JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

"Ik heb mijn eigen kind vermoord"

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

"Ik heb mijn eigen kind vermoord"

6 minuten leestijd

1 ' / W W & ^ J "Het is echt heel erg wat ik gedaan heb. ik heb iemand vermoord. Het is zelfs mijn eigen kind." Het is bijna een jaar geleden dat Inge naar de kliniek stapte om een abortus te laten plegen. 1/óór die tijd heeft ze nooit gedacht dat zij dit ooit zou doen. Zelfs de mogelijkheid dat er iemand abortus zou plegen binnen haar eigen kerk is niet in haar opgekomen. "Ik dacht dat het bij ons niet voorkwam."

Op een dag zegt haar vriend tegen Inge dat hij denkt dat zij zwanger is. Ja, Inge denkt dat hij gelijk heeft. Ze weet nog precies hoe ze samen de zwangerschapstest thuis hebben gedaan. "Voordat we eraan begonnen dacht ik dat ik het kind altijd zou houden. Toen moesten we even wachten wat er uit de test zou komen." Inge voelt de paniek over haar heenkomen als de uitslag van de test zichtbaar wordt. "Het kan niet hoor, hoe moet dat met mijn studie, thuis, mijn vrienden, de kerk? "

Het kan niet. Hoe moet het nu verder? Welke keuze Inge ook maakt, haar vriend zegt altijd achter haar keuze te zullen staan. Nadat zij gebeld hebben voor een afspraak in de kliniek, moeten ze nog vijf dagen wachten. "Al die tijd heb ik niet gedacht. Ik wilde niet denken." Ook na de abortus laat Inge het niet toe om er over te denken. Met niemand praten zij en haar vriend over wat er gebeurd is.

Schuldgevoel

Na twee weken gaat haar verkering uit. Inge kan haar mond dan niet langer meer houden. Haar moeder is de eerste waaraan zij het vertelt. "Mam, ik moet je iets heel, heel ergs vertellen. Mijn verkering is uit, maar er is iets wat nog erger is. Ik heb iets vreselijks gedaan." Als haar moeder heeft gehoord wat er is gebeurd, wijst ze Inge op de hulp van de VBOK. Via internet vindt Inge het telefoonnummer. Als ze belt, moet ze meteen weer hard huilen. Via de receptioniste komt Inge bij de intakemedewerker terecht. Die maakt een afspraak met haar, waarna een traject van hulpverlening start. Het is niet zomaar iets wat er gebeurd is. Heel veel hangt er mee samen. Schuldgevoelens en verliesgevoelens naar haar kind, maar ook een erg schuldgevoel richting God.

De reacties van haar omgeving zijn voor Inge heel steunend geweest. Als zij het erge nieuws aan haar vriendinnen vertelt, reageert ieder op zijn eigen manier. De een gaat er heel rationeel mee om en beredeneert alles. De volgende huilt samen met haar en weer een ander gaat met haar bidden. Tijdens de gesprekken met haar hulpverlener hoort Inge dat deze meelevende reacties uit haar omgeving heel bijzonder zijn en ook dat helpt haar weer verder.

Haar ex-vriend komt eveneens in een crisis. Hij voelt zich schuldig om wat hij Inge heeft aangedaan. Zo ziet Inge het niet: "Nee, we hebben het samen gedaan." leder moet op zijn eigen manier daarin zijn weg vinden. Inge heeft geleerd om steeds minder afhankelijk van haar ex-vriend te zijn. "Het was eigenlijk een ziekelijke manier hoe ik met hem omging. Ik dacht dat ik niet zonder hem kon."

Toch een naam

Inge heeft spijt van wat zij gedaan heeft. Naast de schuldgevoelens ervaart Inge verlies. Het is ook een rouwproces wat zij nu meemaakt. Op een gegeven moment ervaart Inge tegenover God dat zij er spijt van heeft. Dat uit zij ook naar mensen om haar heen. Eigenlijk voelt zij dat ook tegenover haar vroeger kind. In die wanhoop ervaart Inge dat zij het niet meer zelf kan. Juist dan heeft zij de Heere en Zijn vergeving zo hard nodig. Dat wil niet zeggen volgens Inge dat het nu altijd weg is. Niets van wat is gebeurd, is echt weg uit haar hoofd. "Het is als een donkere wolk die ergens in mijn hoofd zit. Af en toe is die 'donkere wolk' heel groot en zit het voorin mijn hoofd. Soms gaat hij ook weer wat meer naar achteren. Ik merk dat die wolk steeds kleiner wordt, maar er wel blijft." Een doopdienst, een klein baby'tje wat Inge tegenkomt, kerkdiensten waar in het gebed de abortuswetgeving wordt genoemd: aanleidingen genoeg voor de donkere wolk om te voorschijn te komen. Vooral kort na de abortus kon Inge bijna geen baby zien.

