Het uitspreken van de zegen
Wat is de functie van de zegenbede aan het begin en het einde van de dienst? Loop je deze zegen mis als je naar de kerktelefoon luistert?
Het lijkt mij wel een goede gedachte vanuit deze vraag dit keer wat uitvoeriger stil te staan bij enkele zaken die de liturgie van onze kerkdiensten betreffen. Het is niet zo dat het verloop van een eredienst maar een bijkomstigheid is. We mogen gerust zeggen dat onze liturgie van rijke betekenis is. Verschillende elementen in onze liturgie hebben ook een oude oorsprong, al vanaf de Reformatie. De predikant begint met het uitspreken van het votum. "Onze hulp is in de Naam " Dit votum is ontleend aan enkele teksten uit de psalmen, te weten Psalm 124:8, het slot van Psalm 146:6 en het slot van Psalm 138:8.
Vervolgens spreekt de predikant de zegen uit. Dit noemen wij de zegengroet. Deze zegengroet aan het begin van de dienst moeten we wel onderscheiden van de zegen die aan het eind van de dienst wordt uitgesproken. Deze zegengroet aan het begin van de dienst wordt ontleend aan de groet waarmee de apostelen hun brieven beginnen. Wat we lezen in 1 Timotheüs 1:2b is uitgangspunt voor de zegengroet die gewoonlijk aan het begin van de ochtenddienst wordt uitgesproken. De woorden van de zegengroet die veelal aan het begin van de middag-of avonddienst wordt gebruikt, vinden we in de verzen 4 en 5 van Openbaring 1. Dat is een gedeelte uit de begroeting van de apostel Johannes aan de zeven gemeenten van Klein Azië. Aan die gemeenten moest hij in opdracht van de Heere Jezus de brieven schrijven die we in Openbaring 2 en 3 aantreffen.
Parallel
De zegen die aan het eind van de dienst wordt uitgesproken, kunnen we (ook) letterlijk in de Bijbel terugvinden. Gewoonlijk wordt aan het eind van de ochtenddienst de zegen gebruikt die we lezen in 2 Korinthe 13:13. Aan het eind van de middag-of avonddienst wordt veelal de oudtestamentische zegen uitgesproken. Deze staat aan het eind van Numeri 6. Uit dat gedeelte van Numeri 6 leren we trouwens meteen nog enkele belangrijke dingen in dit verband. Aaron en zijn zonen moesten deze zegen uitspreken. Het was ook zo dat alleen de priesters dat maar mochten doen. Anderen, zoals de gewone Levieten, mochten dat niet. Dit gebeurde gewoonlijk bij de tabernakel en later bij de tempel. Later werden er op verschillende plaatsen synagogen gesticht waar Joodse erediensten werden gehouden. Die erediensten waren natuurlijk wat beperkt, want in de synagogen werden immers geen offers gebracht. Wanneer nu een dienst in een synagoge door een priester geleid werd, sprak hij aan het eind de zegen uit. Was er geen priester aanwezig, dan werd deze Aaronitische zegen niet uitgesproken. Hierin zien we een duidelijke parallel met onze erediensten. Wanneer een predikant voorgaat, wordt de zegen uitgesproken. Is er geen predikant,
maar wordt de dienst geleid door een ouderling of een student, dan wordt de zegen niet uitgesproken.
Rijke betekenis
Uit Numeri 6 kunnen we nog iets belangrijks leren. Het is opdracht
k aan het eind de zegen uit. van de Heere dat de priesters zo de zegen zullen uitspreken. Wat dat betekent, zegt de Heere Zelf tegen Mozes. We lezen dat in vers 23. Alzo zult gijlieden de kinderen Israëls zegenen. De priesters zegenen dus het volk in opdracht van de Heere. Wat dat precies betekent, daarover zegt de kanttekening bij deze tekst: "Dat is, als priesters en dienaren Gods in de algemene bijeenkomst alle goed, welvaren en zaligheid aan de gemeente van God toewensen". Dat gebeurt dus in opdracht van de Heere door degenen die daar van Zijnentwege wettig toe geroepen en aangesteld zijn. Bij ons wordt dat gedaan door de wettig geroepen en aangestelde dienaren des Woords. Het laatste vers voegt daar nog iets heel belangrijks aan toe. Alzo zullen zij Mijn Naam op de kinderen Israëls leggen; en Ik zal hen zegenen. Op die manier wordt dus de Naam van de Heere op het volk gelegd en belooft de Heere het volk te zegenen. Dat is een rijke gedachte en een grote zaak. Als je nauwkeurig op de inhoud van deze Aaronitische zegen let, wordt dat wel duidelijk. Wat wil de Heere daarin Zijn trouwe zorg, genade en hoede betonen.
Niet wegblijven
Je kunt de vraag stellen of alle Israëlieten dan altijd zo rijk gezegend werden. Die vraag is begrijpelijk. We moeten altijd goed bedenken dat het deel krijgen aan het heil des Heeren alleen echt gebeurt in de weg van toepassing door de Heilige Geest. Anders gezegd: in de weg van het ware geloof. Alleen door het geloof wordt ontvangen wat de Heere belooft. Daarom is het ware geloof ons altijd nodig om er deel aan te krijgen. Dat geldt voor de sacramenten en de beloften waarvan we mogen horen. Dat geldt ook van de zegeningen die uitgesproken worden. En het ware geloof zoekt er deel aan te krijgen in de weg van de genademiddelen die de Heere gegeven heeft. Duidelijke voorbeelden daarvan zijn Simeon en Anna. Zij zochten de zegen des Heeren in Zijn huis in de weg van Zijn inzettingen. En zij hebben die daar ook op rijke mate mogen ontvangen.
Als iemand nu naar de kerktelefoon luistert, kan hij deze zegen dan ook ontvangen? Het is in de eerste plaats heel belangrijk dat we om de zegen van de Heere verlegen zullen zijn. Laat dat echt zo mogen zijn. Zijn zegen hebben we nodig voor het leven van elke dag; Zijn bewaring is steeds onmisbaar, enzovoort. En bovenal hebben we Zijn geestelijke zegeningen zo onmisbaar nodig. De zegen van de Heilige Geest Die in de waarheid leidt. De Heilige Geest is het ook Die het ware geloof werken kan en Die ook dat geloof bij Gods kinderen werkzaam maakt. Laten we toch echt mogen beseffen dat we de zegen van de Heere in alle opzichten zo nodig hebben. Dan zullen we zeker niet gemakkelijk uit de kerk wegblijven. Ook door de weeks niet. Want juist daar wil de Heere werken en Zijn zegen schenken.
Als iemand nu wettig verhinderd is en door de kerktelefoon meeluistert? Lang niet alle Israëlieten waren in staat om vaak, zeg wekelijks, naar de tempel te komen. Daar waren de afstanden veel te groot voor. Ook de ware gelovigen onder hen konden dat niet doen. Zouden zij daarom zonder de zegen des Heeren geweest zijn? Dat denk ik niet. Als de priester het volk zegende, dan waren de tempelgangers daar getuigen van. En door het ware geloof ontvingen de oprechten in Israël de zegen. Zowel degenen die naar de tempel konden als die dat niet konden. De priester legde immers de zegen op het volk. Namens de Heere.
Laat het zo mogen zijn dat we echt behoefte hebben aan die zegen. Dan zullen we als we maar enigszins kunnen er ook bij willen zijn als deze op de gemeente gelegd wordt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 februari 2007
Daniel | 32 Pagina's