Op zijn post in een veranderende tijd
Geschriften van Alexander Comrie zijn nog altijd actueel
Aandachtig zat hij in de kerk te luisteren. Alexander Comrie ging er graag heen. In zijn jonge leven had de Heere een honger naar het Woord gelegd. Vooral de catechismuspreken trokken Alexanders hart. Hij voelde aan dat in deze preken het hart van Gods Woord klopte. Door genade klopte Comries hart mee. In die bevindelijke prediking van Gods Woord vond de jongeman voedsel voor zijn ziel. Later zou hij als predikant dit geestelijke voedsel gaan uitdelen aan zijn gemeente Woubrugge. En als het nodig was verdedigde hij de geloofsleer met alle kracht die in hem was!
Over enkele dagen zal het 300 jaar geleden zijn dat Comrie in de Schotse stad Perth werd geboren. Niemand had op dat moment kunnen vermoeden dat deze baby eenmaal van zo grote betekenis zou zijn voor de kerk in... Nederland. Nog veel minder dat hij eeuwen later een stempel zou zetten op de prediking van onze Gereformeerde Gemeenten.
Dwalingen
Graag hoorde Comrie de catechismuspreken. Daarin werden ook dwalingen weerlegd. In Comries jeugdjaren waren de getrouwe predikanten vooral op hun hoede voor de leer van Richard Baxter. Deze predikant had groot gezag in zijn dagen. Veel goede dingen heeft hij bijvoorbeeld geschreven over het ambt van predikant. Maar in zijn leer dwaalde hij. Baxter was bang voor lijdelijkheid. Dat is goed. Daartegenover legde hij veel nadruk op de verantwoordelijkheid van de mens tegenover het Evangelie. Eerst eiste de wet gehoorzaamheid, nu vraagt God in het Evangelie alleen maar geloof, zo leerde Baxter. Geloof toch het Evangelie, zo klonk de boodschap van vele dominees in Comries jeugd.
Dat gebeurt ook in onze dagen, is het niet? Velen willen weinig van de wet en de kennis van de ellende horen. Je moet gewoon het Evangelie geloven en de Heere Jezus aannemen, zo klinkt het vanuit de evangelische beweging. Onze doodstaat wordt dan overgeslagen en zo wordt het ruime Evangelie - dat ook ruim is! - misvormd tot bedrog.
Eigenlijk zocht Baxter een tussenweg tussen de leer van de Dordtse Synode en de remonstranten, vertaald naar onze tijd dus een middenweg tussen reformatorisch en evangelisch. Maar daar hoorde Comrie als jongen tegen waarschuwen! In zijn latere leven herinnerde Comrie zich die waarschuwingen uit zijn jeugd nog goed. Daardoor was hij extra op zijn hoede en ging hij steeds meer de zuivere leer waarderen. Onthoud deze les van Comrie maar als je dominee in de preek, of de ouderling op catechisatie waarschuwt tegen dwalingen in onze tijd.
Onvergetelijk
Jong was Comrie toen hij in Nederland kwam, als kantoorhulp van een Rotterdamse koopman. De Heere had echter iets anders met hem voor en baande de weg om theologie te gaan sturen in Groningen. Daar heeft Comrie veel geleerd én een onvergetelijke ervaring opgedaan. Op een dag bezocht student Comrie zijn leermeester professor Driessen. Deze hoogleraar stond pal voor de gereformeerde leer. Maar hij moest ook leren dat kennis in het hoofd niet genoeg is voor de eeuwigheid. \A/e kunnen ons hele leven de zuivere leer verdedigen en toch verloren gaan! Toen Alexander Comrie zijn leermeester bezocht, verkeerde deze in grote zielenangsten. In grote benauwdheid - Comrie zag het voor zijn ogen! - kroop hij over de grond en riep:0 God, is er nog een weg van ontkoming, maak hem mij bekend!
