Leesdienst : een zegen?
Een SOS in De Saambinder. Een tijd geleden schreef een jongere uit Noord-Holland een brief met de noodkreet of er toch eens vaker een predikant naar dat deel van het land kan komen. Er is zó vaak leesdienst. Binnen de Gereformeerde Gemeenten is altijd al een tekort aan predikanten geweest; veel gemeenten zijn vacant. Preeklezen op zondag is een noodoplossing. Maar een oplossing die gezegend wordt. "Anders zouden er in Noord-Holland bijna geen mensen bekeerd kunnen worden."
Een mevrouw uit Noord-Holland, die niet met haar naam in Daniël wil, begrijpt de brievenschrijver uit haar provincie heel goed. "Bijna alle zondagen is er hier leesdienst; wij hebben maar zes tot zeven keer per jaar een dominee. En doordeweeks natuurlijk. Toch ben ik blij dat de jeugd trouw komt! Want zij hebben het hier ontzaglijk moeilijk! Er is in het 'koude' Noord-Holland een honger naar het Woord." De vrouw, die al vele tientallen jaren leesdiensten meemaakte, vindt een dominee ook fijner dan
leesdienst. "Een predikant is natuurlijk actueler en gebruikt gebaren. Dat mist iemand die leest, al leest hij nog zo goed. En wij hebben geen herder. Gelukkig komt er, als een geschenk van God, een dominee naar Enkhuizen. We hopen dat hij ook onze herder wil zijn, dat zijn de andere predikanten die daar gestaan hebben ook altijd geweest.
We moeten blijven bidden om een predikant. Die brengt wat we noemen 'het levende Woord'. Toch is preeklezen blijkbaar helemaal niet dood. Het is voor ons hier de bediening van het eeuwige Woord. De Heere gebruikt dat om door Zijn Geest mensen te bekeren. Als dat niet zo was, dan zouden er in onze provincie bijna geen mensen bekeerd kunnen worden."
Ook M.J.W. Hoek, ouderling in Gouda, vindt leesdiensten niet minder waardevol. "Nee, dat wil ik niet zeggen. In mijn eigen leven zijn er leesdiensten geweest die ik niet zal vergeten. Het Woord is levend als de Heilige Geest er in meekomt. Dat kan dus zowel in een leesdienst als wanneer er een predikant voorgaat. Ik vind dat er vaak onterecht negatief over de leesdienst wordt gesproken."
Oudvaders
Er zijn gemeenteleden die wegblijven als er leesdienst is. Zij gaan dan ergens anders naar de kerk. Leesdienst zou toch maar moeilijk, onbegrijpelijk, saai, niet actueel en dergelijke zijn. Ouderling Hoek probeert dat te voorkomen. "Ik vind het belangrijk dat de preek ook voor kinderen begrijpelijk is. Als kinderen helemaal niets van de preek kunnen volgen, schiet je tekort. De preek moet duidelijk, aansprekend en evenwichtig zijn." Hoek leest ook oudvaders. "Ik ben nog maar kort ouderling en ik heb, als onze eigen predikant ergens anders preekt, nog maar vijf keer gelezen. Ik ben en voel me dus eigenlijk meer een jongeling dan een ouderling. Persoonlijk lees ik graag oudvaders als Hellenbroek, Vermeer, Smijtegelt of Van der Hagen, maar ik moet wel bekennen dat deze niet allemaal geschikt zijn voor de leesdiensten. Ik vind het wel goed als er af en toe een oudvader gelezen wordt, omdat deze preken evenwichtig en bijbels zijn en veel
pastoraal onderwijs geven. Ze kunnen boeiend voor jongeren zijn: hun levensvragen komen er ook in aan de orde. Die preken moeten dan wel hertaald zijn."
In de Noord-Hollandse gemeente waar de vrouw kerkt, worden heel weinig oudvaders gelezen. "Wel de generatie van ds. Van Reenen en ds. Kersten en ook wel hedendaagse predikanten. Vaak zijn die oudere preken te kort of te lang. De Heere geeft nu ook hedendaagse predikanten en zij leren toch ook de waarheid. Ik hoor altijd de drie stukken!"
Voorlezen
Ouderling Hoek vertelt hoe hij een preek uitkiest en voorbereidt. "Het kiezen van een preek vind ik heel moeilijk. Het is eenzaam, afhankelijk en biddend werk. Ik lees soms wel tien tot vijftien preken voordat ik een keuze kan maken. Mijn eigen voorkeur mag niet voorop staan. Het moet gaan om de stichting van de gemeente. Ik voel me het meeste aangetrokken tot preken waarin iets tot uitdrukking komt van het Godsgemis, het buiten Gods gemeenschap staan, maar waarin ook iets van het wonder doorklinkt dat de Heere een weg opent in een Ander. Ik weet dat er behoefte is om te weten hoe de Heere werkt. Ik verander soms wat ouderwetse woorden, maar alleen als betekenis hetzelfde blijft. Lange zinnen knip ik in stukken. Als de preek te lang is, laat ik de voorafspraak weg. Ik vind het belangrijk dat in een rustig tempo gelezen kan worden. Bij sommige preken moet je immers goed luisteren om de draad niet kwijt te raken. Psalmversjes moeten aansluiten op de preek, anders kies ik voor een ander vers.
Ik ben gewend om de preek een aantal keren hardop voor te lezen, en ik lees hem twee keer voor aan mijn vrouw. De gemeente heeft er recht op dat het lezen grondig wordt voorbereid. Voorlezen lijkt makkelijker dan het is. Door de juiste toon en het gebruik van korte pauzes kan een leespreek ook blijven boeien. Op zondagmorgen lees ik in alle vroegte de preek nogmaals hardop voor, zodat ik de tekst voldoende ken. Ook het grote gebed moet voorbereid worden. Ik probeer daar geen lang gebed van te maken. Ik heb ervaren dat het eenvoudigste gebed gegeven moet worden. Als ik ergens afhankelijk in ben, dan is het wel het voorgaan in het gebed."
Zegen
Leesdienst is een noodoplossing, maar ook een zegen. Dat is voor 'spreker en luisteraar' duidelijk. Hoek: "Is er zegen geweest? Ik heb onder het lezen wel eens gemerkt dat het doodstil was in de kerk. Zou er dan beslag liggen? Ik weet niet wat de uitwerking is geweest. Dat moeten we maar aan de Heere overlaten. Ik ben wel eens opgebeld door mensen die vertelden dat ze met zegen onder de preek gezeten hebben. Dat bemoedigt me dan weer."
De Noord-Hollandse weet zeker dat er vrucht is. "De Heere heeft ook hier Zijn kinderen en Hij onderwijst hen door dit hulpmiddel. Hij wijst hun de weg hoe ze wandelen moeten en Hij geeft de hongerigen brood. Daarom zeggen we Psalm 84 na: Hoe lieflijk zijn Uw woningen. Ik heb in mijn eigen leven ervaren dat God mensen bekeert door een gelezen preek. Hij schiep het barre noord' en de Heere heeft beloofd: Ik zal zeggen tot het noorden: Geef! Omdat Hij er niet bij gezegd heeft hoeveel dat er zullen zijn, bedel ik als ik naar Gods huis ga, of Hij iets van troost wil geven en of Hij de zielen van mijn nageslacht door dit noodmiddel wil redden."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 oktober 2007
Daniel | 33 Pagina's