Het werk des Geestes in het laatste der dagen
En het zal zijn in het laatste der dagen (zegt God), Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees (Handelingen 2:1 7a)
Uit de opgroeiende jeugd zullen er tot onderdanen worden gemaakt van de Koning der koningen
Ondanks alle aanslagen van de hel gaat Gods werk voort. In de laatste dagen zal Hij van Zijn Geest uitstorten op alle vlees. In de laatste dagen leven wij. Op ons is het einde der eeuwen gekomen. Christus' wederkomst om te oordelen de levenden en de doden nadert met rasse schreden. Daar wijzen de tekenen der tijden heen.
Hongersnood in verschillende landen der wereld, aardbevingen en pestilentiën, waarbij we denken aan de ongeneeslijke ziekte aids. Ook het diepe verval allerwegen bepaalt ons er bij. De Zoon des mensen komt niet ten oordeel, tenzij eerst de grote afval is gekomen, waar we midden in leven. Een groot deel, ook helaas uit onze kringen, laat zich niet waarschuwen en vermanen. Hoe ernstig en liefdevol er ook op gewezen wordt, dat de Heere de zonde moet straffen. Zonde is voor velen geen zonde meer. Bijna overal kunnen we horen: "Is dat nu zo erg? " De kinderlijke vreze des Heeren, die zich in de vrucht openbaart, in handel en wandel naar Gods Woord, wordt gezien als een knellend juk en als een belemmering om te doen wat men zelf wil en zo wordt de zonde niet als schuld voor de Heere beleden. Daarbij komen allerlei verleidende geesten, die onschriftuurlijke leringen verkondigen en soms ook grote aanhang krijgen. Zeer velen menen, zonder ooit door het ontdekkende werk des Geestes kennis te hebben gekregen aan hun diepe ellendestaat, deel te hebben aan Christus en al Zijn weldaden. Juist in deze laatste dagen zal God van Zijn Geest uitstorten op alle vlees en dat op grond van Christus' volbrachte Middelaarswerk voor Zijn uitverkoren Kerk. Uitstorten wijst op de overvloedige genade Gods, bewezen aan men-
sen uit allerlei talen en volken. Christus moest op aarde komen, opdat al de gegevenen des Vaders, zowel Jood als heiden, zouden toegebracht worden.
Welk een ruimte wordt ons hierin voorgesteld. Uit de mond der kinderen wil de Heere Zich lof toebereiden. Uit de opgroeiende jeugd zullen er tot onderdanen worden gemaakt van de Koning der koningen. Ouden van dagen, vergrijsd in de zonden, kunnen van de zondebanden worden bevrijd, dienstknechten en dienstmaagden, die zuchten onder de macht van andere heren, kunnen nog in vrijheid gesteld worden.
Ik zal uitstorten, zegt de Heere. Het wijst op de onwederstandelijke werkingen van Gods Geest. Al menen duizenden die Geest te bezitten, omdat ze gedoopt zijn, we lezen van het volk der Joden dat ook in de Rode Zee gedoopt is, dat God in het merendeel van hen geen welgevallen heeft gehad. Wat uit het vlees geboren is, dat is vlees. Wij hunkeren van nature ernaar om naar het vlees te leven, bekoord door de begeerlijkheden van deze wereld. Krachtens onze diepe val zijn we ook vol eigenliefde. Ondanks alle arbeid aan ons ten koste gelegd thuis, in de kerk, op catechisatie en op school betuigen we: Wijk van ons, want aan de kennis Uwer wegen hebben wij geen lust.
Maar van hen, die door Gods Geest van dood levend gemaakt worden geldt: Uw zonen en uw dochters zullen profeteren. Dan worden we in het heden der genade om God verlegen. De levenden weten dat zij sterven moeten en sterven is God ontmoeten. En onbekeerd vallen in de handen van de levende God, dat is voor eeuwig verloren. De noodzaak der waarachtige bekering wordt hen op het hart gebonden.
We moeten bekeerd worden. Wat vroeger een lust was, wordt dan een last en omgekeerd. Dan gaan we de zonden haten, omdat we daardoor de Heere onteren en dan krijgen we een betrekking op God en Goddelijke zaken en kunnen niet meer leven als de wereld. De ernst van het leven wordt verstaan als het gewicht van dood en eeuwigheid ons drukt. Eén ding is nodig. Dat wordt door de werkingen des Geestes bij aanvang geleerd.
Uw ouden zullen dromen dromen. Ze begeren te delen in Gods gunst door de toepassing van de gerechtigheid van Christus aan hun ziel en mogen zo de wegen des Heeren overdenken. Zo mogen ze zich soms in de bangste omstandigheden in de Heere verlustigen en op Hem vertrouwen Die een God is van volkomen zaligheid. Bij Wie, ook in de laatste dagen van hun aardse leven, uitkomsten zijn zelfs tegen de dood.
Wij leven in de laatste dagen. De Rechter staat voor de deur. Nog wordt het werk des Geestes verheerlijkt naar het welbehagen des Heeren, dat door Christus' hand gelukkiglijk voortgaat. Nog is het de dag der zaligheid, het heden der genade.
De Heere lere ons allen: Leer de tijd uitkopen, daar de dagen boos zijn. Het zijn de laatste dagen, waar Gods Kerk in de naderende oordelen de voetstappen hoort van Hem, Die zal komen om de aarde te richten.
Mochten we onze arme ziel als een buit uitdragen en zij het de bede van ons hart: 'Och, schonkt Gij mij de hulp van Uwen Geest. Mocht Die mij op mijn paan ten Leidsman strekken'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 juli 2007
Daniel | 24 Pagina's