Katholiek met eigen accenten
"Eigenheid in alle bescheidenheid"
Bij de Vereniging van 1907 was men het over twee dingen hartelijk eens. Men stond samen de gereformeerde leer voor, zoals die in de belijdenisgeschriften te vinden is. Dat was geen onderwerp van discussie. Men was het ook eens over de noodzaak van een schriftuurlijk-bevindelijke prediking. Ook dat was geen moment punt van gesprek. Er was sprake van geestelijk herkenning. In beide kerkverbanden wist men zich nauw verwant met de kerk der hervorming en met de gereformeerde theologen van de Nadere Reformatie.
"Eigenheid in alle bescheidenheid"
Bij ds. L.G.C. Ledeboer, die vorm gaf aan de naar hem genoemde gemeenten, vinden we verwijzingen naar Smytegelt, Van der Groe, Witsius, Fruytier, Owen en de Erskines. Bij ds. E. Fransen, lange tijd een centrale figuur bij de Kruisgemeenten, was er veel waardering voor W a Brakel, Comrie, Smytegelt en Justus Vermeer. In de vele vakante gemeenten werd op zondag bijna zonder uitzondering een oude schrijver gelezen. Deze verworteling van Kruisgemeenten en Ledeboerianen in de oude schrijvers bepaalde vanaf het begin het theologisch eigene van het nieuwe kerkverband. Bij een man als ds. G.H. Kersten kan men vele uitspraken vinden, waarin hij ouderen en jongeren aanspoort om toch vooral de oudvaders te lezen. Hij wilde dat hun geestelijke erflating, verwoord in taal en zinsbouw van vandaag, kenmerkend zou blijven voor de Gereformeerde Gemeenten.
Voortzetting
Het staan in de lijn van het voorgeslacht was richtinggevend voor het kerkelijk leven. Men zag zich als een voortzetting van de Gereformeerde Kerk uit de 17e en 18 l ' eeuw. De katholiciteit van de kerk stond voorop en moet ook bij ons voorop blijven staan. Hier gebruiken we het woord 'katholiek' in de oude betekenis van het woord: algemeen, wat altijd door iedereen is geloofd. De Gereformeerde Gemeenten willen geen bijzonder kerkverband vormen, maar alleen voluit gereformeerd zijn en blijven in belijdenis en prediking, in liturgie en kerkorde, in toepassing van de Christelijke tucht en in levensopenbaring. Binnen deze katholiciteit blijft er ruimte voor eigen accenten. Die accenten zijn ook altijd niet zo 'eigen' als wij wel denken. Ze behoren in het algemeen tot het erfgoed van de Nadere Reformatie dat onze gemeenten diepgaand heeft beïnvloed. We treffen die invloed ook in andere orthodox-bevindelijke kerkverbanden aan. Daarnaast zijn in de Protestantse Kerk in Nederland en de Christelijke Gereformeerde Kerken groeperingen met wie we ons heel nauw verwant weten.
Ds. A. Wergunst
Het spreken over 'het theologisch eigene' of 'het eigene' van de Gereformeerde Gemeenten dateert van dertig jaar geleden. De uitdrukking werd gangbaar naar aanleiding van een publicatie van ds. A. Vergunst (1926-1981) in 1977: 'Het theologisch eigene van de Gereformeerde
Gemeenten in de Gereformeerde Gezindte'. Ook bij hem stond de katholiciteit nadrukkelijk voorop: "We willen gereformeerd zijn in de oude klassieke betekenis van het woord: in leer, leven en kerkregering. Niet meer, maar ook niet minder." Het uitvoerige artikel van ds. Vergunst blijft van groot belang als het gaat om het verstaan van het theologisch eigene van de gemeenten. Het werd ondermeer gepubliceerd in het boek Neem de wacht des Heeren waar.
Kenmerkend
We sluiten ons bij hem aan als we énkele kenmerkende trekken van het theologische klimaat in de gemeenten in kort bestek typeren.
