JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Moed omdat God goed is

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Moed omdat God goed is

"ledereen heeft wel zijn perioden dat hij wat 'depri' is"

8 minuten leestijd

Aan het begin van een nieuw jaar worden er veel wensen uitgesproken voor het toekomende jaar. Tegelijk is de jaarwisseling een moment waarop iedereen bewust of onbewust zich een voorstelling maakt van de toekomst. De één is hoopvol gestemd. De ander juist helemaal niet. Kun je eigenlijk de toekomst wel met vertrouwen tegemoet zien? Er is zoveel gaande in ons land en in de wereld dat eerder terneer drukt, moedeloos maakt dan dat het je vertrouwen, moed geeft. En misschien hebben we zelf ook wel zorgen in ons leven die ons tegen het komende jaar op doen zien. Kun je, zonder in een schijnwereld terecht te komen, het nieuwe jaar wel vol goede moed ingaan?

"ledereen heeft wel zijn perioden dat hij wat 'depri' is"

Vol goede moed, dat is een wankel bezit als we dat vanuit onszelf moeten opbrengen. We mogen, zonder te ontkennen dat we in een tijd leven waarin veel gaande is, elkaar toch moed geven vanuit de wetenschap dat de Heere boven alles staat. Hij regeert.

Vroeger werden voor het jaar waarin we leven vaak twee letters gezet: AD 2007. Die letters zijn een afkorting van de Latijnse woorden Anno Domini'. Dit wordt in onze taal vertaald met: 'Het jaar onzes Heeren'. Een oude uitdrukking die je helaas niet zoveel meer hoort.

Deze afkorting is een belijdenis dat de Heere de geschiedenis schrijft en in Zijn hand houdt. Dit geldt voor de wereldgeschiedenis. Dit geldt ook voor onze persoonlijke levensgeschiedenis.

Het ene jaar gaat en het andere komt. De wereld en ook ons leven is aan verandering onderhevig, maar ook 2007 is het jaar onzes Heeren.

God blijft Dezelfde en Hij verandert niet. Wat geeft het een troost als we dit mogen en kunnen geloven. Deze troost betekent niet dat we dan geen vragen meer hebben of dat er geen raadsels meer zijn over hoe de Heere alles regeert, bestuurt.

Trouw»

Als we geloven dat God regeert, dan worden we niet afhankelijk van de waan van de dag. Die waan van de dag kan ons het ene moment heel optimistisch maken en het volgende moment heel pessimistisch. Dan zijn we de ene dag vol goede moed en de volgende dag overgeleverd aan de moedeloosheid, ledereen heeft wel zijn perioden dat hij wat 'depri' is, het niet meer ziet zitten. Het is menselijk dat we onze schommelingen hebben in onze stemmingen, in hoe we ons leven en de wereld om ons heen beleven, leder mens moet immers zijn weg vinden in zijn of haar leven in mooie en fijne momenten die zich voordoen, maar ook in tijden van zorg, verdriet. Vooral als zich tegenslagen voordoen of het leven anders gaat dan we hadden gedacht of verwacht, dan kan dat zoveel vragen oproepen en alle moed ontnemen. Wat kunnen de zorgen ons dan in een klem zetten, waar we niet uitkomen.

Gelukkig als we dan mogen leren wat de wijsheid van Spreuken betekent die zegt dat er 's avonds geween is en 's morgens gejuich. De Spreukendichter had in het leven geleerd dat een nacht van rust heel veel dingen in een ander licht zet. Wat kunnen de dingen 's morgens

anders voelen dan 's avonds zonder dat in omstandigheden iets is veranderd!

Onze tijd jaagt ons allemaal geweldig op en ontneemt ons de rust om af en toe wat afstand te nemen. Gejaagdheid, onrust hebben als metgezellen dat we gauw uit ons evenwicht raken als de dingen anders gaan dan we wilden, dachten of hoopten en daardoor moedeloos worden. Ik geloof dat we elkaar ertegen moeten wapenen om ons niet door allerlei dingen te laten meeslepen in een levensinstelling waarin we alleen nog maar de schaduwzijden van het leven zien. In Klaagliederen 3:22 en 23 lezen we: et zijn de goedertierenheden des HEEREN, dat we niet vernield zijn, dat Zijn barmhartigheden geen einde hebben. Zij zijn allen morgen nieuw. Uw trouw is groot. Nodig is dat de Heere ons voortdurend opmerkzaam maakt op alles wat we nog hebben.

We vergeten zo gauw al Zijn goedertierenheden. En als we er oog voor mogen hebben, dan kan het moed geven dat de Heere alles bestuurt. Dan krijgen we moed, niet omdat alles goed gaat, niet omdat we geen vragen hebben, maar wel omdat God goed is, dwars door alles heen. Er komt dan rust en moed in het besef dat we leven in het jaar onzes Heeren 2007.

Sleur

Als dat besef bij ons er is, dan leven we ons leven niet voor onszelf maar ervaren we het als een geschenk van de Heere. Dan wordt ons leven een opdracht, een roeping. Wat geeft het moed als we werkelijk mogen leven in het besef dat ook 2007 het jaar onzes Heeren is.

