Grote en kleine zonden
"Een schimpscheut op een leraar op het schoolplein"
Moord, godslastering, hoererij, overspel... Zonden met een grote impact op de omgeving. Zonden die vaak uitgebreid besproken worden. "Heb je gehoord dat die-en-die...? " Maar een onschuldig roddeltje op een visite? Roddelen, dat is toch iets heel anders? Of toch niet? In dit artikel wordt stil gestaan bij de vraag of er kleine zonden zijn.
"Een schimpscheut op een leraar op het schoolplein"
Wie hec vragenboekje van Hellenbroek kent, weec dat daar in de les over de zonde worde gevraagd of alle zonden de straf van de dood verdienen. Hec ancwoord is: Ja... coc de kleinsce toe. Hec kan gebeuren dac een catechisant naar aanleiding van dit antwoord met de vraag komt: zijn er dan kleine zonden? Hellenbroek heeft dat ongetwijfeld zelf ook aangevoeld, want hij laat er onmiddellijk op volgen: 'Zijn er dan geen vergeeflijke zonden? ' om te antwoorden: 'Wel in Christus, de zonde tegen de Heilige Geest uitgezonderd, doch geen vergeeflijke in zichzelf'.
Oude dwaling
Het vragenboekje van Hellenbroek waarschuwt hier tegen een opvatting die al heel vroeg in de kerk is binnengeslopen. De kerkvader Tertullianus maakte al onderscheid tussen lichtvergeeflijke, dagelijkse zonden ('kleine zonden') en veel zwaardere zonden, de zogenaamde 'doodzonden'. In de Roomse kerk is dit onderscheid algemeen aanvaard als vaststaande kerkleer. Men doet volgens Rome een doodzonde, als men de wet van God in een grote zaak, met volle kennis en met vrije wil overtreedt. Wie zo'n doodzonde doet, verdient volgens Rome de hel en zal - als hij zonder berouwvol biechten sterft - ook inderdaad verloren gaan. Geheel ten onrechte meent Rome dit spreken over doodzonden te kunnen baseren op bijvoorbeeld 1 Johannes 5:16: r is een zonde tot de dood; voor dezelve zonde zeg ik niet dat hij zal bidden. De apostel Johannes spreekt hier echter over' de zonde tegen de Heilige Geest. De hervormers - vooral Calvijn - hebben het onderscheid tussen vergeeflijke, kleine zonden en doodzonden verworpen als strijdig met de Heilige Schrift. Zij leerden dat alle zonden verdoemelijk voor God zijn en de eeuwige straf waardig, maar ook dat alle zonden - die tegen de Heilige Geest uitgezonderd - vergeven kunnen worden in het bloed van Christus.
Groter zonde...
In Johannes 19:11 wordt beschreven hoe de Heere Jezus, staande voor Pontius Pilatus, de vraag krijgt of Hij niet weet dat de stadhouder macht heeft Hem te kruisigen en macht heeft Hem los te laten. De Heere antwoordt dan: ij zoudt geen macht hebben tegen Mij, indien het u niet van boven gegeven was; daarom, die Mij aan u heeft overgeleverd, heeft groter zonde. Hier schijnt de Heere Jezus toch wel degelijk tussen grotere en kleinere zonden onderscheid te maken. Hoe is dat nu?
De Heere bedoelt het Joodse volk, of de Joodse overheid. Volgens de kanttekenaar hebben de Joden groter zonde 'omdat zij meerdere kennis hadden van Gods Woord en van Christus' wonderwerken'. Wat de Heere hier leert, is niet dat er in zichzelf kleine en vergeeflijke zonden zijn, maar dat er trappen zullen zijn in de eeuwige straf. Er zal een zwaarder oordeel zijn naarmate de zonde te meerder
was - en de zonde is meerder als er sprake is van grotere verantwoordelijkheid door meer kennis van Gods openbaring. Daarom zei Christus ook dat het Tyrus en Sidon verdraaglijker zal zijn in de dag des oordeels dan de steden van Galilea waarin Hij zoveel tekenen had gedaan (tekst).