"Bemoedigend, want ook het zwakke en bestreden geloor wordt , • . door God onderhouden" • ivmuoi
Als predikant heeft Comrie slechts één gemeente gediend: Woubrugge. Van 1 735 tot zijn emeritaat in 1 773 diende hij als herder en leraar in dit kleine dorpje. In die 38 jaren kreeg Comrie zeven beroepen. De eerste kwam wel heel snel; nauwelijks een half jaar stond Comrie in Woubrugge of er kwam een beroep uit Kralingen, de plaats waar later Van de Groe dominee z ° u n Een beroep wo °g Comrie zwaar, namelijk dat van Den Bommel inhetjaar ms.Diepm zijn hart had hij het beroep al aangenomen. Enkele gemeenteleden voor wie hij veel achting had, kwamen dit te weten. Maar zij konden hun dominee niet loslaten, al stond hij al dertien jaar in Woubrugge. Ze begeerden hem nog vele jaren in hun midden te hebben. Comrie bezweek onder deze aandrang en bedankte voor het beroep. Als een blijk van liefde gaf hij een prekenbundel uit die hij aan Woubrugge opdroeg.
Als sneeuw
Er was nog een reden om deze prekenbundel uit te geven. Dat was de "nare en ellendige toestand van Gods kerk, " zo lezen we in Comries voorwoord. De leer van de Reformatie begint als sneeuw tussen de vingers weg te smelten, zo moest Comrie vaststellen. Wat was er aan de hand?
De achttiende eeuw wordt wel de eeuw van de Verlichting genoemd. Het verstand begon te heersen over Gods Woord. Vele wonderen uit de Bijbel werden ontkend. Binnen de kerk in Nederland werden deze radicale geluiden niet gehoord. Maar wel veranderde het geestelijke klimaat. De prediking van zonde en genade verflauwde. Zo weinig werd meer gehoord dat we van nature dood liggen door de misdaden en de zonden, dat er een wonder Gods is ons leven nodig is. De nadruk werd steeds meer gelegd op een deugdzaam leven. Zo langzamerhand dachten de meeste kerkgangers dat ze er wel bij hoorden. Ze leefden mee, ze geloofden, ze gingen aan het Avondmaal en zo, dachten ze, gingen ze op de hemel aan. Weinig werd er meer gepreekt over de ontdekking van zonde en schuld, de worsteling om genade, het buigen onder Gods straf als de weg waarin de Heere Jezus waarde krijgt.
Getrouwe predikanten voelden zich juist geroepen te waarschuwen tegen het schijngeloof. In een van zijn preken roept Comrie het als het ware verbijsterd uit: 'Wij beleven wonderlijke tijden; de mensen komen tot de grootste zaken van het christendom zo gauw, met zo weinig strijd en worsteling, dat ik moet zeggen: hoe hebt gij het zo gauw gevonden? '.
Ernstig heeft Comrie zijn gemeente uitgelegd dat er een groot verschil is tussen een 'bevatting van Jezus' en een 'geloofsaannemen van Jezus'. Comrie bedoelt dit: Veel mensen die overtuigingen hebben, soms ook wel benauwdheid, gaan zelf nadenken over de Heere Jezus. Hij is toch gestorven voor de zonde. Ze stemmen dit toe, gaan hierop vertrouwen en denken nu dat ze ware gelovigen zijn.
Wat is hier mis aan, denk je misschien? Wel, zegt Comrie, zulke mensen zijn tevreden met hun gedachten over de Heere Jezus, zonder dat de Zaligmaker in hun ziel is geopenbaard. Velen bouwen hun vrede op valse gronden, die hun eenmaal zullen ontvallen.
Overtuigden
Comrie heeft zijn waarschuwingen tegen het schijngeloof nooit bedoeld om het kleinste zaligmakende geloof te benauwen. Juist voor de kleinen in de genade had de predikant uit Woubrugge zulke bemoedigende woorden. Wat was het zijn hartelijke verlangen om hen te leiden tot de Heere Jezus. We horen hem in een preek: 'Maar ik hoor enige overtuigden zeggen: o, dit is het, waarnaar onze zielen verlangen, om met Jezus verenigd te worden, maar de ene zegt: o, ik ben zulk een geringe, nietige en onwaardige, dat ik niet durf. Maar daartoe is Hij geko-
men om de allernietigsten bij zichzelf te zaligen en te verlossen. Iemand zal er bijvoegen: ja, maar ik heb de gestalte niet van een komende, mijn hart is als een steen. Het kan zo zijn, maar waar zult gij het krijgen? Heeft Hij niet beloofd het stenen hart weg te nemen? Daarom overtuigde zondaar, wij als een gezant Gods, roepen u toe: Komt, want de Bruidegom zegt: die wil, die kome en neme van de wateren des levens om niet'. Ook in zijn bekendste boek - Het ABC des geloofs - schrijft Comrie zowel ernstig als bemoedigend. Ernstig, want alleen het waar zaligmakende geloof verbindt met Christus. Zonder het ware geloof blijven we in onze verloren staat liggen. Bemoedigend, want ook het zwakke en bestreden geloof wordt door God onderhouden. Het boek is bedoeld als een toetssteen, zo wordt duidelijk uit Comries woord vooraf. Wie het leest en zijn hart ernaast legt, kan nagaan of hij het ware geloof mist, of kent.
