Jeugdige godsvrucht
Want in het achtste jaar zijner regering, toen hij nog een jongeling was, begin hij de God zijns vaders Davids te zoeken (2 Kronieken 34:3).
Als hij zestien jaar oud is, begint hij te zoeken.
"Genade is geen erfgoed, " zo luidt een bekende uitspraak. Dit blijkt uit het leven van Josia als hij, acht jaar oud zijnde, de troon van Juda beklimt. Van hem wordt vermeld en vóór hem was geen koning zijns gelijke die zich tot de Heere met zijn ganse hart en met zijn ganse ziel en met zijn ganse kracht, naar al de wet van Mozes bekeerd had; en na hem stond zijns gelijke niet op (2 Koningen 23, 25). Zijn vader, de goddeloze Amon, is hem in deze godsvrucht niet voorgegaan. Deze trad namelijk in de sporen van Manasse, die niets anders deed dan hetgeen kwaad was in de ogen des HEEREN. De jonge Josia wil echter niet treden in de voetsporen van zijn vader Amon dan wel zijn grootvader Manasse, maar in de voetsporen van koning David, de man naar Gods hart. Wat is het erg als kinderen niet de voetstappen van hun ouders kunnen volgen. Als de ouders beschaamd worden door hun kinderen, die een ander, een beter gedrag vertonen. Het is echter niet zo, dat we kunnen zeggen dat de oorzaak hiervan in Josia zelf ligt. In zijn jonge jaren heeft hij ook de zonden aan het koninklijke hof bedreven. Toen was Josia net als ieder ander kind. Maar er is echter een moment in zijn leven gekomen dat alles anders is geworden. Als hij zestien jaar oud is, begint hij te zoeken. Hij heeft dan al acht jaar als koning geregeerd.
Deze jonge koning heeft alles wat zijn hart begeert en toch mist hij wat. Hij mist God in zijn leven want zo staat er in de tekst toen hij nog een jongeling was begon hij de God zijns vaders Davids te zoeken. Dit betekent volgens de kanttekenaar dat Josia heeft gezocht hoe hij God recht kon leren kennen en op welke wijze de HEERE zuiver gediend kon worden. Het betekent ook een vurig aanroepen van God, Hem trouw te gehoorzamen en hierin te volharden om hierna in de eeuwigheid met Hem te leven. De kenmerken van het leven der genade komen in het leven van deze zestienjarige koning naar voren. Hij weet niet op welke wijze hij de God van zijn voorgeslacht, de God van David, kan leren kennen. Hoe moet hij nu deze God dienen op een wijze die God kan behagen? Een leven leiden, waarin de gehoorzaamheid aan Gods geboden tot uiting komt. Wat een voorrecht is het als we in onze jonge jaren met deze levensvragen bezig zijn. We niet meegesleept worden door onze vrienden en vriendinnen waar we zeker op deze leeftijd zo open voor liggen.
Nu zijn er gelukkig nog jonge mensen, die 'zoekende zijn'. De vraag is dan wel waaróm zij zijn gaan zoeken. Is dit omdat zij God kwijt was of omdat ze bang zijn voor de eeuwige straf? Zijn ze door Gods Geest ontdekt aan hun zonde of hebben ze alleen een algemeen besef van zonde, zoals iedereen? Is het een werk des Geestes, dan hebben ze met Gods deugden van doen gekregen. Met een rechtvaardig en heilig God, Die van Zijn recht geen afstand kan doen. Dan zijn ze zelf de schuld van alles en steken de vinger niet meer uit naar een ander. Ook niet naar Adam in het Paradijs. Dan zijn het hun zonden, die scheiding maken tussen God en hun ziel. Dan worden ze evenals Josia nauwgezet in het onderhouden van Gods geboden. In deze wegen van beproeving en ontdekking zal Gods Geest plaats maken voor de Borggerechtigheid van Christus, waar ze zo blind voor zijn. Deze gerechtigheid krijgen we niet tot ons deel, door veel te lezen en ijverig te zijn in de dienst des Heeren. Hoewel op zichzelf genomen prijzenswaardig, zal de Heere de blinde zielsogen van zo'n zoekend mens voor Zichzelf moeten openen door de toepassende kracht van Zijn Geest. Behaagt het de Heere dit te doen, dan zullen ze gaan zien hoe ze voor die tijd altijd op de verkeerde plaats hebben gezocht. Laat Hij Zich echter vinden, dan is het wonder te groot. Hij zo heilig, zo vlekkeloos rein, wilde naar deze door de zonde vervloekte aarde komen om aan Gods recht te voldoen en daardoor de zaligheid te verwerven voor zo één. Geen leed zal dit ogenblik ooit uit het geheugen kunnen wissen. Dat er hierna nog een lange weg van sterven volgt, van nadere ontdekkingen leert de Heere zulke zielen Zelf wel. Jonge mensen, van harte hoop ik dat het zoekende leven van de jonge Josia jullie deel mag zijn of worden. Als dit
het geval is, zal het zoekende leven pas ophouden als de laatste adem wordt uitgeblazen. Uitgezocht raken we hier op aarde nooit.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 september 2007
Daniel | 36 Pagina's