• Vanouds valt er in de prediking binnen de gemeenten een accent op de noodzaak van de wedergeboorte. In de inwendige roeping door het Woord brengt de Heilige Geest de geestelijk dode zondaar tot het nieuwe leven. Wie wedergeboren wordt, ontvangt deel aan Christus door het geloof.
• In het werk van de Heilige Geest is een orde die door de Heidelbergse Catechismus wordt weergegeven: ellende, verlossing en dankbaarheid. De bevindelijke kennis van deze drie stukken is nodig om in de enige troost te leven en te sterven.
• Met de Nadere Reformatie beklemtonen ook wij, dat de prediking niet alleen de gereformeerde leer zuiver moet vertolken, maar ook duidelijk moet laten uitkomen hoe de Heilige Geest het heil in Christus toepast. Hij maakt in de weg der ontdekking plaats voor dat
heil in ons hart. In deze schriftuurlijk-bevindelijke prediking staat Christus in het middelpunt en krijgt de persoonlijke verhouding tot de Heere op Bijbelse wijze aandacht.
In het kennisnemen van de Heere Jezus door het geloof zijn trappen of standen in de genade. De Bijbel spreekt over zuigelingen, kinderen, jongelingen, mannen en vaders in de genade. Daarom mag en moet er gesproken worden over de bekommerden, de onverzekerden, opdat ze tot de vastheid in Christus zouden worden geleid.
De theologische gestalte van de gemeenten wordt mede bepaald door een zeer nauwe aansluiting in de verbondsleer bij vertegenwoordigers van de Reformatie, bij de meerderheid van de Nederlandse 'oudvaders', bij Schotse theologen als Thomas Boston en de gebroeders Erskine en bij de opstellers van de Westminster Confessie (1 647).
We houden op grond van de Schrift vast aan het nauwe verband dat er is tussen Gods verkiezing en het verbond der genade. Daarom maken we onderscheid tussen de bediening en het wezen van het verbond. Onder de bediening van het verbond komt de welmenende nodiging van het Evangelie tot allen die het Woord horen. Aan het wezen van het verbond - Christus en Zijn weldaden - ontvangen alleen degenen deel, die God in Zijn genadige verkiezing aan Christus heeft gegeven.
De vraag of er bij het belijden van de soevereiniteit van God "in Zijn vrijmachtige verkiezen wel plaats overblijft voor een waarachtig, welmenend aanbod van genade, wordt in de Gereformeerde Gemeenten geheel naar de Schrift onomwonden bevestigend beantwoord" (ds. A. Vergunst).
De gemeenten hebben zich steeds gekenmerkt door een eigen, sobere levenswandel. De overdenking van het toekomende leven behoort bepalend te zijn voor onze stijl van leven. Het gaat om maathouden in Bijbelse zin. Daarom duchten we enerzijds het grote gevaar van de verwereldlijking en anderzijds een reukloos, krampachtig wetticisme.
Bescheidenheid
Honderd jaar na de Vereniging van 1907 mogen we door Gods hand met overtuiging staan in de lijn van de gereformeerde traditie, zoals die gestalte kreeg in Reformatie en Nadere Reformatie. Het katholieke, het gemeenschappelijke is eerst. We behoeven niet te zwijgen over het eigene van onze gemeenten en over de liefde tot die gemeenten in ons hart. En dat vanwege onze verbondenheid met de gereformeerde leer die daar wordt verkondigd en vanwege het goede dat we daar van de Heere mochten ontvangen. Maar het benoemen van de eigenheid zal wel in alle bescheidenheid moeten geschieden met het oog op de gebrokenheid van Sion. Wie immers elementen uit het 'eigene' op een onevenwichtige wijze beklemtoont, loopt het gevaar van eenzijdigheid. Dat blokkeert gemakkelijk het gesprek met andere kerken die behoren tot de orthodox-bevindelijke stroming in ons land. Tot dat gesprek worden wij vandaag geroepen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 oktober 2007
Daniel | 33 Pagina's