De leer van de Reformatie begon als sneeuw weg te smelten, stelde Comrie vast
Belijdenis
Er was nog iets dat Comrie bezette. Het gezag van de belijdenisgeschriften werd langzaam maar zeker ondermijnd. De drie Formulieren van Enigheid - de Heidelbergse Catechismus, de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Dordtse Leerregels-hadden de kerk van Nederland gestempeld. Dat was de belijdenis van de kerk; daar was iedereen aan gebonden. In de achttiende eeuw werd die band stukje voor beetje losser gemaakt.
Directe aanvallen op de inhoud werden nog niet gedaan. Maar een hartelijke verbondenheid was er bij velen ook niet meer. Men kende de belijdenisgeschriften steeds minder, men leefde niet meer bij de inhoud. Dan komen er vanzelf vragen op. Zijn de belijdenisgeschriften eigenlijk niet uit de tijd? Kunnen we het niet anders zeggen? Bovendien, hebben we aan de Bijbel niet genoeg? Moeten we niet met de tijd mee en wat loskomen van het verleden?
Het was een dominee uit Zwolle die deze vragen openlijk stelde. Eerder had hij een preek gehouden die gevaarlijk dicht bij de leer van de remonstranten kwam. Hevige kritiek kwam er vanuit de gemeente. Dit was niet volgens Gods Woord, dit streed tegen de leer die op de Synode van Dordrecht (1618-1619) was beleden! Wat zouden de Dordtse vaderen van zo'n preek zeggen?
De Zwolse predikant - Antonius van der Os heette hij - was niet op zijn mondje gevallen. In 1752 zei hij uitdagend vanaf de preekstoel: "Elk uwer weet wel dat de Dordtse vaderen het hoofd niet zullen opsteken voor de jongste dag; en dat ik dan niet getrokken zal worden voor hun noch voor enige menselijke vierschaar (rechtbank): maar gesteld zal worden voor de vierschaar van Jezus Christus, Wie ik alleen voor mijn Heer en Meester erkenne." Nu was de maat vol voor de rechtzinnige predikanten uit die tijd. Echter, Van der Os trok zijn woorden niet in. Uiteindelijk werd hij afgezet. Daarmee was het twistvuur echter niet gedoofd. Een geweldige pennenstrijd is rond deze zaak gevoerd, een strijd waarin ook Comrie betrokken werd. Samen met zijn vriend Nicolaus Holtius voelde hij haarfijn aan dat de standpunten van ds. Van der Os veel breder in de kerk leefden. En daarom voelde hij zich geroepen ertegen te strijden.
Ds. Kersten
Comrie heeft de toestand in zijn dagen juist ingeschat. Na zijn sterven ging het in de kerk van Nederland nog veel verder achteruit. Ooit kocht ik een psalmboekje uit de negentiende eeuw. Naast de 1 50 psalmen staan er een kleine 200 gezangen in, de zogeheten Evangelische Gezangen. Maar de Dordtse Leerregels zijn spoorloos! De gezangen in de kerk, de Dordtse Leerregels eruit. Twee tekenen van diep verval.
Comrie heeft dat niet meer hoeven meemaken. Ook heeft hij niet meer meegemaakt dat de Heere een opleving gaf in de kerk, in de tijd van de Afscheiding. Toen werden ook Comries boeken weer gelezen. Toen was er door Gods genade toch een volk dat hongerig was naar het zuivere voedsel van de bevindelijk-gereformeerde prediking. Die lijn zette zich door. Zo heeft Comrie via ds. G.H. Kersten veel invloed gehad op de prediking van onze Gereformeerde Gemeenten. De Heere heeft een Schot tot zegen willen stellen in ons land. Laten we het werk van deze Schot maar niet vergeten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 13 december 2006
Daniel | 32 Pagina's