JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

God in Nederland

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

God in Nederland

6 minuten leestijd

Even leek het alsof de secularisatie op zijn retour was. De wetenschappelijke raad voor het regeringsbeleid (WRR) legde een vuistdik rapport op tafel over geloven in het publieke domein. Er zou, aldus dit rapport, weer ruimte zijn voor religie en zingeving. A. McGrath schreef een boek over de ondergang van het atheïsme en in het NRC-Handelsblad begon mevr Elsbeth Etty, in haar columns, steeds wilder om zich heen te slaan. Jan Siebelink kondigde in die krant zelfs een heuse herkerstening van ons land aan. En in de recente versie van de christelijke encyclopedie konden we lezen dat het atheïsme in Nederland slechts 'een kleine elite van vaak spraakmakende intellectuelen' betreft.

Een gewoon christenmens zou er verlegen onder worden. Zou hij iets gemist hebben? Zouden er misschien op plaatsen hem onbekend opmerkelijke oplevingen zijn? Dat zijn wellicht vragen die in de achterliggende weken weieens bij een willekeurige kerkganger naar boven zijn gekomen. Het antwoord op die vragen is ondubbelzinnig en duidelijk: NEE. Er is helemaal niks positiefs aan de hand in ons land. De secularisatie zet onverminderd door en het christelijke volksdeel vermindert nog steeds. Nederland heeft de God van de Bijbel verlaten. Het aantal echte atheïsten bijvoorbeeld is van 6 procent in 1966 opgelopen naar 14 procent in 2006 (2, 3 miljoen mensen). Vooral de laatste jaren is dat aantal flink toegenomen. Dat zijn de cijfers die naar voren komen in de recente studie God in Nederland, een onderzoek naar het 'christelijk godsdienstige en kerkelijke leven' in Nederland. Dit rapport laat ondubbelzinnig zien dat er geen sprake is van een wending in ons land. Gelet op het debat over de ambtenaar van de burgerlijke stand en het homohuwelijk wisten we dat natuurlijk al. Dit rapport laat het met duidelijke en nuchtere cijfers zien. Nederland is een post-christelijk land. Het christendom is meer en meer een gepasseerd station voor velen in ons land.

Het boek God in Nederland telt 220 bladzijden. Het is om allerlei redenen belangrijk om dit boek te lezen. In een drietal hoofdstukken doen een drietal deskundigen uit de doeken wat er in levenbeschouwelijk opzicht in ons land aan de hand is. Laten we eens enkele zaken noemen. Op pagina 14 kunnen we lezen dat in 2006 61 procent van de mensen in ons land buitenkerkelijk is. Het kerkbezoek staat er nog treuriger voor. Slechts 16 procent van de mensen (2, 6 miljoen) bezoekt regelmatig (één keer per week) de kerk. De rest van de bevolking doet dat vrijwel niet of nooit.

De plaats van de kerk is ook een heel stuk minder geworden. Bij gewetensproblemen zoekt 10 procent van de mensen hulp bij een kerkelijke ambtsdrager. Bij ethische zaken wordt duidelijk steeds minder rekening gehouden met de Bijbel. Zo vindt bijvoorbeeld 59 procent van de mensen dat homoseksualiteit aanvaard moet worden. Echtscheiding en euthanasie is voor respectievelijk 36 procent en 28 procent van de mensen volkomen aanvaardbaar. Traditioneel gelovigen belopen 24 procent van onze samenleving. De overgrote meerderheid in ons land is ietsist of agnost (62 procent). Sommigen (McGrath) beweren dat het atheïsme ten ondergaat. Het is echter niet zo. "Ons onderzoek kan erop wijzen dat zijn bewering meer op wishful thinking dan op de feitelijkheid is gebaseerd."

Vrijwilligerswerk

Hec bijbelbezit wordt ook minder. In 2006 heeft 38 procent van de Nederlanders geen Bijbel in huis. Van de totale bevolking leest 14 procent regelmatig in de Bijbel. De overige mensen lezen vrijwel nooit of soms in de Bijbel. Vooral onder jongeren is de Bijbel meer en meer een onbekend boek geworden. "Hoe jonger men is des te geringer de kans dat er een Bijbel in huis is" (pag. 46).

