hij het mooi zou vinden. Hij weigerde het en zei: "Ik heb liever dat je gehoorzaam bent dan dat je met cadeautjes aankomt." Dit was nog pijnlijker dan een klap in mijn gezicht.
Schuld
Ik wist zeker dat ik de oorzaak van alle ellende was. Dat was wat mijn ouders steeds riepen. Door mijn schuld ontstonden de ruzies, de klappen, de verwensingen. Door mijn schuld hadden ze geen belangstelling, kreeg ik geen troost, geen liefde.
Ik denk dat ik mijn gevoel altijd probeerde weg te stoppen. Dat zal bij anderen overgekomen zijn als gevoelloosheid. Pas als ik alleen was, kwamen de gedachten van verdriet en schuld. Niemand wist dat ik mezelf hardheid had aangeleerd om te overleven. Toch kon ik tranen in
mijn ogen krijgen van een moeder die met haar dochter gearmd liep te giechelen.
Ik vind het nog steeds hard van mezelf, maar ik ging regelmatig jatten. Ik wilde perse lekkere eetbare dingen hebben. Dan had je tenminste nog wat, ook om uit te delen op school. Ik herinner me het gevoel van triomf als het stelen lukte. Toch voelde ik me hierdoor ook slecht. De drang om door te gaan was helaas sterker.
Het schuldgevoel werd versterkt door dingen die ik in de kerk en thuis hoorde. Ik hoorde de eis van het vijfde gebod en dat ik geduld moest hebben met de zwakheden van mijn ouders. Ik werd gedreven door slaafse vrees om hen te gehoorzamen. Terwijl ik wist dat het nooit voldoende zou zijn. Af en toe werd ik overvallen door boosheid. Altijd werd me duidelijk gemaakt dat ik in ieder geval nooit behouden zou worden. Ik vertrouwde geen mens, laat staan mezelf. Ook kon ik er niet op vertrouwen dat God een andere, een betere Vader zou zijn dan ik gewend was. Sommige psalmen kon ik nauwelijks meezingen, bijvoorbeeld 'Geen vader sloeg met groter mededogen.'
Bij ons in huis had de Bijbel een grote plaats. Alles zag er door en door godsdienstig uit. Mijn ouders lazen veel uit de Bijbel. Als ze vonden dat wij ongehoorzaam of oneerbiedig waren, dreigden ze soms met de hel. Tijdens een huisbezoek of in de kerk deed mijn moeder zich ontroerd voor. Op zo'n moment had ik het gevoel dat ze iets heiligs uitstraalde. Ik was onder de indruk van haar ernst.
Eenzaamheid
Angst beheerste mijn leven. Bij het naar bed gaan werd de angst niet minder. Ik voelde me vaak alleen en verlaten op mijn kamer, 's Nachts droomde ik over erge dingen, soms zelfs over de hel en de oordeelsdag. Bij het wakker worden probeerde ik die gedachten zo snel mogelijk weg te stoppen. In die nachten wilde ik graag mensen om me heen, maar ik kende niemand die mij troosten kon. Als ik 's nachts om de dromen hard lag te huilen, kwamen mijn ouders. Niet om te troosten, maar alleen omdat het zo snel mogelijk stil moest zijn.
In mijn omgeving waren er wel eens mensen die met kleine dingen veel voor mij betekenden. Dat ben ik later gaan inzien. Bijvoorbeeld een meester die een keer zei dat ik mijn sommen goed gemaakt had. Direct trok ik zoiets in twijfel: 'Heeft hij zich vergist? Dit kan toch niet voor mij bedoeld zijn? ' Ik stelde me in contacten meestal gereserveerd op. Ik dacht dat iedereen negatief over mij dacht. Mijn ouders lieten me geloven dat niemand te vertrouwen is. Zelfs de leuke momenten met anderen werden hierdoor verknald.
Op school had ik altijd het gevoel dat ik in de gaten gehouden werd, vooral door klasgenoten. Het was vreselijk om met rare kleren naar school te gaan. Ik voelde me daardoor erg ongelukkig. Dat mocht niemand zien. Dagelijks werd ik uitgelachen omdat ik allerlei vreemde combinaties droeg, die ik perse van mijn moeder aan moest. Soms gedroeg ik me juist lacherig op school. Ik kon bijvoorbeeld niet stoppen met lachen om het stopwoord van een leraar. Dat leverde dan strafwerk op.
Vertrouwen
Stukje bij beetje ben ik gaan Ieren dat vertrouwen bestaat. Achteraf denk ik dat zoiets begon toen anderen me bijvoorbeeld het oppassen op hun kinderen toevertrouwden. Leuk was dat. Even weg thuis, gezellig kinderen naar bed brengen. Op stages en werk kwam ik er achter dat ik gewoon meetelde. Voor mij was dat bijzonder en onwennig. Ik was toch eigenlijk die stommerd! Vertrouwen blijft iets kwetsbaars: de ene keer kun je vertrouwen, maar op een ander moment wankelt dat nog wel eens.
Het verschil tussen werk en thuis werd steeds groter. Thuis bleef kindermishandeling de praktijk van alledag. Met anderen praten over de situatie thuis, dat heb ik lang niet gedurfd, gewild en zeker niet gekund. Door fantaseren over een mooie toekomst hield ik me op de been. Praten leek niet nodig. Ik wist absoluut niet met wie. Nu zijn er een paar personen die mijn verhaal kennen. Ik ben blij dat ik het heb kunnen vertellen. Daar heb ik nooit spijt van gehad. De herinneringen aan pijn, vernederingen en angst verdwijnen daardoor niet. Toch lucht het een beetje op om uit te spreken wat zich al die jaren afgespeeld heeft. Zelfs de diepste gevoelens die daarbij horen. Ik heb daar iets van opgeschreven in dit artikel. Pas hoorde ik dat het je onmogelijk gemaakt kan worden door je ouders om het vijfde gebod na te leven. Ik wist niet wat ik hoorde! Ik voelde me nu eens begrepen. Wat mij bij het lezen van de Bijbel soms ook raakt, is dat zelfs dieren zorgen voor hun jongen. Ik weet niet wat het is om als kind beschermd te worden, gedragen te worden op arendsvleugelen. En dan te bedenken dat de kracht van God die van de arend ver te boven gaat. Het kan bemoedigend zijn wat er staat in vers vier van Exodus 19: hoe Ik u op de vleugelen der arenden gedragen en u tot Mij gebracht heb."
De naam Eline is verzonnen. Er bestaat geen relatie tussen de personen op de foto en de persoon in het artikel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 november 2007
Daniel | 38 Pagina's