JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Hoe leren  wij onze ellende kennen?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hoe leren wij onze ellende kennen?

6 minuten leestijd

Hoe leren we onze zonde kennen? Gebeurt dat door de wet? Of is het juist door de liefde van Christus? Het is toch zo dat de wet verhardt en dat de liefde verbreekt. Juist als we zien op wat het Jezus gekost heeft, zullen we toch bedroefd worden over onze zonden?

Het gaat hier over een belangrijk punt waarover nog wel eens onduidelijkheid is. Laten we maar beginnen met te luisteren naar ds. A. Vergunst. We lezen mee in een meditatie over 'De tuchtmeester tot Christus' uit de meditatiebundel De Rots der eeuwen (pagina 23-25).

Van Mozes naar Christus

De wet Gods klaagt ons aan. Deze getuigt tegen ons en betuigt dat wij tegen al de geboden van Gods wet zwaar gezondigd hebben. De heerlijkheid Gods wordt er in geopenbaard. Met een soeverein oppergezag komt God tot de mens met het bevel om naar deze wet te leven. De wet is geestelijk. Deze handelt niet alleen over onze uitwendige levenswandel, maar over ons hart en inwendige gedachten. Wanneer wij de geestelijkheid van de wet niet kennen, komen wij tot een grote zelftevredenheid.

De wet is in het werk der genade een middel, waarvan de Heilige Geest gebruik maakt om plaats te bereiden in het hart van Gods kinderen voor de Heere Jezus Christus. Het geloof is (hier) als een geloof der wet, een voor waar en rechtvaardig houden van de getuigenis van de wet en van de zuiverheid van de geboden Gods. In de overtuiging van het hart wordt de mens door de Heilige Geest innerlijk overreed van de wijdheid en uitgestrektheid van het gebod Gods, waardoor hij deze wet en dat gebod over zijn gehele leven ziet komen. Alsdan ook leert hij hoezeer hij van deze geboden Gods afgeweken is en onder het oordeel des Heeren terneerligt. Daaruit ontstaat een innige droefheid omdat men ook de betamelijkheid van gehoorzaamheid voor God belijden wilde. Hoezeer begeerde men naar dat gebod zijn leven in te richten, maar al zijn pogingen zijn daarop uitgekomen, dat men zijn ellendigheid steeds meer gewaar geworden is. Steeds ellendiger, armer, schuldiger en behoeftiger wordt de zondaar in wiens hart de Heilige Geest, als de Geest der uitbranding, de naam van Mozes verklaren gaat. Maar ziet nu. De Zoon Gods kwam niet om de wet te ontbinden maar om die te vervullen. Hij is de Vervuiler van de wet, Die door Zijn dadelijke en lijdelijke gehoorzaamheid een volkomen genoegdoening gegeven heeft aan al de eisen van de wet.

Wanneer Christus gepredikt en

aangeboden wordt, dan wordt Hij gepredikt als Degene Die de wet bevredigde, Gods recht verheerlijkte en de zaligheid in een weg van gerechtigheid voor de verloren zondaar ontsloten heeft. De boodschap van het evangelie is dan juist een boodschap van genade. Daarin wordt niets meer geëist, maar wordt de zaligheid aangeboden aan de totaal verloren zondaar, omdat Christus aan dat heilige en heerlijke recht Gods een volkomen bevrediging geschonken heeft.

Die boodschap zal dierbaar worden voor een volk, dat gezien heeft en gedurig weer moet zien, hoe zij nu nooit ofte nimmer aan dat recht kunnen voldoen. Toch worden ze door genade voor dat recht Gods ingewonnen. Zij krijgen dat recht Gods ook lief. Zij weten van tijden dat zij dat recht toegevallen zijn, en erkend en aanvaard hebben, dat zij niets dan de eeuwige verdoemenis waardig zijn. Maar toen was het tijd om voor hen te verklaren die heerlijke en gezegende boodschap der genade, dat Gods recht bevredigd is, al de eisen van Zijn wet voldaan zijn en dat de zondaar met God verzoend kan worden in die aanbiddelijke heilsweg, die ons het evangelie bekendmaakt.

O, wat is een ziel met blijdschap en verwondering vervuld, wanneer hij daar iets ervaart van vrede door recht.

Nu is er een heilige samenwerking tussen Mozes en Christus. Daaromtrent hebben onze vaderen gezegd dat de wet zo scherp gepredikt moet worden, opdat Gods kind altijd maar weer zijn gebrek leert zien en er alzo plaats voor Christus wordt gemaakt. In het werk der zielsontdekking wordt de wet Gods gebruikt. Waar weinig ontdekking is, daar is ook weinig behoefte aan Christus. Maar hoe meer wij aan ons eigen hart bekend worden, hoe meer de ziel om Christus en Zijn bedekkende gerechtigheid verlegen zal zijn.

De liefde verbreekt

Tot zover gedeelten uit deze meditatie van ds. Vergunst. Zo leert de Heere Zijn kinderen. Zondag 2 van onze catechismus zegt het al: e leren onze ellende kennen uit de wet Gods. Dat lezen we ook in Romeinen 3:20. Zeker is waar dat dit niet een wettische werking is. Wanneer dit onderwijs zaligmakend is, heeft dit plaats door de Heilige Geest. Bij de wedergeboorte wordt iets van de liefde Gods in het hart uitgestort. Door deze liefde wordt het harde hart verbroken en de weerbarstigheid van de zondaar afgebroken. Dat alles is het werk van Christus' Geest, Die om te overtuigen en te ontdekken de heilige wet Gods gebruikt. Zo wordt door Woord en Geest de droefheid naar God over de zonde gewerkt. Zo wordt het harde hart verbrijzeld en er plaatsgemaakt voor de liefde van Christus.

Van nature is er geen plaats voor Hem en heeft de mens geen werk voor Hem. Maar in het verslagen hart komt plaats voor Hem, Die zo grote liefde voor zondaren heeft getoond dat Hij Zich tot een offer heeft overgegeven om een eeuwige verlossing aan te brengen, zelfs voor de grootste der zondaren.

Als er in het leven van Gods kind geloofskennis van de Heere Jezus mag zijn, dan kan er zeker een tijd komen dat er in het bijzonder geloofskennis verkregen mag worden van Zijn lijden. En wanneer dan door het geloof gezien mag worden op wat het dragen van de straf der zonden Christus gekost heeft, dan wordt in het hart van de gelovige de smart over de zonde nog dieper en inniger.

Daar wordt rouw bedreven over Hem als over een eniggeborene, zegt de profeet Zacharia in hoofdstuk 12. Dat is zeker waar, maar dat is wezenlijk iets anders dan wat er gebeurt in het begin van de weg der bekering. Dan wordt werkelijkheid wat we lezen in het bekende gedicht van MacCheyne:

Maar toen Gods Geest mij aan mijzelf had ontdekt, toen werd in mijn ziele de vreze gewekt, toen voelde ik wat eisen Gods heiligheid deed; daar werd al mijn deugd een wegwerpelijk kleed. Toen vluchtte ik tot Jezus. Hij heeft mij gered; Hij heeft mij verlost van het vonnis der wet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 maart 2007

Daniel | 32 Pagina's

Hoe leren  wij onze ellende kennen?

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 maart 2007

Daniel | 32 Pagina's