JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Volhardende in de leer Presidentesvergadering 2007

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Volhardende in de leer Presidentesvergadering 2007

7 minuten leestijd

Door de hevige sneeuwval op donderdag 8 Februari verliep de presidentesvergadering in Hardinxveld-Giessendam anders dan we verwacht hadden. Velen hadden zich afgemeld. Anderen waren toch gekomen, maar maakten zich wel zorgen over de terugreis. Zouden er vanwege de sneeuw veel files zijn? Daarom besloot het bondsbestuur alleen de morgenvergadering te houden, zodat allen op tijd weer konden vertrekken. Het mocht 's middags gelukkig meevallen, zoals we van verschillende dames hoorden. De Heere bewaarde ons over de onveilige wegen.

Vanwege een begrafenis was onze voorzitter, ds. C.A. van Dieren afwezig. De spreker, ds. W. Visscher, was bereid om ook de opening voor zijn rekening te nemen en sprak over Psalm 78. Daarin worden we vermaand om de daden des Heeren te gedenken. Die daden moeten ook in 2007 verteld worden aan het navolgende geslacht, opdat ze hun hoop op God zullen stellen.

Na Psalm 25 vers 2 gezongen te hebben, begon ds. Visscher zijn referaat met het wijzen op het belang van de leer. In 1 618-1619 gaven onze vaderen in Dordrecht op de Synode een 'naakte, eenvoudige en oprechte verklaring van de leer'. Aan het begin van de 21 e eeuw zijn wij geroepen hen daarin na te volgen. In de Bijbel komen we de uitdrukking volhardende in de leer op enkele plaatsen tegen. De eerste pinkstergemeente was volhardende in de leer der apostelen. Van de verschillende kenmerken die in Handelingen 2 genoemd worden, gaat de volharding in de leer voorop. Paulus vermaant Timótheüs om te volharden in de leer. De leer is een belangrijk punt in de Bijbel. Zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament zijn vele plaatsen te noemen, die het belang van de leer aanwijzen. Die leer is alles, wat door de profeten en apostelen is geleerd en wat in Christus werkelijkheid is geworden.

De Bijbel vermaant ons die leer getrouw te bewaren en daarin te volharden. Laten wij dat vandaag ook doen. Zorg er daarom voor, dat er op uw verenigingen regelmatig ruimte is om iets uit de leer van de Bijbel te overdenken en daarbij stil te staan.

We leven in een rumoerige tijd, waarin veel misverstanden zijn over de leer. Sommigen vinden de leer niet zo belangrijk. Ethiek, zo vinden ook velen in onze gemeenten, is veel belangrijker dan dogmatiek. Toch moeten we blijven benadrukken, dat de leer buitengewoon belangrijk is. Onkunde op dit terrein leidt tot dwaling en zorgeloosheid. Anderen zijn van oordeel, dat onze gemeenten een heel bijzondere leer hebben. Ook deze gedachte moet worden weersproken. Onze gemeenten staan op de bodem van Schrift en belijdenis. In de belijdenis vinden we de gereformeerde leer. Daarom verdient het ook aanbeveling om naast een Bijbelgedeelte een gedeelte te lezen uit de belijdenis.

Gezag van de Bijbel

Wat is de inhoud van de gereformeerde leer? Allereerst het gezag van de Bijbel. De Bijbel is het Woord van God. De Heilige Geest heeft de Bijbelschrijvers geïnspireerd en daardoor is in de Bijbel onfeilbaar vastgelegd wat tot zaligheid nodig is. We worden in het Oude en Nieuwe Testament dringend vermaand om het Woord te onderzoeken. De Heere Jezus wijst indringend op het belang daarvan. Het Woord heeft Goddelijk gezag. In het voetspoor van de Reformatie belijden ook wij vandaag volop en voluit het sola scriptura. Wat naar het Woord niet is, zal geen dageraad hebben. Alles wat in de Bijbel staat, heeft zich ook werkelijk zo voltrokken. Naast historisch gezag heeft de Bijbel ook normatief gezag. De zonden, die genoemd worden van de kinderen Gods, staan ons ter waarschuwing in de Schrift; de geboden en inzettingen des Heeren zijn echter tot navolging. Daarvoor moe-

ten we willen buigen. Het komt er in dit verband wel op aan, dat we de zin en mening van de Heilige Geest leren verstaan. "Als advies geef ik u mee om de kanttekeningen op de Statenvertaling te gebruiken bij het lezen van teksten", aldus ds. Visscher.

