JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

"Preek alsof je tegen je vrouw praat"

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

"Preek alsof je tegen je vrouw praat"

9 minuten leestijd

Het evangelie heeft altijd een publieke gestalte. Dat is voor ds. W. Visscher de motivering zijn stem te laten horen over dingen die spelen in de samenleving. Ook buiten de gereformeerde gezindte. De taal in de samenleving lijkt echter wel heel anders te zijn dan de taal die in de kerk gebruikt wordt. De taal van de Statenvertaling en van de geloofsleer staat ver van de hedendaagse taal vandaan. Ook de mensen in de kerk ademen de taal van de eenentwintigste eeuw. Hoe gaat ds. Visscher daarmee om?

Ds. W. Visscher: Prediking moet dicht bij het Woord blijven

"Het taalgebruik in de omgeving waar we in ademen kun je niet uitsluiten. Ds. Kersten heeft dat al gezegd toen velen naar Amerika emigreerden: 'Je moet in het Engels gaan preken, je kunt niet in het Nederlands blijven praten en preken.' Zo leven wij in de eenentwintigste eeuw. De invloed van de omgeving waar we in leven is best groot. Je moet nu op de preekstoel bijvoorbeeld niet zeggen: 'de ganse aarde'. Je zegt: 'de gehele aarde'. Bij 'gans' denkt mijn jongste zoon aan vogels. Het woordje "schoon" is een ander voorbeeld. Mijn kinderen denken dan aan schoonmaken; het betekent echter iets anders. Met dergelijke woorden moet je voorzichtig zijn. Het kan, zeker door jongeren en kinderen, verkeerd begrepen worden. Soms trouwens ook door ouderen."

Bijbelse uitdrukkingen

Ds. Visscher onderscheidt drie soorten uitdrukkingen in de kerk die op problemen stuiten, zowel bij jongeren als bij ouderen: bijbelse uitdrukkingen, uitdrukkingen uit de geloofsleer, en bevindelijke uitdrukkingen.

"Een bijbelse uitdrukking is bijvoorbeeld 'de gerechtigheid Gods', Romeinen 1:16 en 17. Als je vraagt wat dat betekent, komt de gemiddelde catechisant daar niet direct uit. Voluit bijbelse woorden worden door een heleboel mensen als vreemd ervaren. Maar die woorden moet je blijven gebruiken en moet je uitleggen. Dat is wezenlijk en onopgeefbaar. Jezus Christus is gegeven tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking en een volkomen verlossing. Die woorden moet je echt inhoud geven, anders blijven het alleen woorden."

Bent u ook op zoek naar nieuwe en eigentijdse voorbeelden om de boodschap over te brengen?

"Ja, want het is je roeping om het Woord zo dicht mogelijk bij de mensen te brengen. Afgelopen zondag heb ik gepreekt over Johannes 3:21. Maar die de waarheid doet komt tot het licht opdat de werken die hij gedaan heeft in God gedaan zijn. De Heere Jezus vergelijkt hier de mensen eigenlijk met nachtdieren. Zo ben ik ook de

preek begonnen: 'We zijn van nature nachtdieren. Uilen, vossen, ratten en muizen. Die doen 's nachts hun werk. En als het licht wordt, zijn ze weg. En de Heere Jezus zegt: 'Het licht kwam in de wereld en de mensen zijn weg. Ze haten het licht omdat hun werken boos zijn.' Dan merk je ook bij je kinderen dat zo'n beeld opgepikt wordt.Dat zijn beelden die in de tekst liggen, en die mag je gebruiken. Zo probeer je de boodschap heel dicht bij de mensen te krijgen.

Ik gebruik ook eigentijdse beelden. Het geweten zou je bijvoorbeeld kunnen vergelijken met een 'harde schijf' waar oneindig veel informatie op kan. Voor gezinnen zijn beelden uit de opvoeding heel belangrijk. Jonge mensen moet je niet aanspreken met beelden uit de zeventiende eeuw. Het beeld van de nachtdieren heb ik dan ook concreet gemaakt, ook naar de jongelui toe: Als je nu eens achter je computer zit en de Heere Jezus achter je staat, zou je dat fijn vinden? Kan Hij dan met je meekijken? Of heb je dan liever dat het Licht maar weg gaat, omdat je dingen doet die niet mogen? "

IZeel jongeren, maar ook ouderen, gebruiken andere taal dan ze in de kerk horen. Ook andere vertalingen worden gebruikt naast de Statenvertaling. Wat is de invloed daarvan?