De mens die niet met God en zijn Woord wil rekenen, gaat een andere weg. Hij zoekt compensatie voor alle frustraties in het leven. Hij wil de dag plukken en niet teveel over alles nadenken. Hij probeert uit het leven alles te halen wat erin zit. Hij put de moed in zijn leven uit het maken van lol en plezier. Hoevelen drinken zich niet letterlijk via de alcohol wat moed in? Het dagelijkse leven is een sleur, maar het weekend moet de moed geven om de week weer te kunnen doorkomen. Hoe het toegaat in de wereld, dat raakt zo'n persoon niet echt. Als hij maar zijn deel krijgt.

Het is een voorrecht als we een levensinstelling mogen aanleren waarin we in het besef dat de Heere boven alles staat, ons leven in de hand van de Heere mogen weten.

Dan worden we nuchter, maar niet apathisch. Dan vluchten we niet weg uit de werkelijkheid omdat we die niet aankunnen. Nee, dan komen we als we onze werkelijkheid onder ogen zien ermee bij de Heere terecht.

Om vol goede moed de toekomst tegemoet te zien, is vooral nodig dat we mogen leren wat het betekent voor ons persoonlijk om de Heere te mogen kennen en dienen.

Echt vol goede moed kunnen we nooit zijn als we in ons leven het alleen van dit leven en van wat de wereld ons te bieden heeft verwachten.

God schrijft de geschiedenis en die geschiedenis is een lijn die voert naar het einde van deze wereld. En dan zal de Heere Jezus wederkomen op de wolken om te oordelen de levenden en de doden. Wie zich niet om de Heere bekommert en niet wil buigen voor Zijn Woord, kan in het licht van de eeuwigheid nooit vol goede moed zijn.

Zeer goede moed

Ons leven moet gestempeld zijn doordat we nadenken over onze eeuwige bestemming.

Hoe zal het dan met mij, jou zijn? Heb ik dan goede moed? Heb ik geloof?

Mag ik weten dat God mijn hart heeft vernieuwd? Mag ik weten dat de Heere Mijn Leidsman is geworden voor tijd en eeuwigheid? Dan heb ik in mijzelf geen moed, van mezelf geen verwachting. Wel heb ik dan moed en verwachting gekregen van de Heere.

Jozua en Paulus zijn voor ons vanuit de Bijbel twee lichtende voorbeelden, die in de moeilijkste omstandigheden vol goede moed mochten zijn. De Heere gaf ze die moed. De weg was voor hen niet gemakkelijk. Jozua moest het volk in Kanaan brengen en alle vijanden eruit verdrijven. Toen hij op de grens van Kanaan stond en een onmogelijke opdracht moest vervullen, verscheen hem de Heere in de vlakte van Jericho, in de eenzaamheid. Wat heeft de Heere hem toen krachtig bemoedigd.

We lezen in Jozua 1: Zijt sterk en heb goede moed, want gij zult dit volk het land erfelijk doen bezitten, dat Ik hun vaderen heb gezworen hun te geven. Alleenlijk wees sterk en heb zeer goede moed, dat gij waarneemt te doen naar de ganse wet, welke Mozes, Mijn knecht, u geboden heeft; wijk daarvan niet ter rechter-noch ter linkerhand, opdat gij verstandiglijk handelt alom waar gij zult gaan (vers 6 en 7).

Ook in het leven van Paulus heeft de Heere hem op heel moeilijke momenten moed ingesproken. De eerste keer was in Korinthe, toen hij veel weerstand ondervond. We lezen in Handelingen 18: n de Heere zeide tot Paulus door een gezicht in den nacht: ijt niet bevreesd, maar spreek, en zwijg niet; want Ik ben met u, en niemand zal de hand aan u leggen om u kwaad te doen; want Ik heb veel volks in deze stad (vers 9 en 10). Later als hij gevangen genomen is, verschijnt de Heere hem in de gevangenis. In Handelingen 23:11 lezen we hierover: n de volgende nacht stond de Heere bij hem, en zeide: eb goede moet, Paulus; want gelijk gij te Jeruzalem van Mij betuigd hebt, alzo moet gij ook te Rome getuigen.

Wat zowel bij Jozua als bij Paulus opvalt, is dat beiden mochten weten in de weg van de Heere te zijn. Voor beiden gold dat de voortgang van Gods werk hen boven alles ging. Ze leefden een leven verbonden aan Gods Woord en ze kenden de genade dat de Heere hun was geworden het allerhoogst en eeuwig goed.

Ze hadden goede moed omdat ze niet meer voor zichzelf maar voor de zaak van de Heere mochten arbeiden. Zo moet het ook in ons leven zijn. De naam en de zaak van de Heere moet de hoogste plaats krijgen, dan zal de Heere ons ook goede moed geven in dit leven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 januari 2007

Daniel | 32 Pagina's

Moed omdat God goed is

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 januari 2007

Daniel | 32 Pagina's