De soevereiniteit van God

We lezen in de Bijbel van God de Vader en onze schepping, God de Zoon en onze verlossing en God de Heilige Geest en onze vernieuwing. In de Bijbel wordt ons God geopenbaard als de soevereine God. Dat betekent dat God doet wat Hem behaagt. In Romeinen 9 schrijft Paulus: Zo ontfermt Hij Zich dan, diens Hij wil, en verhardt dien Hij wil. God is in Zijn wezen en Zijn werken niet afhankelijk van mensen. Dit welbehagen stuit uiteraard op weerstand van de natuurlijke mens. De soevereiniteit van God wordt ons in de Schrift geleerd tot waarschuwing van natuurlijke mensen. Wij mogen en kunnen God niet ter verantwoording roepen. Het is echter tegelijk een troost voor Gods kinderen. In hun zonde en ellende is God de Eerste en de Laatste. Het is belangrijk dat we - door het geloof - de grote waarheden van de Bijbel op de juiste manier leren verstaan en toepassen. Het kan nut hebben, om op uw vereniging iets voor te lezen van het eenvoudig en hartelijk getuigenis uit de mond van Gods kinderen.

De doodstaat van de mens

In het boek Genesis lezen we over de schepping en de zondeval van de mens. Het is een voluit schriftuurlijke boodschap. Het wezen van de doodstaat is, dat een mens God kwijt is in zijn leven en dat hij niet kan en niet wil terugkeren. Op deze twee zaken heeft de Heere Jezus nadrukkelijk gewezen: En gij wilt tot Mij niet komen, opdat gij het leven moogt hebben. Hij wijst ook op de onmacht: Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke. "Ik wil u de raad geven om de zonde, de doodstaat en de straf op de zonde in alle ernst en concreetheid onder de ogen te zien. Laten we de zonde haten en vlieden, maar laten we de zonde ook duidelijk bij de naam noemen."

De enige naam onder de hemel: Christus

De leer der verlossing is de grote inhoud van de Schrift. God de Vader heeft in Christus de weg ter zaligheid geopend. In Christus heeft Hij de schuld van de zonde weggenomen. In Christus is de wet volbracht. Dit Evangelie is door de Vader Zelf in deze wereld gezonden: Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. Dit Evangelie is door de profeten aangewezen en in Christus werkelijkheid geworden. Nergens anders is heil en zaligheid te verwachten. De naam van Christus wordt helaas door velen ten onrechte gebruikt. Er is een christendom zonder ware, bevindelijke kennis van de Middelaar. Dit misbruik heft echter het goede gebruik van de naam van Christus niet op. Laten we daarom vrijmoedig Zijn naam en Zijn werk noemen als de bron van heil en zegen voor verloren mensen.

Het noodzakelijke werk van de Heilige Geest

Door het werk van de Heilige Geest krijgen zondaren deel aan Christus en aan Zijn gerechtigheid. Het middel dat de Heere gebruikt is het ware geloof. Het ware geloof is een gave van de Heilige Geest. De Heere schenkt deze gave in de wedergeboorte. Door dit geloof wordt een zondaar in Christus ingelijfd. Geloven is in de Schrift ook een komen, een aannemen van de Heere Jezus Christus tot zaligheid. We lezen daarvan in Johannes 1 vers 12 en 13. De Heere maakt plaats voor Zichzelf en voor het Middelaarswerk van Christus. Het is belangrijk om daar iets van te mogen horen. Helaas laten we vaak na om daar iets over te vertellen. Dat kan door oprechte schroom; dat kan ook een teken zijn van geestelijke armoede.

De zekerheid van het laatste oordeel

Wij leven in een tijd waarin de dood is weggeredeneerd naar de marges van ons bestaan. In de Bijbel is de eeuwigheid op bijna elke bladzij tastbaar aanwezig. Paulus heeft er indringend op gewezen; Want wij allen moeten geopenbaard worden voor de rechterstoel van Christus, opdat een iegelijk wegdrage hetgeen door het lichaam geschiedt, naar dat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.

Zijn wij nog onbekeerd? Dan mag ons hart wel ineen krimpen. De toorn Gods ligt nog op ons. Zijn wij zoekende? Rust niet voordat u Christus hebt gevonden. Hebben we Hem door genade mogen omhelzen? Dan hebt u geen waardigheden in uzelf, dan staat u voortdurend met lege handen.

Hongerigen heelt Hij met goederen vervuld; en rijken heeft Hij ledig weggezonden. Voor tijd en eeuwigheid; in verleden, heden en toekomst. Laten we in deze leer volharden. Daarmee komen Gods kinderen niet beschaamd uit.

Ds. Visscher beantwoordt nog de vele vragen, die hem gesteld worden naar aanleiding van zijn referaat. Hierna sluit ds. W.J. Kareis de morgenvergadering en keren we vol gedachten huiswaarts. Wat hebben we veel gehoord! Dat het ons mag brengen aan de voeten van de Heere, smekend om Zijn genade, Zijn leiding en Zijn wijsheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 maart 2007

Daniel | 32 Pagina's

Volhardende in de leer Presidentesvergadering 2007

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 maart 2007

Daniel | 32 Pagina's