"De invloed van deze ontwikkelingen is best groot. Tussen de wereld van jongeren en ouderen en de Statenbijbel zit een 'verstaanskloof'. Wij hebben nu net aan tafel Ezechiël 1 gelezen. De inhoud van het hoofdstuk is al heel moeilijk, maar ook de taal maakt het best wat ontoegankelijk. Dan heb je als ouders de plicht om wat er staat uit te leggen.

Er zijn dus twee elementen: de woorden en de boodschap. Ik denk wel dat je die uitleg in het gezin moet geven en dat je met andere vertalingen nog niet zoveel oplost. Dat is denk ik wel een manco in de gezinnen: er weinig over de Bijbel gesproken. Vaak wordt er aan tafel een stukje gelezen, maar er wordt niet over gesproken. De kinderen moeten echter vertrouwd worden met de boodschap en de taal van de Bijbel, ze moeten geleidelijk ingroeien in het taalkoloriet van de Statenbijbel. Dat vergt godsdienstige opvoeding door de ouders. Als er woorden worden gelezen die niet begrijpelijk zijn, dan moet je even vragen: wat betekent dat? Het woord verzenen bijvoorbeeld."

Maar met andere vertalingen wordt de taalkloof toch wel minder?

"Dat is de verwachting, maar of dat zo is, dat is nog de vraag. Maar ik erken ook wel dat er een kloof is tussen wat we aan woordenschat in de Statenbijbel hebben en wat wij nu gebruiken. Daar zit een spanning tussen."

Geloofsleer

"Het tweede niveau is de geloofsleer. Een groot aantal woorden ligt vast in onze belijdenisgeschriften, in de liturgische formulieren, in de psalmberijming en staat soms ook in onze Bijbel. Bijvoorbeeld: de lijdelijke en dadelijke gehoorzaamheid van Christus. Dat is een uitdrukking uit de geloofsleer. Een andere confessionele uitdrukking is het aanbieden van Christus. Dat staat in de Dordtse Leerregels, hoofdstuk 3 en 4 paragraaf 9. Zo zijn er een heleboel uitdrukkingen die mensen moeilijk vinden, maar die je niet moet kwijtraken. 'De aanbieding van Christus in het evangelie.' Die uitdrukkingen moet je blijven gebruiken, op een gepaste manier. Gebruiken, maar wel uitleggen. Wat ik ook bij deze groep woorden reken, zijn woorden als: de 'staat' van het ongeloof en de 'standen' in het geloofsleven. Die terminologie gebruik ik ook af en toe wel in een preek, maar dan leg ik het wel altijd uit. Dat zijn woorden die je ook bij de oudvaders tegenkomt."

Zijn er geen andere uitdrukkingen te vinden die hetzelfde zeggen en die we direct begrijpen?

"Ja. dat doe ik ook. De ene keer gebruik ik 'staat' en 'stand' van het geloof. En een andere keer gebruik ik 'de gave van het geloof' en 'de beoefening van het geloof' of 'het functioneren van het geloof'. Dat is in feite een terminologie die ik veel meer gebruik. Je hebt in de benadering van de gemeente een hele reeks woorden om dezelfde zaken ook anders te zeggen."

Dan vind ik 'functioneren van het geloof' aansprekender dan 'het beoefenen van het geloof'. 'Beoefenen' is haast een gemeenplaats geworden, terwijl 'functioneren' me direct aan het denken zet.

"Functioneren gebruik ik regelmatig. Het geloof is er wel, maar het functioneert alleen niet. Het oog zit er wel, maar het zit dicht, het werkt niet. Die vergelijking met het oog is een beeld van Comrie. Het oog ziet niets als het dicht zit en als het donker is. Het moet open gaan en het licht moet schijnen."

