Ir. W. van de Kamp: vorming voor studenten hard nodig
"Je kunt beter van weinig alles weten dan van veel weinig"
'Je moet doen imat je kunt, wetend dat je tot niets in staat bent.' Deze uitspraak van ds. H. Ligtenberg (1887-1965) stempelt het leven en denken van ir. W. van de Kamp (1936), lid van het deputaatschap voor studerenden en oud-student. Terugkijkend op zijn leven ziet hij de wonderlijke leiding van de Heere in zijn leven. Tegelijk is hij er vóór om de hand aan de ploeg te slaan en waar nodig dingen te organiseren. Ook benadrukt hij het belang van kennis. "Kennis zonder liefde maakt opgeblazen. Liefde zonder kennis doet dwalen." Een gesprek over studeren in de jaren vijftig en het belang van vorming voor studenten.
"Je kunt beter van weinig alles weten dan van veel weinig"
Als je goed kon leren kwam, in de verhalen over vroeger, de bovenmeester op bezoek. Hij probeerde dan de ouders over te halen hun kind te laten doorleren. In Uddel ging het ook zo. Op een dag kwam de hoofdonderwijzer bij de ouders van Van de Kamp. Willem moest doorleren. De ouders stemden toe. "Mijn vader was voor leren, je moest je mogelijkheden gebruiken."
Om toegelaten te worden op de HBS moest een toelatingsexamen gedaan worden. Om dat te kunnen halen kreeg hij iedere zaterdagmorgen bijles van deze bovenmeester. Deze lessen waren voldoende om in 1948 het examen te halen, maar eenmaal op de HBS in Harderwijk was het best wennen. "Ik had geen Frans en Engels gehad, en dat had je nodig." Na vijf jaar HBS dacht iedereen dat hij wel geneeskunde zou gaan studeren. Biologie was immers zijn beste vak. Maar het werd uiteindelijk Elektrotechniek in Delft. Hoe kwam dat zo? "Geneeskunde was om twee redenen geen optie. Arts worden was voor rijke mensen. Je moest als je klaar was een praktijk kopen en je had ook nog geen studiebeurzen. Daarnaast was inenten verplicht. We hadden al besloten dat ik in Arnhem naar de HTS zou gaan, toen de huisarts bij mijn ouders op bezoek kwam. Hij vond dat ik echt naar de universiteit moest gaan. Toen is de keuze op Delft gevallen."
Grote vragen
Dat was een geweldige overgang. "Ik had nog nooit in de trein gezeten, nog nooit de zee gezien! En je moet goed begrijpen dat doorleren destijds niet gewoon was. Ik was de eerste in het dorp die naar de HBS en universiteit ging. Mijn ouders werden in het dorp voor dwaas aangezien. Je kon beter gaan werken. Maar aan de andere kant: er was ook hartelijk meeleven."
In het begin was het best taai. "Je had in die tijd twee propedeuse examens. Voor het tweede examen was ik gezakt en dat betekende het einde van de studie want dan kreeg je geen renteloos voorschot meer om je studie te betalen en mijn ouders hadden het ook niet breed. Mijn vader is toen gaan praten met een decaan en die heeft toen een regeling getroffen."
Studeren betekende ook: nadenken over grote vragen. En ook dat was wennen in het begin. "Als ik niks had geweten, was ik lid geworden van de studentenvereniging SSR. Maar mijn kostbaas, lid van de gereformeerde
gemeenten, raadde me dat af. Ik moest naar de CSFR gaan." Daar ontmoette hij mensen als Jan van der Graaf en Gerard van Leijenhorst. In die tijd werden felle discussies gevoerd over het genadeverbond. "Woelderink had veel invloed. Binnen de CSFR leek toen te gelden: als je jezelf respecteerde, werd je hervormd." In het begin had hij geen weerwoord in de discussies, maar toch hield hij vast aan zijn overtuiging. "Thuis zeiden ze: hou vast wat je meegekregen hebt."