De praktijk
Er zijn zonden waarvoor we terugdeinzen. Een moord, hoererij, incest, kinderporno, het vloeken van Gods Naam... we belijden grif dat we nergens te goed voor zijn, maar toch is er nog een rem in ons leven waardoor we voor veel verschrikkelijke dingen doorgaans terugdeinzen. Verder zijn er dingen waarvan we heel goed weten dat ze niet goed zijn, maar waar we wél invallen. Dagelijks... Driftbuien, lege of lelijke woorden, verzuim van het gebed, lege godsdienstigheid, vormelijk bijbellezen, plichtsverzuim op ons werk, het lezen van waardeloze boekjes... We ervaren die dingen soms nog wel als zonden.
Maar dan... dan zijn er ook nog van die talloze 'kleine zonden'. Daar doet iedereen aan mee. Een schimpscheut op een leraar op het schoolplein. Een minachtend lachje achter de rug van de baas. Een roddeltje op een verjaardagsvisite over deze of gene... Het zijn zonden die ons 's avonds wanneer we onze knieën buigen niet eens meer voor de geest komen... En zo hebben wij in de praktijk van ons leven allen een legioen van 'kleine zonden', die we in feite bagatelliseren.
Gods zware toorn...
In Zondag 43 van de Catechismus gaat het over het negende gebod. Er
wordt over achterklap gesproken, over laster, maar ook over heel 'gewone' en alledaagse dingen als het ietwat verdraaien van de woorden van onze naaste, over het lichtelijk oordelen of helpen veroordelen... En dan ineens staat daar dat ik al deze dingen 'als eigen werken des duivels (!) heb te vermijden, tenzij dat ik de zware toorn Gods op mij laden wil'. Ontzettend! Bij Gods zware toorn denken we doorgaans aan moord, godslastering, hoererij, overspel... Maar toch niet aan een onschuldig roddeltje op een visite?
Toch is dat nu juist wat de Catechismus wil leren. Het is ook wat Gód Zijn volk leert in de weg van de waarachtige bekering. Waar Hij met Zijn schuldovertuigend werk in hart en geweten komt, daar zijn geen 'kleine zonden' meer. Guido de Brés schrijft in het artikel over het laatste oordeel dat mensen ook rekenschap moeten afleggen over zonden die als kinderspel en tijdverdrijf worden beschouwd. Waar de Heere komt overtuigen, wordt het zo waar wat Hellenbroek zei: Verdienen alle zonden die straf? Ja, tot de kleinste toe...
Revius en Comrie
Jakobus Revius was de grootste calvinistische dichter van ons land in de zeventiende eeuw. Revius schreef een vierregelig vers over kleine zonden. Hij gebruikt daarbij het beeld van de motregen, 'stofregen', zoals hij het noemt. Als het motregent, is de neerslag soms zó fijn dat we naar buiten kijkend, kunnen menen dat het droog is. Maar men wordt zelden zo nat als wanneer men in de motregen loopt... Zó is het met al die 'kleine zonden'. Revius zegt:
Stofregen acht men niet, maar die er lang in treden Die dringt ze tot de huid en op de naakte leden De zonden die men klein en licht te wezen acht Die hebben menig om zijn zaligheid gebracht.
Dan mogen we wel beven en zeggen: Wie zou de afdwalingen verstaan? Reinig mij van de verborgen afdwalingen! Comrie schrijft dat het nodig is dat wij ons zó diep leren verbergen 'in de geopende wonden des Heilands, dat noch God als Rechter, noch de Wet, noch de duivel enige vat op ons hebben en niets van ons buiten Christus kunnen beschouwen of bespieden...'. Heb jij leren schuilen in de wonden van Christus? Dat, merkt Comrie op, bedoelde Paulus. toen hij zei dat hij in Christus gevonden wilde worden. Daar alleen is verzoening voor al onze grote zonden... en voor de 'kleine'!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 juli 2007
Daniel | 24 Pagina's