Bevindelijk taalgebruik

"Tenslotte krijg je nog een derde categorie woorden. Dat zou je het bevindelijk taalgebruik kunnen noemen. Dat is deels gestempeld door de Statenvertaling, maar deels ook door de traditie. 'In de dadelijkheid mocht ik geloven dat' of 'in de vierschaar der consciëntie'. Heel af en toe gebruik ik dergelijke uitdrukkingen wel eens, maar dan voeg ik onmiddellijk een paar zinnen er aan toe om uit te leggen wat het betekent.

In deze derde groep zitten ook woorden die de mensen die ze spreken ook niet begrijpen. Ik vraag dan wel eens: wat bedoelt u met die uitdrukking? En dan is het vaak meer een gevoel dat men zulke woorden gebruikt dan dat het ergens op gefundeerd is. Bijvoorbeeld: 'de gehengen van Zijn lankmoedigheid'. Ik heb het ook wel eens gebruikt en toen dacht ik: wat betekent het eigenlijk? Dan moet je naar de Van Dale toe om op te zoeken wat het betekent."

En wat betekent het?

"Het is nog een foute uitdrukking ook. Het moet zijn 'het gehengde'." Ds. Visscher pakt de Van Dale uit de kast: 'Alleen in hogere bijbelse of dichterlijke stijl: gedogen, dulden; iets moeten gehengen.' Je herhaalt eigenlijk het woord 'lankmoedigheid'. Het gedogen, het dulden in Gods lankmoedigheid.

Dat is wel leerzaam als je opgroeiende kinderen hebt. Die zeggen thuis: wat betekent dat? En als je het zelf dan eigenlijk ook niet goed en duidelijk weet dan kun je dergelijke woorden maar beter niet meer gebruiken."

"De taal moet iets uitstralen van de heilighe van het Woord en de heiligheid van God"

Is dat het criterium?

"Het criterium is: je moet de bijbelse boodschap van zonde en genade in verstaanbare taal bij het hart van de hoorders brengen. Daar mag je de taal van de Bijbel voor gebruiken en de taal van de geloofsleer. Maar als je dan taal gaat gebruiken waardoor die boodschap geblokkeerd wordt, dan ben je niet goed bezig. Dan moet je die taal niet gebruiken. Sommigen vinden die bevindelijke groepstaal essentieel, maar die mening deel ik niet.

Wel moet de taal geheiligd zijn, het moet wel zuiver zijn. Je moet ook niet de populaire of gewild grappige kant op gaan. Nee, de taal moet iets uitstralen van de heiligheid van het Woord en de heiligheid van God en de ernst van de zaak: we zijn op weg naar Gods rechterstoel en er is slechts eeuwige redding door Christus en het ware geloof. De gemeente mag en moet merken dat een predikant daar bewogen en ernstig mee bezig is. Dat hij worstelt met het lot van zijn hoorders. En dan is plat en populair taalgebruik mijns inziens contrabande. Het taalgebruik mag best een tikkeltje anders zijn dan het gewone dagelijkse leven. Alhoewel, wijlen ds. Van Haaren zei altijd: 'Je hoeft geen preektrant te hebben, doe maar net alsof je met je vrouw praat.' Niet ordinair, maar een rustig gesprek. En houd het zo eenvoudig en zuiver mogelijk. Geen simplisme, maar gewoon zuiver taalgebruik en eenvoudige woorden. Niet te veel bombast erbij halen. Waarbij je best af en toe wat moeilijker begrippen mag laten vallen. Daar heb je ook catechese voor, om nog wat uit te leggen. En je moet wat overlaten voor de ouders in de gezinnen, ze wat meegeven waar ze thuis over kunnen praten.

Niemand is oorspronkelijk. Je moet ook oppassen dat je iedere preek allemaal nieuwe dingen, interessante dingen, alliteraties en dergelijke wilt bedenken. Daar vraagt de gemeente ook helemaal niet om. Het meest vruchtbaar is: houd je aan de tekst, leg die uit en pas die toe. Stapje voor stapje."

Elco van Burg en Linco Nieuwenhuyzen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 februari 2007

Daniel | 32 Pagina's

"Preek alsof je tegen je vrouw praat"

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 februari 2007

Daniel | 32 Pagina's