De inhoud van het geloof verschraalt ook meer en meer. Ongeveer 21 procent van de mensen gelooft nog in de hemel; het geloof in de hel is gedaald tot ongeveer 6 procent. Vooral onder jongeren blijkt het geloof steeds minder betekenis te hebben. In de groep 1 7-24 jarigen is nog geen 25 procent 'godsdienstig-gelovig'. Wel voelt een groot deel van de bevolking zich verwant met het christendom (55 procent) maar werkelijk inhoud heeft dit voor velen niet. De onderzoekers concluderen dat alles wijst op "op een verdere verzwakking van de traditionele kerkelijkheid" (pag. 69).

In dit boek blijken ook andere zaken. Het is bijvoorbeeld een feit dat kerkelijke mensen meer aan vrijwilligerwerk doen en 'meer geld geven voor goede doelen' (pag. 83) dan andere mensen. Vrijwilligerswerk bijvoorbeeld wordt door 46 procent van de kerkmensen gedaan. Niet kerkmensen blijven steken op 29 procent. Het aantal uren vrijwilligerswerk is ook verschillend. Kerkmensen doen het 5, 4 uur per week; niet kerkmensen komen gemiddeld aan 4, 8 uur per week.

Politiek en godsdienst heeft voor veel mensen in ons land niet vele met elkaar te maken. Bijna 70 procent van de mensen zien dit los van elkaar. Ook voor christelijke scholen wordt het draagvlak steeds minder. In 1966 vond 54 procent van de bevolking christelijke scholen belangrijk; in 2006 is dat nog maar 36 procent. Veel mensen kan dit niet veel schelen. De onderzoekers zijn van oordeel dat "dat verzuiling van maatschappelijke instituties allang geen beduidende steun meer kent" (pag. 96). In het slot van het boek staat een boeiend hoofdstuk over postmoderne spiritualiteit. Dat gaat om religie los van de kerk. Het blijkt dat er in onze samenleving ongeveer 8 procent mensen zijn die religie los van de kerk van belang vinden. Het gaat om mensen die bijvoorbeeld weieens bidden, of bij rouw wel een ritueel willen. Alles bij elkaar geeft het boek een redelijk beeld van wat er

aan het begin van de 21 e eeuw op godsdienstig terrein aan de gang is in ons land.

Randgroep

Hoe moeten we de ontwikkeling beoordelen? Laat ik eens beginnen met een positief punt. In de NRC wordt door allerlei schrijvers voortdurend gezegd dat christelijk Nederland een gepasseerd station is. Mensen geloven niet meer in God, aldus de veel gehoorde mening. Dat is echter maar ten dele juist. Voor heel veel mensen heeft de godsdienst wel degelijk betekenis. Voorlopig heeft de meerderheid nog steeds een Bijbel in huis en is ongeveer 78 procent het er niet mee eens dat het goed zou zijn als de kerken zouden verdwijnen. Slechts een minderheid is ervoor dat de kerk verdwijnt. Mensen als Etty en Philipse praten dus zeer voor hun beurt.

Aan de andere kant is het wel duidelijk dat het overgrote deel van ons volk niet veel affiniteit heeft met het klassieke traditionele christendom. De bevindelijk-gereformeerden (zeg maar mensen die 's zondag nog twee keer naar de kerk gaan) zijn helemaal tot een kleine randgroep verschrompeld. De kerk is verschoven naar de marge en er zijn geen tekenen dat, dat spoedig anders zal worden. De kerk komt daarmee in een heel andere positie dan in het verleden. Het zal best moeilijk zijn om binnen een steeds voortgaande secularisering van het levensgevoel een weg te vinden.

Eigenlijk zijn daar geen makkelijke antwoorden op te geven. Sommigen willen zich terug trekken in eigen beschutte omgeving. Daar komen we echter ook onszelf weer tegen. Anderen passen zich aan de tijdgeest aan. Ook dat levert geen antwoord op de vragen van onze tijd. We moeten gewoon terug naar de Bijbel. In de vroege kerk bleven mensen, in weerwil van alles, staande door Gods genade. De ware Christen, hij die Christus' zalving deelachtig is, is een vreemdeling (wat overigens iets anders is dan vreemd of raar) op aarde. Dat stond al in de Bijbel. Daar komen we in onze tijd meer en meer achter. Daarom blijft het woord van de apostel van blijvende betekenis. Deze allen ... hebben beleden dat zij gasten een vreemdelingen op de aarde waren. (Hebreeën 11:13). Vreemdelingen komen eenmaal thuis. Dat is de hoop in een verloren wereld.

ds. \N. Visscher

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 mei 2007

Daniel | 32 Pagina's

God in Nederland

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 mei 2007

Daniel | 32 Pagina's