Terstond
En het ging terstond op (Mattheüs 1 3:5)
Bijbelstudie
Waarom gaat zaad in het steenachtige gedeelte van de akker zo snel op? De Heere Jezus zegt het Zelf: er is geen diepte van aarde. Dit stuk van de akker was wel opengelesd en het zaad, dat er in geworpen was, was wel goed, maar er was geen diepte. Duidelijk staat er dat het geen wortel had (vers 6). Er ontstaat alleen een 'zaadwortel'. In plaats dat deze afsterft en daardoor een krachtige wortel voor de halm vormt, ontspruit de zaadwortel direct in een ontkiemende halm. Als we goed de gelijkenis lezen, is hier de kern dat het terstond omhoog gaat. Het onmisbare werk in de diepte, in het verborgene wordt gemist. In dit begin wordt het fatale einde al besloten. Het begin is verkeerd en daarom kan er niets van terecht komen.
De landman weet dat en de praktijk zal het ook openbaren als na de regentijd de tijd van zon en droogte aanbreekt. Heeft het zaad in de goede aarde haar wortels diep in de grond ingeworteld en kan het zo uit de diepte water op halen om de plant te voeden, het zaad op de steenachtige plaats mist dit. De halm is in verhouding al veel te groot en de deugdelijke wortel wordt gemist, zodat de plant iedere levensvoeding mist. Omdat het de levenswortel mist, begint het terstond te verdorren en spoedig is alles verbrand. Ook hier moet de vraag gesteld worden: Lag het aan het zaad? Lag het aan de zaaier? Niemand kan zich in het antwoord vergissen: de wortel werd gemist.
Ook van dit gedeelte mogen de discipelen de verklaring uit de mond van de Zaligmaker horen. Zo brengt de Heere hen Zelf van het 'voorwerpelijke' van de gelijkenis tot het 'onderwerpelijke'. Gelukkig als je in je jonge leven een innerlijke begeerte mag hebben om zo in de verborgenheden van Gods Woord onderwezen te worden (Psalm 25). Die het weten en zich met de uitwendige roeping van het Woord kunnen helpen, zullen nooit op deze plaats van de discipelen komen. 'Maar wie Hem nederig valt te voet zal van Hem Zijn wegen leren'. Wat ook hier opvalt, is het horen van het Woord. Net als bij degenen die bij de weg gezaaid waren. Het zijn mensen die met het uitwendig horen van het Woord van God bevoorrecht zijn. Ook hier wordt door de Heere Jezus het woordje 'terstond' gebruikt (vergelijk met Markus 4:15). In beide gevallen gebeurt er direct iets. Hier is het terstond een met vreugde aannemen van het gehoorde Woord. Het is echter maar voor een tijd. Want als verdrukking of vervolging komt om des Woords wil, zo wordt het terstond geërgerd. De kanttekening zegt: Deze vreugde ontstaan uit de
kennis van de evangelische leer en aangenaamheid van de beloften daarvan; hoewel hun hart nog steenachtig blijft, dat is, dat de hardigheid van hetzelve door de Heilige Geest nog niet is weggenomen'.
Gold deze toepassing niet van vele van Jezus hoorders? Hoe aangenaam vonden ze Zijn woorden, met wat voor blijdschap volgden ze Hem? Wat hadden ze er voor over? Maar het zou blijken van voorbijgaande aard te zijn. Straks worden ze geërgerd en wandelen vele van hen niet meer met Hem (Johannes 6:66). Wat misten deze mensen? Wat missen ook veel mensen in onze tijd? Het vernieuwende werk van de Heilige Geest. Het Woord en de prediking ervan brengen wel grote veranderingen maar ze zijn zonder vernieuwing, zonder wedergeboorte, zonder een begin uit God (Dordtse Leerregels 3/4, 12). Zulke mensen weten niet en willen niet weten van het stuk van de ellende. Met de belijdenis zondaar te zijn, gaan ze terstond op in de blijdschap van het Evangelie. Ze noemen dat een evangelische bekering. Nooit werden ze echter een verloren zondaar voor God. De verborgen omgangen met de Heere begeren ze niet. De Heere zegt echter dat hun geloof slechts voor een tijdje bestaat. Zodra er werkelijk iets tegenop komt, blijkt het waardeloos te zijn. Hun geloof was slechts uitwendig. Zal het meevallen om met dit geloof voor God te moeten verschijnen? Durf je het hiermee voor de eeuwigheid te wagen? Vraag veel aan de Heere om eerlijk makende genade en om dat werk dat uit de wortel van het wederbarende werk van Gods Geest opkomt. Dat alleen zal in alle verdrukking en beproeving houdbaar blijken te zijn.
Vragen
1. Probeer het geestelijk verschil eens aan te geven tussen het zaad op de steenachtige en op de goede aarde.
2. Bewijs uit deze gelijkenis dat de orde van de Heidelberger Catechismus - ellende-verlossing-dankbaarheid - naar Gods Woord is.
3. Paulus spreekt over het sterven en leven met Christus (Romeinen 6:2-7:9; 2 Timotheüs 2:11). Hoe vind je dat ook in deze gelijkenis terug?
4. Wat wil het zeggen dat er in de droefheid over de zonde toch blijdschap ligt?
5. Het zaad op de weg en op de steenachtige plaats moet ons beide aangrijpen. Welke van deze twee is echter gevaarlijker voor kerkmensen?
6. Welke weg wijst de Bijbel als het gaat over het werk van de Heilige Geest? Vergelijk Lukas 11:13.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 februari 2007
Daniel | 32 Pagina's