Niet bekrompen
Op de CSFR heeft hij wel veel geleerd. "Ik had goede patroons (ouderejaars die eerstejaars studenten begeleiden, LN). Zij hebben me geleerd om de drie formulieren van enigheid te lezen, dwarsverbanden daartussen te ontdekken. Die formulieren zijn echt goed, omdat ze op de Bijbel gegrond zijn. Natuurlijk, niet alles staat erin. Iedere tijd heeft zijn eigen problemen. Maar we schrijven zo gemakkelijk iets af. Dat geldt ook voor andere dingen. Terwijl er wel degelijk iets in zit. Studenten, ook op de middelbare school, vinden de gereformeerde leer vaak bekrompen, maar dat is natuurlijk niet zo! Je moet de kern in het oog houden." Hij heeft ook op de CSFR geleerd dat je elkaar mag bevragen. "Tegenwoordig word je zo snel geclassificeerd: je bent te licht of te zwaar. Ik ga naar de kerk en vraag of de Heere ook tot mij wil spreken in Zijn huis. De Heere werkt middellijk en ordelijk. Maar Hij is niet aan één plaats gebonden."
Vorming
Van de Kamp heeft de indruk dat de kennis van studenten nu veel oppervlakkiger is. "Ik vind dat je beter van weinig alles kunt weten dan van veel weinig. Verwerken, daar draait het om. Je moet ook niet eerst het moderne bestuderen en dan kijken wat waarheid is. Eerst het eigene, dan het andere. Je hoeft ook niet alles te bestuderen. Ik kende oude mensen die maar een paar boeken hadden en die drie of vier keer een boek van Comrie of A Brakel hadden gelezen. Maar die mensen waren niet achterlijk. Ze hadden levenswijsheid."
Hij vindt dat studenten voor ogen moeten houden dat de studententijd een voorbereiding is op participatie in de maatschappij. "Dat wordt vaak vergeten. Niet iedereen kan in het reformatorisch onderwijs werken. Studenten moeten in de wereld kunnen staan. Voor ik het onderwijs in ging heb ik vijftien jaar in het bedrijfsleven gewerkt. Studeren is dus niet alleen vakken leren. Het is vorming. Daarom moet je er ook dingen bij doen. Belangrijk is en blijft het gezamenlijk bezig zijn met problemen die te maken hebben met die participatie." Als negatief voorbeeld noemt hij de bezinning op ICT. "Die bezinning is veel te laat op gang gekomen. Al in 1989 heb ik in het RD een stuk geschreven over de te verwachten gevolgen van ICT en de noodzaak van bezinning. Niet dat ik de antwoorden had en heb, helemaal nieL Maar ik zag wel dat bezinning nodig was. Ik werd toen gehouden voor een doemdenker."
Pastorale zorg
Veel heeft Van de Kamp gehad aan de catechisaties die hij volgde tijdens zijn studententijd. "Ik kwam bij ds. Ligtenberg in Rotterdam-West op catechisatie. Die man was een denker. Hij zag ontwikkelingen, had visie. Belangrijk voor studenten is dat degene die catechisatie geeft zich kan inleven in de vragen van studenten. Ds. Ligtenberg kon dat. Hij leerde ons ook om dingen beargumenteerd te verwoorden. "
Daarop voortbordurend: "Voor studenten zijn twee dingen van belang: fundering en een band met de gemeente. Over die fundering zei ds. De Ridder eens: 'kennis zonder liefde maakt opgeblazen, liefde zonder kennis doet dwalen.' Daar ben ik het helemaal mee eens. Als het gaat over die band vind ik het heel belangrijk dat van studenten bekend is waar ze studeren en dat zij op één plaats catechisatie volgen. Pastorale zorg begint op de catechisatie, maar die moet wel gecontinueerd worden. Daarom ook is zorg voor middelbare scholieren in de gemeenten heel belangrijk. In dat licht moet ook het werk van het deputaatschap voor studerenden gezien worden. Het deputaatschap heeft van de generale synode het mandaat gekregen om studenten te begeleiden en ik hoop dat het deputaatschap daar ook in deze tijd invulling aan mag blijven geven. Je moet de jeugd niet aan haar lot overlaten. "
Andere tijd
Als hij zijn studententijd vergelijkt met die van nu ziet hij dezelfde mensen maar een andere tijd. "Jongeren hebben het veel moeilijker want ze hebben veel meer mogelijkheden. Wij zijn altijd kinderen van onze tijd, maar tegenwoordig kan schijnbaar alles, en het probleem van is dat onze jongeren het allemaal doen. Als je daar niet aan mee wilt doen sta je gelijk als eenling in je omgeving." En dat geldt niet alleen voor studenten. Het stoort hem dat er vaak gewichtig wordt gedaan over de zogenaamd belangrijke plaatsen waar studenten terecht komen. "Dat is helemaal niet waar. ledereen werkt op een verantwoordelijke plaats. En de bouwvakker heeft het veel moeilijker. Die kan die radio op de bouwplaats niet afzetten."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 juli 2007
Daniel | 24 Pagina's