Inge krijgt bij de VBOK hulpverleningsgesprekken. "Ik heb veel gepraat over God en over mijn schuldgevoelens. Ik kreeg ook veel tips om er mee om te gaan." De tips zijn ook heel praktisch om haar gevoel een vorm te geven. Zo is Inge gaan schrijven in een dagboek. "Ik kan dan mijn gedachten ordenen. Het is een manier om van me af te praten." Als Inge nu haar dagboek terugleest, is het voor haar mooi om te zien hoe zij is 'gegroeid'.

In één van de gesprekken kaart de hulpverlener aan dat het goed is om haar kind een naam te geven. In hun verkeringstijd heeft haar vriend wel eens gezegd hoe hij een jongen en een meisje zou noemen. Dat was gekscherend en ze waren het er samen nog niet over eens. Nu komt deze naam steeds weer bij Inge naar boven. Nadat zij samen hebben overlegd, geven zij hun baby toch die naam.

Een andere tip die Inge krijgt is om op zoek te gaan naar iets tastbaars. Iets wat haar herinnert aan haar kindje. Volgens Inge heeft haar moeder een mooi kruikje in de kamer staan met daarbij een kaartje. Een ander zet ergens een knuffel neer. Haar ex-vriend heeft een ring met de naam van hun kindje en de datum. Inge kan nog steeds niets vinden wat bij haar past. Tot zij tijdens een vakantie met vriendinnen in een winkel komt. Daar ziet ze iets wat meteen haar aandacht heeft. Het is een beeldje van glas en gips. Daarin zijn een half hoofdje, armpjes en beentjes te zien. Het is heel duidelijk een baby'tje, maar sommige gedeeltes ontbreken. Het past helemaal bij de gedachten rondom haar eigen kindje. Inge koopt het en zet het neer op haar kamer.

Erg veel spijt

Inge wil iedereen wel waarschuwen om nooit een abortus te laten doen. "Het liefst zou ik het wel van het dak willen schreeuwen." Toch wil Inge nu nog niet dat mensen het van haar weten. "Ik kan dat op dit moment nog niet aan. Daarom praat ik er nu wel over met vriendinnen." Op dit moment wil Inge graag met interviews anderen waarschuwen. Mogelijk kan ze later wat werk voor de VBOK doen. "Denk er niet gemakkelijk over. Het is écht heel erg. Ik heb iemand vermoord. Anderen komen daarvoor in de gevangenis en bij mij betaald het ziekenfonds!" De pijn in haar woorden is voelbaar. "Het is ook niet zomaar iemand, maar het is mijn eigen kind."

Drie weken na de abortus moest Inge terug naar de kliniek voor controle, ledereen krijgt dan een formulier om in te vullen. Daarop heeft Inge aangegeven dat het niet goed gaat met haar en dat zij erg veel spijt heeft. In het gesprek met de arts wat daarop volgt, noemt de arts allerlei bezwaren. Hoe had het dan gemoeten? Je had je school niet af kunnen maken. Je verkering is uit. "Mijn moeder was er bij en zei tegen de arts dat er echt wel een oplossing zou zijn gekomen. Ik weet wel zeker dat er altijd een oplossing is. Je moet er over praten en dan komt er altijd wel een mogelijkheid."

Als er geen mogelijkheden tot gesprek zijn, legt dat een sterke druk op je. De druk was bij Inge zo groot, dat zij haar gedachten helemaal uitschakelde. "Het is vooral een wanhoopsdaad."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 2007

Daniel | 32 Pagina's

"Ik heb mijn eigen kind vermoord"

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 augustus 2007

Daniel | 32 Pagina's