Denk om je leven!
Absalom bleef hangen tussen de hemel en tussen de aarde (2 Samuël 1 8:9)
Hij klopt, als Gods Wet ons veroordeelt als van alle kanten schuldig
Een hangende Absalom, een jongen in doodsnood. Ik kan me best voorscellen, dat je die nu niet zo'n opwekkend tafereel vindt. Toch zeg ik: Kijk, daar hangt hij! En ik zeg 't met veel nadruk. Weet je waarom? Wel alles is mislukt. Hij had zo'n prachtige naam, want Absalom betekent 'vader van de vrede'. Maar wat baat een mooie naam, als je muildier onder je wegrijdt en je blijft aan je mooie haar hangen tussen hemel en aarde aan de takken van een eik? Wat baat het je als je vrede meedraagt in je naam en je hebt geen vrede met God in je hart? Kijk, daar hangtie. Nee, niet opwekkend. Bovendien, hier hangt iemand aan het eind van z'n leven. Haal het eens wat naar je toe. Precies: jij zou 't kunnen zijn. Ja, en dan?
Je voelt wel, dat dit alles natuurlijk een heel proces is geweest. Naar de mens gesproken had 't zo anders gekund. Wat een gaven had God aan Absalom gegeven. In heel Israël was niemand zo knap van uiterlijk als hij. En dan z'n geestesgaven: een goede omgang met mensen, een helder verstand, een grote dosis durf. En wat een fijne vader had hij, sterker nog: een bekeerde vader. David, de man naar Gods hart. Nee. geen vader zonder gebreken en zonder zonden; die heeft Absalom wel gezien, maar hij heeft ook gezien, dat 't geloof en de vroomheid van z'n vader echt waren. En dan: Absalom wist, dat er tussen God en hem een band bestond, hij wist dat hij besneden was. De God van het Verbond is ook tot hem
gekomen, met Zijn barmhartigheid en liefde in z'n opvoeding, in de vermaningen van z'n vader, in de gebeden die voor hem gedaan zijn.
Als Absalom gestorven is, zegt David: Mijn zoon, Absalom, mijn zoon, mijn zoon Absalom! Je gelooft toch ook wel, dat David dat al veel eerder tegen hem gezegd heeft: Mijn zoon, mijn zoon! Mijn zoon, dien de Heere: heb Christus hartelijk lief, God heeft recht op je lichaam, je leven,
je ziel. Absalom, denk om je leven! Mijn zoon. Zullen je vader en je moeder ook zo niet over jou denken? Mijn kind, denk om je leven? ! Vraag je je wel eens af: Waar leef ik nu voor? ! Besef je wel, dat je op de wereld bent om God te loven en te prijzen? Mijn kind. kijk uit, loop niet verkeerd. Kan dat nu allemaal maar in je leven? Denk erom: Je moet wederom geboren worden; je hebt het bloed van Christus nodig tot verzoening van je zonden, want zonder geloof kun je God niet behagen. En Absalom. hoe reageert hij op deze woorden? Het antwoord op deze vraag moeten we afleiden uit het verloop der gebeurtenissen. Vader altijd met z'n geloof, vader altijd met z'n bekering. Hou Jezus maar, en geef mij de wereld, geef mij de wereld en ik leef. Ja, totdat je hangt. En kijk eens: Absalom hangt aan zijn trots, aan zijn haarlokken. Is 't niet om stil van te worden? Bedenk het: De dood van Absalom was voor hem 't oordeel, maar ook ons genade, namelijk de genade van de waarschuwing. Want in feite rijden we allemaal op ons muildier, jongeren en ouderen. Dat kan je geld zijn, je diploma, je schoonheid. je rechtzinnigheid, je muziek. Je rijdt er op, totdat ineens alle houvast je ontvalt: ja en dan hang je. Hoor het dan ook nu. Zo gaat 't niet, zo kom je om met je charme, je begaafdheden. En nu hoop ik, dat je zult zeggen: Maar wat dan? Dan zeg ik nog een keer: kijk, daar hangt HIJ, maar dan wijs ik in gedachten een andere kant op en ik schrijf Hij met een hoofdletter. Op Golgotha, daar hangt Hij. Wiens Naam Jezus is.
Jezus' ogen zijn ook op 't kruis vol ontferming. En vooral in je jonge leven kijkt de Heere Christus je aan door middel van deze meditatie. Hij zegt: Mijn zoon. Mijn Zoon, Mijn dochter, Mijn dochter, geef Mij je hard. Wend je naar Mij toe, word behouden. Zie eens hoe Hij je nawandelt tot je zaligheid. Elke keer de klop op de deur van je hart: Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Ook nu weer. Hij is genegen om je te zaligen, bereid om je te ontvangen, bekwaam om je te helpen. Hij is lankmoedig. Hij klopt. Dat betekent, dat van nature die deur dicht zit voor Hem. Dat is onze dood, onze zonde, onze schuld, onze afval van God. En merk eens op: Christus klopt maar, juist bij jou en ook bij U, oudere. Hij klopt, als Gods Wet ons veroordeelt als van alle kanten schuldig; Hij klopt, als Zijn Evangelie ons roept als aan alle kanten welkom. Hij luistert aan de deur van je hart of daar is het roepen om genade, het veroordelen van jezelf, het uitzien naar ontferming. Wat doe je met Zijn spreken? Toch weer verder op je eigen weg? Geen tijd, geen zin?
Kom, is het nooit de lust van je hart geworden om de Heere lief te mogen hebben tot in alle eeuwigheid? Heden maant Christus je af van je zonde. Heden wil de Heilige Geest werken ontdekkend, vermanend, vertroostend door het Woord des Heeren.
Zie, daar hangt Hij, de Zoon des Vaders, de Zaligmaker der wereld, de Vredevorst. Wat een verschil. Daar hangtie: Absalom. Dat hangen predikt ons de dood. Daar hangt Hij, de Heere Jezus, en Zijn dood predikt het leven. En de Heilige Geest betuigt het: Heden, zo je Zijn stem hoort, verhard je niet, maar laat je leiden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 november 2006
Daniel | 32 Pagina's