De belangrijkste vraag in het leven
De worsteling van Luther en het verlangen van Calvijn zijn beide in ons leven nodig. De vraag van Luther: hoe krijg ik een genadig God? , moet ook onze zielevraag worden. En bet levensdoel van Calvijn: Gods eer, moet ook ons levensdoel zijn. Je kunt deze twee vragen eigenlijk niet van elkaar scheiden. Ten diepste is het niet of-of. Gods kind leert dat zijn zaligheid niet in strijd is met Gods eer.
Bij het algemene werk van Gods Geest kan veel angst en gewetensnood zijn, maar het gaat niet om God Zelf, Het is in feite gericht op eigenbehoud. Vraag je: dat heeft een kind van God toch ook? Dan zeg ik: hij krijgt inderdaad te doen met zijn eigen behoud, maar dat is het niet alleen. Hij heeft van meet af aan een betrekking van liefde en heimwee naar God, die hij niet onder woorden kan brengen.
Bij een verkering gaat het, als het goed is, niet om wat je vriend heeft, maar om wie hij is. Het gaat Gods kind niet om de hemel van God, maar om de God van de hemel. Ik denk aan de gelijkenis van de verloren zoon. Wanneer was die jongen gelukkig? Niet toen hij het gemeste kalf op zijn bord kreeg, maar toen hij, met lompen en al, in de armen van zijn vader viel. Als zijn vader er niet was geweest, had dat kalf geen waarde.
Paulus-bekering
Sommigen zeggen dat het in het begin van het nieuwe leven gelijk om Gods eer te doen is. Toch zou ik dat niet durven zeggen. In het begin gaat het om de Heere, om Hem tot ons deel te mogen krijgen. Er is smart over de zonde, omdat we tegen een goeddoend en heilig God gezondigd hebben. Er is diepe zorg over de naderende eeuwigheid.
Nu is het wel zo dat de Heere dat werkt op een heel gevarieerde wijze. Ds. G. van Reenen heeft wel eens gezegd: "Gods kinderen worden wel één, maar niet eender." Zoals de eikenbladeren allemaal verschillende vormen en kleuren hebben en toch allemaal te herkennen zijn, zo krijgen Gods kinderen elk hun eigen leiding. Maar er zijn ook dingen die ze allemaal hetzelfde leren. Dat zijn de drie stukken: ellende, verlossing en dankbaarheid.
Er wordt wel eens gevraagd: moet je een Saulus-bekering hebben? Veel mensen zeggen: "Nee hoor, Timotheüs was ook een kind van God." Dan vraag ik: wat versta je onder een Saulus-bekering? Als je bedoelt dat iedereen drie dagen en drie nachten niet eten en drinken moet, zeg ik: nee. De wijze waarop de Heere werkt, is bij ieder
weer anders. Het gaat om de zaak. Ik verwacht ook niet dat je met Luther de Pilatustrap gaat beklimmen. Paulus zegt dat het God behaagd heeft Zijn Zoon in hem te openbaren. Daar gaat het om. Hém moeten we leren kennen want in Hem alleen is hét leven.
Verzet
De vraag wordt weieens gesteld hoe de Heere in ons
leven laat zien dat het om Zijn eer alleen gaat. Merk je dat al direct als de Heere door Zijn Geest in je leven werkt? Veelal zal het zo zijn dat de zaak van Gods eer pas later in het leven van Gods kinderen de voornaamste plaats krijgt, in het begin van het leven der genade is er zo'n tobben en worstelen. Dan ben je bezig zelf het pak van je zonde van je rug te werpen. Dan denk je dat je zelf je zonden de baas kunt worden.
Je ziet dat ook in de vierde zondag van de Heidelbergse Catechismus. De benauwde zondaar is alsmaar bezig te vluchten, om onder de kiem vandaan te komen. Hij vraagt: is God niet onrechtvaardig als Hij eist wat wij niet kunnen? Maar het antwoord is: nee, we hebben het gekund!
Daarna probeert hij een andere vluchtweg: is het dan niet mogelijk dat de Heere de zonde ongestraft bat? Kan de Heere dan geen gratie verlenen? Men wil vergeving zonder straf. Ja maar - dat is de derde vluchtweg - God is toch ook barmhartig?
Dat zijn allemaal uitingen van verzet in het hart van Gods kind. Totdat hij in de vijfde zondag komt en zegt: ik heb de straf verdiend, maar zou ik nog tot genade kunnen komen? Is er dan een mogelijkheid? Dan is het antwoord: "God wil dat aan Zijn gerechtigheid genoeg geschiede". Eerst komt Gods eer. Dat gaat niet vanzelf; dat gaat dwars tegen je in. De Heere moet heel veel bij Zijn kind overwinnen.
Niet tevergeefs geleefd
Om die overwinnende genade moeten we bedelen. Dat geldt ook voor onze jonge mensen. Als je van jezelf moet zeggen dat je onbekeerd bent, dan toch maar smeken aan Gods genadetroon. Dan kan dat voor de één het gebed van de blinde Bartimeüs zijn. Toen de Heere Jezus hem vroeg: "Wat wilt u dat Ik u doen zal? ", zei hij: "Rabboni, dat ik ziende mag worden!"
Dar adviseer ik mensen heel vaak. Vraag of je ogen geopend worden, vraag om licht en onderwijs. Tegen een ander, bij wie het anders ligt, zeg ik: vraag of de Heere tot je spreken wil. Men leert niet alles op één dag. Wel laat de Heere Zijn kinderen altijd zien wat het doel van hun leven is.
Heb jij als jongere je al eens afgevraagd waarom je op deze wereld bent? Er zijn duizenden mensen die zichzelf deze vraag nooit stellen. Ze eten en drinken en leven van de ene dag op de andere. Waarom zijn we op de wereld? Dat is: om de eer van God te bedoelen, in onze werken, woorden en gedachten. Zo zijn we geschapen. En dat doel missen we. leder kind van God gaat met smart inleven dat hij zijn doel mist. Over dat doel, de eer van' God, vind je in de werken van Calvijn bijna bladzijde aah bladzijde geschreven. Dat was zijn levensdoel. Wie dat! levensdoel mist, heeft tevergeefs geleefd. Wie de Heere leert kennen, heeft niet tevergeefs geleefd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 december 2006
Daniel | 31 Pagina's